Niet gepast? Dan de tram uit

De geldsanering na de Tweede Wereldoorlog zorgde in de tram voor bijzondere problemen. Door een groot tekort aan muntgeld moesten conducteurs geregeld mensen op straat zetten, omdat ze niet konden wisselen.

Papiergeld was enkele maanden na de oorlog weer redelijk voorhanden, maar muntgeld was ongelooflijk schaars. Sommigen betaalden zelfs meer voor een dubbeltje of een kwartje dan het muntje zelf waard was. Zelfs het gehate zinken noodgeld uit de oorlog was nog in omloop om het betalingsverkeer een beetje op gang te houden.

De NZH verplichtte haar reizigers daarom met gepast geld te betalen. Bleken ze toch alleen maar papieren guldens op zak te hebben, dan moest de conducteur onverbiddelijk zijn. Al had iemand genoeg geld bij zich voor honderd ritten, als hij niet kon passen, moest hij gaan lopen.

Een voor de hand liggende oplossing zou zijn om boekjes met meer-rittenkaarten te verkopen voor mooie ronde bedragen. Maar ook hier gooide de schaarste roet in het eten. Het gebrek aan grondstoffen was zo groot, dat de levering van dergelijke boekjes nog vele maanden zou duren. Het enige wat de NZH wél had, waren weekkaarten. Mensen die weinig dubbeltjes hadden, maar toch elke dag een paar keer met de tram moesten, kregen het advies om die dan maar te kopen. Ook geen fijne deal, want de kaarten kostten negentig cent en de conducteur gaf nog steeds niets terug. De NZH verklaarde zich echter bereid de te veel betaalde dubbeltjes aan een goed doel te schenken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s