Vadertje Personeel maakte de tram groot

Dé man achter de NZH was directeur Wilhelmus Johannes Burgersdijk.

Burgersdijk (de man in het midden met baardje, zonder hoed) tijdens de eerste rit van de elektrische Bollentram in Heemstede. Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Burgersdijk (de man in het midden met baardje, zonder hoed) tijdens de eerste rit van de elektrische Bollentram in Heemstede. Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Hij hielp de NZH uit te bouwen tot de grootste trammaatschappij van Nederland. En niet alleen dat, hij zorgde er ook voor dat het bedrijf de grootste blééf. Hij loodste het met vlag en wimpel door de crisisjaren heen en ving de toenemende concurrentie van de autobus behendig op. Hij smeedde de NZH, het resultaat van talloze fusies, om tot één geheel, onder meer door belangrijke sociale voorzieningen voor zijn medewerkers in het leven te roepen. Bij zijn vertrek in 1941 namen de NZH’ers met weemoed afscheid van hun ‘Vadertje Personeel’

Burgersdijk, op 1874 in Deventer geboren, had een technische achtergrond. Na zijn opleiding in Delft tot civiel ingenieur had hij onder meer bij de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) gewerkt, dat in die periode bezig was met de aanleg van een uitgebreid tramnetwerk op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Daarna ging hij aan de slag bij de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij (ZHESM), waar hij betrokken was bij de voorbereidingen voor de eerste elektrische spoorlijn in Nederland. Na een kort uitstapje bij de gemeente Utrecht trad hij in 1909 in dienst bij de NZH.

De trammaatschappij had in die periode ambitieuze plannen ontvouwd om paarden- en stoomtramlijnen op te kopen en te elektrificeren. Burgersdijk was één van de mensen die die plannen moesten realiseren. Zijn eerste project was de elektrificatie van de zojuist verworven Leidse paardentram en stoomtramdiensten naar Katwijk en Noordwijk. Het was een klus met technische, maar vooral ook organisatorische uitdagingen. Het personeel moest namelijk onmiddellijk aan de bak in het drukke zomerseizoen, zonder al te veel gelegenheid om de nieuwe tram onder de knie te krijgen. De diensten kenden de nodige haperingen in het begin, maar Burgersdijk en zijn medewerkers losten die met veel improvisatievermogen op.

Zijn kennis van zaken viel op. Kort na de elektrificatie van de lijnen in de Leidse regio, kreeg hij ook de Haarlemse stadslijnen en de stoomtramlijnen tussen Leiden en Haarlem en Haarlem en Alkmaar onder zijn hoede. Ook zijn leidinggevend talent bleef niet onopgemerkt. In 1911, twee jaar nadat hij bij het trambedrijf was begonnen, trad hij toe tot de Raad van Bestuur. Negen jaar later benoemde de NZH hem tot algemeen directeur.

Hij ontpopte zich tot een weliswaar gemoedelijke, maar ook energieke en gedreven bestuurder, die zich voortdurend met alle details van het trambedrijf bemoeide. Berucht was het ‘potloodje van Burgersdijk’ waarmee hij plannen, terwijl de indieners er soms nog bij stonden, onmiddellijk van commentaar en mogelijke verbeteringen voorzag. En als de technici er niet uit kwamen, was daar altijd wel de directeur die, schijnbaar uit de losse pols, een aantal bruikbare oplossingen tevoorschijn toverde.

Burgersdijk liet zijn licht bovendien op alle mogelijke onderdelen van het trambedrijf schijnen. Anders gezegd: hij bemoeide zich overal mee. De spanning op de bovenleiding, de tarieven, de dienstregeling, de mogelijkheden van vakantievervoer in eigen land, steunfondsen voor het personeel: overal zette hij de marsroute uit. Om de eregalerij helemaal compleet te maken: Burgersdijk was ook een uitstekend uithangbord voor zijn maatschappij. Hij was een in het oog springende voorvechter van de NZH en bovendien een uitstekend spreker. Tijdens de glorieuze eerste rit van de elektrische tram door de Bollenstreek, hield hij in elk dorp een andere, maar wel telkens gloedvolle en geestige toespraak.

Onder zijn leiding groeide de NZH enorm. De omvang van het NZH-net vervijfvoudigde. Toen hij begon, beheerde de maatschappij 28 kilometer stoomtramlijn. Toen hij er in 1941 mee ophield, was dat uitgegroeid tot 145 kilometer spoor – dat bovendien volledig was geëlektrificeerd. De omzet was in dezelfde tijd vertienvoudigd (van 330.000 naar 3.244.000 gulden), het aantal personeelsleden was eveneens met een factor tien gegroeid (van 115 naar 1164 mensen) en het aantal tramkilometers was zelfs toegenomen met een factor dertig (van 258.000 naar 7.935.000).

Hoewel hij een tramman was in hart en nieren, had hij niet alleen oog gehad voor rails en railvervoer. Bij zijn afscheid had hij naast de 145 kilometer aan tramlijnen inmiddels ook 41 kilometer aan busdiensten rijden, die per jaar 1.899.000 kilometer aflegden. Daarmee was dat vervoer op dat moment al ongeveer een kwart van het totale tramvervoer.

Op één front kreeg hij niet zijn zin: Burgersdijk wilde het trammaterieel ingrijpend vernieuwen. Het ontbrak de NZH echter aan geld om die plannen uit te voeren. Hoewel hij zag dat het tij voor de tram begon te keren, geloofde hij bij zijn afscheid nog steeds in een gezonde toekomst. Met lede ogen zag hij aan hoe de NZH enkele jaren na zijn pensionering in een hoog tempo tramlijnen begon te sluiten. In 1960 mopperde hij dat zijn opvolger Jurrissen bijna alles had afgebroken wat hij in 32 jaar had opgebouwd.

Burgersdijk overleed in 1964.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s