Geen Sekstant voor Alkmaar Zuid

Het Sekstant-gebouw bij station Voorschoten. Foto: stationsweb.nl

Het Sekstant-gebouw bij station Voorschoten. Foto: stationsweb.nl

Als het aan de NS hadden gelegen, had Alkmaar niet twee, maar drie stations gehad. De spoorwegen hadden tamelijk concrete plannen om bij de Kalkovensweg de halte Alkmaar Zuid te openen. De Kamer van Koophandel stond te juichen en de gemeente Alkmaar had er ook wel oren naar. Maar tussen droom en daad staan vaak onderhandelingen in de weg, en praktische bezwaren.

De Nederlandse Spoorwegen begonnen het eind jaren 60 over een andere boeg te gooien. Door de sterke opkomst van de auto stortten de reizigersaantallen in en namen de verliezen toe. De NS zochten naar manieren om het vervoer per spoor nieuwe impulsen te geven en dachten die onder meer te vinden in het stichten van zogenoemde voorstadstations. Dat zijn kleine stations die de inwoners van de nieuw gebouwde buitenwijken rond de steden moeten verleiden de trein te pakken.

In Alkmaar hadden de spoorwegen hun oog laten vallen op een plek bij de Kalkovensweg. Een station daar zou mooi aansluiten bij de nieuwbouw van de gemeente Alkmaar in het plan De Hoef IV. Begin 1968 stuurden de NS daarom een verzoek naar de gemeente om er een stopplaats te mogen openen. De spoorwegen gingen er vanuit dat het allemaal snel te regelen was, want ze lieten doorschemeren dat ze de halte al wilden opnemen in de zomerdienstregeling van het jaar daarop.

Alkmaar vond het een interessant plan, maar er was wel meteen wat gedoe over, dat al meteen ingewikkelder was gemaakt door een fout van de spoorwegen. Die hadden hun verzoek alleen aan de gemeente Alkmaar gestuurd, terwijl de Kalkovensweg op dat moment nog op de grens van Alkmaar en Heiloo lag. Weliswaar was het de bedoeling dat de grens een stuk zuidelijker kwam te liggen, maar dat was nog niet definitief geregeld. Ook Heiloo moest dus aanschuiven bij de besprekingen.

In november 1968 was het eerste overleg over het station tussen de NS en de burgemeesters van Alkmaar en Heiloo. Daar bleek dat behalve de grondoverdracht vanuit Heiloo nog meer obstakels te overwinnen waren. De belangrijkste was het grote parkeerterrein dat de NS graag bij het station zagen. Dat moest ruimte bieden aan enkele honderden auto’s. De spoorwegen vermoedden dat niet alleen Alkmaarders, maar ook inwoners uit Bergen en zelfs uit Heiloo van het station gebruik gingen maken. Mark Alphenaar schrijft in een terugblik op de stationsplannen in de Alkmaarsche Courant dat de NS ook winkels en een benzinestation rond de halte wilden, waardoor de exploitatie van Alkmaar Zuid rendabeler zou zijn.

Alkmaar hikte nogal tegen die eisen aan. De kosten voor het parkeerterrein liepen nogal in de papieren. Als ze die moest betalen, wilde ze van de NS een flinke bijdrage in de verbetering van de wegen rond het station. Ze vreesde verder dat de winkels bij de halteplaats het nieuwe winkelcentrum in De Hoef zouden beconcurreren. En een benzinestation mocht op die plek alleen als er een garage bij was. En die had de NS niet in haar plannen opgenomen.

Terwijl de onderhandelingen zich voortsleepten, drukten de kranten al heel optimistisch plaatjes af hoe de nieuwe halte eruit zou komen te zien: een zeshoekig gebouw dat voor de helft kantoor en plaatskaartenverkoop was en voor de andere helft wachtruimte. Exact hetzelfde type was verrezen en zou later nog verrijzen in Rotterdam Alexander, Utrecht Overvecht, Voorschoten en dertien andere plaatsen – waar het de bijnaam ‘Sekstant’ zou krijgen, een knipoog naar het toen roemruchte lijfblad van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming.

Het gebouwtje paste helemaal in de nieuwe traditie van soberheid, standaardisatie en uiterste doelmatigheid van de Nederlandse Spoorwegen. Of zoals ir. Cees Douma het beschrijft in zijn ‘Stationsarchitectuur in Nederland 1938/1998’: ‘…de vormgeving en ambiance van de vestigingen waarin men de klanten bij begin en einde van de reis ontving (of liever gezegd wegwerkte) werden als volkomen ondergeschikt beschouwd’. En Douma kan het weten, want hij was zelf de ontwerper van deze, zoals hij het zelf noemt, ‘zeskantige toko’. Hoe dan ook, net als in de tijd van de aanleg van de lijn Alkmaar – Den Helder, zetten de NS overal zo veel mogelijk uitgeklede standaardontwerpen neer. Het station zou wel gewoon bemand worden. Volgens de rayonchef in Alkmaar deden de NS op dat moment proeven met kaartjesautomaten, maar die waren nog niet zo ver dat ze bij de Kalkovensweg al konden draaien.

Ondertussen begon het er steeds somberder uit te zien voor de Alkmaarse Sekstant. In het Noordhollands Dagblad verscheen al in november 1968 dat Alkmaar Zuid niet voor de zomerdienstregeling van 1969 klaar zou zijn. In september 1970 veerde diezelfde krant nog even op toen ze het nieuws bekend maakte dat minister Bakker van Verkeer en Waterstaat meer geld voor voorstadstations beschikbaar stelde. ‘Een heugelijke mededeling voor Alkmaar’, concludeerde de verslaggever, ‘want de stad wacht immers al jaren op zo’n station, maar het gebrek aan financiën bleek altijd de rem’.

Wethouder De Lange haalde het optimisme in hetzelfde bericht grotendeels onderuit. De verschillen tussen wat de NS vragen en de gemeente Alkmaar wil betalen zijn groot, concludeerde hij. Hij heeft de spoorwegen gevraagd of ze willen meebetalen, maar daar had hij al twee maanden niets op gehoord.

Het animo voor Alkmaar Zuid verdween aan alle kanten. De kosten waren te hoog en de winstgevendheid te laag. Bovendien was de grondruil met Heiloo nog altijd niet afgerond. In februari 1971 haalden de NS definitief een streep door het station.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s