Als een streep naar Amsterdam

Tussen de rand van de Haarlemse binnenstad en de rand van het Amsterdamse centrum ligt een interessante bundeling van transportvormen.

Station Rijksstraatweg in Haarlem. Oftewel: het punt waar de Haarlemmermeerlijnen de Blauwe Tram ontmoetten.

Station Rijksstraatweg in Haarlem. Oftewel: het punt waar de Haarlemmermeerlijnen de Blauwe Tram ontmoetten.

Als een enorme goot zijn daar bijna vier eeuwen aan vervoersopties bij elkaar geschoven. Verkeer trekt verkeer aan, dat blijkt hier maar weer eens.

Ruggengraat van deze verkeersgoot is de trekvaart. De trekschuit mag dan het imago hebben van een traag, enigszins achterlijk vervoermiddel, de route die het voer was kennelijk zo slecht nog niet. Al waren er, dat moet gezegd, destijds ook weer niet zo veel mogelijkheden om in een rechte lijn van Haarlem naar Amsterdam te gaan via de smalle landbrug tussen IJ en Haarlemmermeer.

Hoe dan ook, aan de bovenzijde van de trekvaart kwam de spoorlijn Haarlem-Amsterdam en aan de onderzijde de oude Rijksstraatweg Haarlem-Amsterdam. Aan weerszijden van die straatweg zijn de beide sporen van de tramlijn Haarlem-Amsterdam aangelegd. In de twintigste eeuw is daar nog een flinke autoweg overheen gelegd en zijn er enkele fietspaden aan toegevoegd.

Een behoorlijke sliert aan verkeersstromen dus, die echter niet allemaal tegelijkertijd in actie zijn geweest. De trekvaart heeft de komst van de trein niet overleefd, de postkoets legde definitief het loodje met de opkomst van de trein en de tram, de tram heeft op haar beurt het loodje gelegd bij de komst van de bus en de auto terwijl de fiets, als een zoogdier na het dino-tijdperk, pas begon te floreren toen al die oervormen waren uitgestorven.

De restanten van sommige verkeersopties zijn bovendien al behoorlijk of zelfs geheel vervaagd. De trekvaart is op enkele delen gedempt en de beide sporen van de tram zijn onder een dikke laag asfalt verdwenen. Het op de voet volgen van het tramtracé is hier hoe dan ook geen aanrader, zelfs al was er iets terug te vinden. Het verkeer zoeft met zo’n intensiteit voorbij, dat de ondertitel van dit boek – ‘Een zoektocht langs de restanten…’ – vermoedelijk al snel op de inspanningen van de hulpdiensten zal slaan.

De veiligste manier om enigszins in de nabijheid van het oude tramspoor te blijven, is dus de om de auto te nemen, de trein te pakken of op de fiets te klimmen. De auto en de trein hebben echter zo hun nadelen. Niet alleen gaan ze te snel, waardoor alle leuke details aan de aandacht ontsnappen. Maar als een spoorzoeker wél wat ziet, wat moet hij dan doen? De auto op de snelweg stilzetten? Aan de noodrem hangen? Beide handelingen worden over het algemeen door medeweggebruikers, medereizigers en Justitie niet erg gewaardeerd. En telkens heen en weer rijden totdat het leuke detail eindelijk goed is bestudeerd of gefotografeerd, dat is een tamelijk kostbare geschiedenis.

Blijft dus over: de fiets. Die heeft – we gaan het niet spannender maken dan het is – hier gelukkig over de hele lengte van het tramtracé een vrijliggend en meestal ook afgeschermd pad. De fietser krijgt ruim baan van de Amsterdamse Poort in Haarlem tot de afslag naar de Admiraal de Ruijterweg in Amsterdam. Dat is nog eens meters maken.

Verwijzingen naar de tram zijn schaars op dit stuk, dus wie wil kan met een prettige zuidwesten wind in de rug vanuit Haarlem lekker een kleine 20 kilometer op de fiets doorhalen naar Amsterdam zonder onderweg al te veel te missen. Wie open staat voor een paar interessante momenten, moet het de komende baanvakken toch een beetje rustiger aan doen.

Aan de rand van Haarlem, vlak voor de Joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart is zo’n eerste verrassing. Want in het overzicht van verkeersstromen hierboven, is één vervoersvorm nog niet genoemd: het lokaalspoor. Dit was een lichtere, minder snelle en daarom ook minder beveiligde treinverbinding die langs stations in de buitengebieden pendelde. De Haarlemmermeerlijnen – die trouwens grotendeels buiten de Haarlemmermeer lagen – waren een van die lokaalnetten. Bij de Amsterdamsevaart maakte deze trein een stop bij station Rijksstraatweg (dat nog altijd bestaat en inmiddels fraai is opgeknapt) en reed vervolgens met een ruime bocht naar de oude spoorlijn, richting station Haarlem.

Het contact met de tramlijn Zandvoort-Haarlem-Amsterdam was vluchtig. Op de Amsterdamsevaart kruiste de trein even de beide sporen van de tram. Daarmee zijn alle banden tussen Blauwe Tram en Haarlemmermeerlijnen wel verteld. In Leiden, Haarlem en Amsterdam bleven ze verder ver uit elkaars buurt.

Dat maakt deze plek dan toch weer uniek.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s