Knokken rond de laatste tram

Dat de bevolking de tram eigenlijk helemaal niet kwijt wilde, bleek op zaterdag 31 augustus 1957 tijdens de laatste rit van de Blauwe Tram tussen Zandvoort en Amsterdam.

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Duizenden mensen namen droef maar ook enigszins recalcitrant afscheid van de lijn. Het bleef nog lang onrustig, die nacht.

In de Tempeliersstraat en op het Houtplein stonden ‘s avonds al zo veel mensen op de laatste trams te wachten en was de sfeer zo rumoerig, dat de politie er niet in slaagde te orde te handhaven. Zelfs agenten te paard maakten geen enkele indruk op de menigte. Het gevolg was dat toen de tram zich om kwart over acht eindelijk meldde, een zinderende massa het rijtuig omstuwde, de directie van de NZH en genodigden in een bonte mengeling met zich meesleurend. Bijna niemand had goed zicht op de tram, op de cameramannen van film en tv na, en enige jongens die op de daken van de omliggende huizen waren geklommen.

Nadat een serie ‘lijkredes’ was afgestoken en de tram was getooid met grafkransen, bleek dat genodigden en publiek niet de allerlaatste tram eer hadden betoond, maar de op één na laatste. De dienstregeling lag die avond behoorlijk in puin en terwijl de toegezongen en herdachte tram zich langzaam weer in beweging zette, kwam er nóg een tram uit Zandvoort. Ook die kreeg een requiem en een afscheidslied aangeboden, en de aanwezige cameramensen van de televisie filmden de hele boel nóg een keer.

In Amsterdam hadden de organisatoren van het afscheid er een Jordanees feest van gemaakt. Met een draaiorgel, Willy Alberti en de nodige haring en bier wachtten de Amsterdammers de tram op. Ook hier waren weer speeches, waar onder een tamelijk huichelachtige: één van de Amsterdamse wethouders presteerde het om zijn grote sympathie voor de tram te uiten en publiekelijk te verklaren dat hij de ‘Blauwe’ heel erg ging missen. Niemand floot hem uit en niemand riep terug dat hij de tram dan niet de stad uit had moeten jagen. Of ze moeten dat uit alle macht uit de kranten hebben gehouden, natuurlijk.

Amsterdam onthaalde de passagiers van de laatste trams – die zo vol zaten dat ze soms letterlijk tegen de ramen waren geperst – op haring en beschuit. Toen de rijtuigen vertrokken, speelde de politiekapel een droevige versie van ‘We gaan naar Zandvoort…’, wat na alle zogenaamd meelevende woorden van de hoge heren waarschijnlijk de eerste zin was die enige waarheid bevatte. Tijdens de terugreis naar Haarlem stond het langs de trambaan zwart van de mensen, ook al was het inmiddels ver na middernacht. Een dichte haag van bussen, auto’s, motoren, brommers en fietsen volgde de wagens richting Haarlem. Op de Leidsevaart reden de auto’s uiteindelijk in drie rijen dicht naast elkaar.

In de trams zelf was het uitermate onrustig. Bij Halfweg slaagden passagiers er in om een van de rijtuigen te ontkoppelen. Van het interieur van een van de andere wagens was niets meer over. De reizigers hadden alles losgetrokken en onderweg uit het raam gegooid. In Haarlem stond het publiek nog steeds op de – zij het eenmalige – terugkeer van de trams te wachten. Toen die eindelijk arriveerden, wilden de passagiers de rijtuigen niet verlaten. De politie, die het kennelijk een beetje zat begon te worden – het was volgens Haarlems Dagblad inmiddels half vier – besloot de wagens toen maar met gepast geweld te ontruimen.

In Zandvoort stonden om twaalf uur zeker vijfduizend mensen te wachten op de aankomst van een van de andere trams. De volledige politiemacht van het dorp was opgetrommeld, maar die slaagde er aanvankelijk niet in om de nogal uitgelaten plaatselijke jeugd in toom te houden. Agenten konden de relletjes pas na hardhandig optreden de kop indrukken. De meeste mensen waren trouwens na twaalven afgehaakt toen bleek dat de allerlaatste tram nog wel even op zich liet wachten. Toen die tegen twee uur dan eindelijk aan kwam, keerden ze massaal weer terug.

Aan boord van de tram waren leden van de buurtvereniging ‘De Wurf’, die in Zandvoortse klederdracht het afscheid in Amsterdam had opgeluisterd. De speeches waren hier van de voorzitter van de winkeliersvereniging en van de haltechef. De ‘echte’ hoogwaardigheidsbekleders hadden verstek laten gaan in Zandvoort. De NZH-directie had er voor gekozen het afscheid in Haarlem en Amsterdam te vieren en het gemeentebestuur van Zandvoort had de ceremonie maar helemaal aan zich voorbij laten gaan – tot groot ongenoegen van de plaatselijke bevolking trouwens.

De bemanningsleden van de laatste tram kregen van de voorzitter van de winkeliersvereniging als afscheid ieder een fles jenever, een grote taart en een kist sigaren, en van het publiek een laatste serie toejuichingen. Exact om tien voor drie ’s nachts klonk het laatste fluitsignaal en vertrok de tram, volgestouwd met enthousiaste en luidruchtige reizigers, voor haar slotrit.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s