Welkom bij station Technische Hogeschool Alkmaar

Een kaartje uit het Noordhollands Dagblad van december 1964, Het gearceerde deel links boven Stompetoren is een van de beoogde terreinen van de TH Alkmaar. Daarboven loopt een deel van de toen voorziene spoorlijn r=tussen Alkmaar en Lelystad.

Een kaartje uit het Noordhollands Dagblad van december 1964, Het gearceerde deel links boven Stompetoren is een van de beoogde terreinen van de TH Alkmaar. Daarboven loopt een deel van de toen voorziene spoorlijn tussen Alkmaar en Lelystad.

Als er een paar megaprojecten waren doorgegaan, had Alkmaar nóg een station gehad. Die plannen zijn nooit verder gekomen dan het papier, en een lange dijk. Waren ze wel gerealiseerd, dan was Alkmaar waarschijnlijk een heel andere stad geweest.

Eind jaren 50 stelde de regering vast dat Nederland, wilde het een rol kunnen blijven spelen in de snel voortschrijdende technologische ontwikkelingen, veel meer ingenieurs moest hebben. Er waren weliswaar al een paar stappen gezet om de verwachte nood te lenigen. Naast Delft had nu ook Eindhoven een technische hogeschool en er waren voorbereidingen getroffen gezet voor een derde TH – die in 1964 zou opengaan in Enschede.

De regering vreesde dat het niet genoeg zou zijn en wilde een vierde technische hogeschool, bij voorkeur in het gebied rond het Noordzeekanaal. Daar was de deelname aan het hoger technisch onderwijs lager dan in de rest van de Randstad. Het liefst had het Rijk de TH in Amsterdam gezien, maar kampten de onderwijsinstellingen al met zoveel gebrek aan ruimte dat het niet voor de hand lag er ook nog eens een hogeschool bij te zetten. Maar waar dan?

In Alkmaar natuurlijk, vonden ze in Alkmaar. Het stadsbestuur besloot niet te wachten tot de regering haar plannen ging uitwerken, maar besloot zelf in actie te komen. Samen met de Kamer van Koophandel en de Industriecommissie Noorderkwartier stelde het in 1962 een commissie in die moest kijken naar de mogelijkheden voor een technische hogeschool in Alkmaar en omgeving. Het liefst zo objectief en wetenschappelijk mogelijk. Voor die onderzoekscommissie wist Alkmaar een naam van betekenis te strikken: oud-premier prof. dr. ir. W. Schermerhorn.

De commissie zette zeven mogelijkheden in en rond Alkmaar op een rijtje (Bergermeer, Boekelermeer, Alkmaardermeer, Daalmeer, Schermeer-Noord en Schermeer-Zuid) en kwam tot de conclusie dat de nieuwe technische hogeschool het best in één van de laatste twee terreinen kon neerstrijken. De TH lag daar betrekkelijk dicht bij de stad, had er voldoende ruimte om uit te breiden en was toch goed bereikbaar.

Alkmaar leek er hoge ogen mee te gooien, want uit een onderzoek van professor W. Steigenga kwam naar voren dat deze stad, strikt wetenschappelijk bekeken, veruit de beste plaats was voor een technische hogeschool. Veel meer dan Haarlem en Zaandam, die zich ook hadden gemeld. Volgens Steigenga was het noodzakelijk dat er voldoende centrale voorzieningen in de buurt waren, voldoende ruimte voor woningbouw voor stafleden van de hogeschool, een aantrekkelijk woongebied en voldoende recreatieterreinen. Alkmaar was de enige die op al die gebieden een voldoende scoorde. Bovendien waren de adelborsten en officieren van de Marine in Den Helder en medewerkers van het reactorcentrum in Petten geheide klanten van de toekomstige vierde TH, en die konden zo lekker dichtbij huis blijven.

Het rapport van de onderzoekscommissie kreeg heel veel waardering. Ondanks het verzet van Haarlem – dat bleef volhouden dat zij de beste stad voor de TH was – schaarde ook het provinciebestuur achter de keus voor Alkmaar. Zelfs de Amsterdamse studenten leken verrukt van de stad, zo schrijft het Regionaal Archief Alkmaar in een bijdrage aan de serie ‘Ik was erbij’ in de Alkmaarsche Courant. In 1965 protesteerden ze in Alkmaar voor de komst van de technische hogeschool met leuzen als ‘Geen kaaskoppen maar studiehoofden’. Overigens bleek de steun volgens het Regionaal Archief later een ontgroeningsstunt van de Amsterdamse studentenvereniging Unitas. Een andere groep studenten had namelijk tegelijkertijd gedemonstreerd voor de vestiging in Haarlem.

Alkmaar begon zich al langzamerhand te verheugen op de komst van 2500 studenten – een aantal dat vermoedelijk al binnen enkele decennia zou uitgroeien naar 5000 – en 1200 tot misschien wel 2000 man aan personeel. Alkmaar zou gaandeweg een vloedgolf aan hooggekwalificeerd volk over zich heen krijgen, en daar wordt een stad zelden slechter van. De inwoners zagen de hogeschool trouwens ook als een historisch goedmakertje. De victorie was in 1573 begonnen met het ontzet van hun stad. En wat hadden ze er aan overgehouden? Niets. Terwijl die lummels in Leiden een jaar later voor hun ontzet een universiteit cadeau hadden gekregen.

Om al die duizenden studenten en personeelsleden straks bij hun hogeschool te krijgen, waren natuurlijk goede verbindingen nodig. En daar kwam een ander groot plan uit het midden van de twintigste eeuw om de hoek kijken: de inpoldering van de Markerwaard. Professor Steigenga ging er in zijn onderzoek van uit dat als het gebied was drooggemaakt – en niemand twijfelde er toen aan dat dat ging gebeuren – er een spoorlijn van Alkmaar naar Lelystad zou komen. Die zou dan precies langs één van de beoogde TH-terreinen, Schermeer-Noord, komen te lopen (ten noorden van Stompetoren). De commissie ging er vanuit dat de hogeschool daar een eigen halte zou krijgen. Het Noordhollands Dagblad tekende daar in zijn verslag wel bij aan – kennelijk om al te hooggespannen verwachtingen te voorkomen – ‘dat we dan al in de tachtiger jaren van deze eeuw zitten’.

Alkmaar was het Rijk mooi voor geweest met zijn plannenmakerij. Helaas bleek de gemeente veel te ver voor de muziek uit te lopen. In 1965 stelde de regering zelf maar eens een onderzoekscommissie in en die concludeerde een jaar later dat er eigenlijk helemaal geen behoefte was aan een vierde TH. De drie bestaande konden het voorlopig gemakkelijk aan.

Twee decennia later ging ook dat andere grote project er aan: de droogmaking van de Markerwaard. De plannen zijn nooit verder gekomen dan de aanleg van de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad. Met het stopzetten van die inpoldering waren ook de spoorlijn Alkmaar – Lelystad (mocht dat ooit een serieuze optie zijn geweest) en een halte aan de oostzijde van de stad definitief van de baan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s