Ondertussen in Bentveld

Raar dorp, dat Bentveld. En is het eigenlijk wel een dorp? Zelfs het kleinste gehucht in Nederland heeft iets dat op een centrum lijkt. Een kerk, een kroeg, een overheidsgebouw, een buurtsuper desnoods. Iets waarvan een gemiddelde dorpsbewoner weet dat hij er een bovengemiddelde kans heeft dorpsgenoten aan te treffen.

De entree van het landgoed Bentveld

De entree van het landgoed Bentveld

Nou goed, er zijn enkele winkels en restaurants langs de Zandvoortselaan, ergens in het midden van het dorp. Maar is dit dan het centrum of zitten die zaken daar vooral omdat er lekker veel verkeer langskomt?

Voor het overige is Bentveld één groot villa-tapijt, een enorm park met een adembenemende hoeveelheid kasten van huizen. Er zijn straten, uiteraard, maar op sommige plekken lijken dat toch vooral verlengde en gedeelde oprijlanen. Er zijn zelfs rijtjeshuizen, vrij simpele zelfs, maar daar zit zo veel fraai groen omheen dat het er toch weer redelijk overstelpend uitziet.

Bentveld is een losgekoppelde villawijk, een in een onafzienbaar duingebied ronddobberende goudkust. Maar dat is niet het enige dat het tot een opmerkelijk dorp maakt. Bentveld bestaat eigenlijk uit twee plaatsen. Of drie zelfs. En misschien wel vijf.

Bentveld is ten eerste gedeeld door de gemeentegrens van Zandvoort en Aerdenhout (of dus eigenlijk Bloemendaal). Die gaat bijna verticaal door het dorp, van het zuidwesten naar het noordoosten, zonder zich ook maar iets aan te trekken van de loop der straten. Er is weliswaar een Grenslaan in het Aerdenhoutse deel van Bentveld en de gemeentegrens ligt daar inderdaad niet ver vandaan, maar de feitelijke scheiding snijdt door een paar achtertuinen.

In het noordelijke deel van het dorp zijn zelfs helemaal geen straten in de buurt van de gemeentegrens. Daar loopt de lijn zo te zien dwars door enkele huizen, zodat de voorkamer onder het Zandvoortse gezag valt en de achterkamer onder het Bloemendaalse. Het is alsof ze er bij de verdeling van het dorp niet helemaal uitkwamen en vervolgens, om van het gezanik af te zijn, met een liniaal een streep over de kaart hebben getrokken. Alsjeblieft, daar hebben jullie je gemeentegrens! Volgende agendapunt.

Op de grond is echter weinig van die scheiding te merken, op een paar plaatsnaamborden na. Het is niet zo dat de kasten van huizen in Aerdenhout opeens zo veel groter zijn, en het gras in het Zandvoortse deel slechter is gemaaid. Het is overal even sjiek, fraai en weelderig.

Dat geldt ook aan de beide zijden van een andere, meer fysieke grens. Bentveld is namelijk niet alleen verticaal doorsneden, maar ook horizontaal: door de Zandvoortselaan (die bij de gemeentegrens overigens opeens Zandvoorterweg heet). De drukke weg deelt het dorp duidelijk doormidden, maar het is niet zo dat ze in het zuiden een armoedig bestaan leiden, terwijl ze in het noorden niet meer weten wat ze met hun overvloed aan moeten. Het enige verschil lijkt te zijn dat ze in het noordelijke deel van het Zandvoortse stuk nóg meer groen om zich heen hebben dan in de andere buurten. Op het oog, althans. Het is niet met een duimstok nagemeten.

En dan is er nog een vijfde deel, een dorp in een dorp: Groot Bentveld. Als een mitochondrion in een cel leeft het een beetje een eigen leven in de zuidwestelijke punt van het onderste, Zandvoortse deel. De duizend jaar oude hofstede, een fraai landgoed met mooie, stijlvolle en toch eenvoudige gebouwen. Het is vrijwel volledig afgeschermd van het dorp waaraan het zijn naam heeft gegeven. De enige entree is aan het einde van de Taxuslaan. Daar staan twee stenen pilaren met de teksten ‘Groot’ en ‘Bentveld’ met daarachter een zelfs voor Bentveldse begrippen immense oprijlaan. Waarmee maar weer duidelijk is: er is altijd baas boven baas.

De tramlijn, want laten we het daar eens over hebben, spoedt zich ondertussen vrij geruisloos door het noordelijke deel van het dorp, min of meer evenwijdig aan de Zandvoortselaan/Zandvoorterweg. Het is hier een fietspad. Een heel aangenaam fietspad. De omgeving is niet alleen fraai en groen, de gemeenten Zandvoort en Bloemendaal hebben het pad bij alle kruisingen afgeschermd met hekken.

Dat is lekker veilig, want daarmee voorkomen de gemeenten dat de fietsers door een moment van onoplettendheid worden gegrepen door een terreinwagen of een snelle sportauto. De hekken houden bovendien de wielrenners een beetje buiten de deur. Een enkele, handige fietser kan er vrij gemakkelijk omheen slalommen, maar ze zijn te krap voor een peloton racefietsers. Dan moeten de achter elkaar aanjakkerende mannen in gekleurde pakjes afstappen en daar houden ze zo niet van.

En dus is het tussen de hekken, ook op een mooie lentedag in het weekeinde, heerlijk rustig.

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s