Langs rustiek klinkende portiekwijken en aangeharkte natuur

Op oude foto’s is het tussen Haarlem en Amsterdam een kale bedoening.

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Zodra de reizigers Haarlem uit waren, zagen ze alleen nog maar platteland om zich heen. Halverwege dook dan Halfweg op met zijn suikerfabriek en zijn dorpskern, en daarna weer een tijd niets tot ze Amsterdam binnenreden.

Dat klinkt als een logische verdeling: stad-platteland-dorp-platteland-stad. Het was min of meer de standaard-dwarsdoorsnede van het Hollandse landschap in het begin van de twintigste eeuw. Misschien nog steeds, maar niet meer tussen Haarlem en Amsterdam. Wie het tramtracé tegenwoordig afrijdt, moet goed kijken om te zien waar de stad eindigt en het platteland begint.

Zijn er trouwens nog wel grenzen? Zijn alle dorpen en steden niet zo uitgedijd dat het nu één grote klont bebouwing is, met hier en daar een overgebleven natuurdingetje – omdat stadsbewoners nu eenmaal zo van groen houden, mits aangeharkt en goed begaanbaar uiteraard?

Over de aaneengesloten rij bedrijfsterreinen en verkeersknooppunten tussen Haarlem en Halfweg hebben we het al eerder gehad. Tussen Halfweg, Sloterdijk en Amsterdam is het met het platteland niet veel beter gesteld. Weliswaar oogt de omgeving na Halfweg nog lekker groen, maar dat is vooral te danken aan een net aangelegd parkje net voor de fly-over van de ook al net aangelegde A5. Dat parkje is trouwens erg aandoenlijk. Reeksen manshoge sprieten netjes op een rij. Het ziet er allemaal ontzettend kwetsbaar uit. Als een paar honden er wild gaan stoeien, ligt de hele boel in puin.

Een eindje verder is de aangelegde natuur al iets robuuster. De bomen vormen er een min of meer afgesloten scherm. Grappig is dat er hier voor fietsers een toeristische route is die een beetje slingerend langs de N200 loopt. Ze wijkt nooit ver van de weg – en het oude tramtracé – af maar steeds voldoende om een fietser het gevoel te geven dat het niet helemaal goed gaat en dat hij bij de volgende bocht alsnog de polder in wordt geslingerd. Al met al is de toeristische route nauwelijks langer dan het niet-toeristische fietspad, dat pal langs de weg blijft lopen. Her en der duiken tussen het groen oude boerderijen en loonwerkershuisjes op, wat de fietsende stadsbewoner helemaal het gevoel moet geven dat hij in de natuur verkeert.

Na het slingerpad duiken de eerste buitenwijken van Amsterdam op: Geuzenveld, Slotermeer en Bos en Lommer. Dat klinkt allemaal heel rustiek, alsof de Amsterdammers daar in schilderachtige hutten tussen schapen, bij kabbelende waterplassen of in smaakvol aangelegde parken wonen. In de praktijk blijken het gewoon kale rijtjeshuizen en portiekflats te zijn. Het tracé is hier trouwens een tikkeltje saai. Er is hier geen toeristische route met veel groen, maar alleen een fietspad langs de Haarlemmerweg/N200. Aan de noordkant een geluidsscherm of een vangrail, en aan de zuidkant een sloot: daarmee is de directe omgeving van het pad wel samengevat.

Pas voorbij de fly-over van de A10 begint het er weer iets interessanter uit te zien. De Haarlemmerweg verliest zijn karakter als snelweg en krijgt het uiterlijk van een – weliswaar nog heel drukke – boulevard. De bebouwing staat ook veel dichter op de weg. Hier zijn geen buitenwijken meer, dit is het begin van de echte stad. Heel veel gelegenheid om de nieuwe verschijningsvorm van de Haarlemmerweg te verkennen, is er echter niet. Als na enkele tientallen meters schiet een straat op een opvallende manier schuin van de weg af om vervolgens, aanzienlijk breder, naar het zuiden te buigen. Dit is de Admiraal De Ruijterweg, het meest omvangrijke overblijfsel van de ESM-tram.

De Admiraal De Ruijterweg is ook het enige stuk van het spoornet van de Blauwe Tram in Noord-Holland waar nog steeds trams rijden. Kort na de aftakking bij de Haarlemmerweg verschijnen er stroomdraden boven de weg, en die verlaten de straat niet meer. Het aantal tramattributen is hier trouwens enorm. Ben je in Haarlem trots als je weer wat rozetten hebt gevonden, hier zit er keurig om de veertig, vijftig meter zo’n ding aan de muur. En aan de overkant van de straat nog één. Jammer is alleen dat ze niet van de Blauw Tram zijn, want die had hier bovenleidingpalen.

Je struikelt in Amsterdam ook over de overgebleven haltes. Weliswaar in een moderne uitvoering, glazen gevallen die evenmin een Blauwe Tram van dichtbij hebben gezien, maar toch. En waar tot dusver geen meter rails was te zien, kan een fietser zijn voorwiel er hier linksom, rechtsom en overdwars in klem rijden. Het valt daarbij wel aan te bevelen om niet alleen te letten op de overweldigende rijkdom aan traminfrastructuur, maar ook acht te slaan op het materieel dat van deze voorzieningen gebruik maakt. De trambestuurders bellen meestal wel, maar dat klinkt van dichtbij nog behoorlijk hard.

De Admiraal De Ruijterweg (inderdaad, met een ij met puntjes en niet met een y zoals de rest van Nederland de naam van de zeeheld schrijft) maakt ter hoogte van de Jan Evertsenstraat een vrij scherpe bocht naar het oosten, draait een eindje verder zelfs iets naar het noorden en gaat vervolgens verder als de De Clercqstraat. De tramlijn volgt – en volgde – daarna de Rozengracht, de Westermarkt en de Raadhuisstraat om vlak voor het Paleis op de Dam rechtsaf te slaan naar de Spuistraat. Aanvankelijk ging de rit door tot het Spui. In 1914 is eindpunt teruggedrongen tot het einde van de Spuistraat.

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s