Sporen rond station Haarlem

Het grootste knooppunt van tramlijnen in Haarlem was het Stationsplein – uiteraard, want dit was hét overstappunt.hg-img017

Het was er een vrolijke wirwar van diensten en tramtypes, dat eigenlijk geen decennium hetzelfde was. Totdat de tram verdween, en de bus het er chaotisch mocht maken.

De rustigste tramperiode rond het station was waarschijnlijk tussen 1878 en 1896, toen alleen de paardentram naar de Haarlemmerhout er vertrok. Die tram had er een klein emplacement met twee sporen en een loodsje en een klein stukje zijlijn in de Rozenstraat. De paardentram kreeg in 1896 rond het station gezelschap van de stoomtram Haarlem-Beverwijk, die echter niet op het Stationsplein tot stilstand kwam, maar aan de andere kant, aan het Kennemerplein.

Rond de eeuwwisseling begon het voor het eerst lekker druk te worden rond het station. In 1899 kwam de Ceintuurbaan erbij, die twee smalsporen toevoegde aan het emplacement. Ook de paardentram was er toen nog – volgens tramkenner Dick van der Spek was de maatschappij in 1904 weliswaar vergeten de concessie te verlengen, maar kon onder een andere naam toch verder gaan. Aan de noordzijde van het station kwam er ook een klant bij: de ENET-tram naar Bloemendaal. Ook die moest, zoals eerder gemeld, netjes op het Kennemerplein blijven.

Na de opening van het nieuwe station in 1908 was de situatie iets overzichtelijker. Ietsje. Het beginpunt van de tram naar Bloemendaal verkaste nu ook naar het Stationsplein. Er kwam voor het station een derde spoor liggen, dat de toestroom van trams moest opvangen. Rond 1913 begon het Stationsplein in rap tempo een aanzienlijk ingewikkelder uiterlijk te krijgen. De NZH verving de paardentram naar Den Hout en de stoomtram van het station naar het Soendaplein door een elektrische tram die over normaalspoor reed. Op het Stationsplein lagen op dat moment vijf sporen met twee verschillende wijdtes, die alle zijstraten inschoten die op het plein uitkwamen. Eigenlijk lagen er zelfs zes sporen, maar daar komen we zo wel op.

Na de opheffing van de Ceintuurbaan en de lijnen naar Bloemendaal en Overveen keerde de rust op het Stationsplein, wat trams betreft, een beetje terug. Alleen de lijnen Haarlem-Leiden en Soendaplein-Heemstede hadden er nog wagens rijden. Het smalspoor was hoe dan ook van het plein verdwenen, zodat het hele tramemplacement was teruggebracht tot drie sporen. En in 1948, na het opheffen van alle stadsdiensten in Haarlem, was er zelfs helemaal niets meer.

Op één spoor na.

De Koninklijke Fabriek van Rijtuigen en Spoorwegmaterieel J.J. Beijnes, die toentertijd ook aan het Stationsplein was gevestigd, had een raccordement naar het emplacement bij station Haarlem. Die zijlijn liep langs het fabrieksgebouw, stak de Jansweg over en liep vervolgens omhoog naar de spoorlijn. Op het Stationsplein heeft Beijnes het rijk niet lang alleen gehad. Een paar jaar na de opheffing van de stadslijnen verhuisde Beijnes zijn productie naar Beverwijk. Acht jaar later ging de fabriekshal tegen de vlakte en verdwenen voorgoed de resten van de laatste spoorgebruiker op het Stationsplein.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s