Een tramemplacement midden in de stad

Samen met het Stationsplein, het Verwulft en de Haarlemmerhout was de Tempeliersstraat één van de grote tramknooppunten van Haarlem. hg-img106Een heel bijzondere ook, want eigenlijk ging er maar één tramlijn doorheen: Zandvoort-Amsterdam. En toch was het een knooppunt.

De Tempeliersstraat begon haar bestaan als tramstraat in 1899, met de aanleg van de ENET-lijn Zandvoort-Haarlem. Deze tramdienst begon vanaf het Heerenhek, op het hoekje met het Houtplein. Een paar jaar later sloot de ESM er op aan met haar tram naar Amsterdam. Een voor de hand liggende gedachte is om in zo’n geval de rails aan elkaar te lassen, de bovenleidingen door te trekken en de rijtuigen vrolijk verder te sturen. Een tramlijn is een tramlijn, nietwaar?

Maar zo eenvoudig was het niet. Om zich geen ellende op de hals te halen met de concessie voor de lijn Haarlem-Zandvoort had de ESM na de overname ENET zo veel mogelijk in tact gelaten. Die maatschappij mocht niet alleen haar eigen naam blijven dragen, maar ook haar eigen diensten blijven voeren. De grens tussen de twee werkgebieden lag in de Tempeliersstraat. Ten westen daarvan stond alles op naam van de ENET, ten oosten daarvan op die van de ESM.

Ook op hun trambanen in de Tempeliersstraat voerden ze die scheiding door. Weliswaar reed de ‘Amsterdamse’ ESM-tram gewoon door naar Zandvoort, maar de ‘Zandvoortse’ ENET-tram had in deze straat wel degelijk haar eindpunt. Om te voorkomen dat de twee diensten elkaar in de weg zouden zitten, lagen er aanvankelijk twee dubbelsporen, vier paar rails dus. De bovenste twee vormden daarbij het eindpunt van de lijn Zandvoort-Haarlem. De onderste twee waren voor de doorgaande lijn Amsterdam-Zandvoort. Wel lagen er verschillende wissels in, zodat het mogelijk was om van de ene lijn op de andere te komen.

De vier sporen namen de hele breedte van het wegdek van de Tempeliersstraat in beslag, want zo breed was die nu ook weer niet. Als er dan ook nog eens een vierwagentram in de straat was aangeland, nam die zo ongeveer ook de volledige lengte in beslag. De Tempeliersstraat leek door dit alles, om een mopperende tijdgenoot aan te halen, meer op een tramemplacement dan op een gewone woonstraat. Wat natuurlijk in feite ook zo was.

De Tempeliersstraat was ook om een andere reden een scheidslijn tussen de ‘Amsterdamse’ en de ‘Haarlemse’ tram naar Zandvoort. De ESM reed op het stadsnet in de hoofdstad, en daar was de draadhoogte van de bovenleiding veel groter. Die grotere beugel reed echter niet lekker op het lagere ENET-net. De ESM-wagens hadden daarom twee beugels, leggen spoorkenners J.J. van Helden, Jac. De Graaf en J.C. de Wilde uit. In de Tempeliersstraat lieten ze de hogere Amsterdamse stroomafnemer zakken en zetten ze de lagere ‘Zandvoortse’ beugel omhoog.

De NZH handhaafde het sporenplan in grote lijnen, want het was toch wel erg handig om doorgaande en lokale diensten op deze manier te scheiden. Wel verlegde ze de sporen iets, zodat de trams eenvoudiger konden manoeuvreren. De NZH gaf de straat een nog iets hoger tramgehalte door er een haltegebouw en een kantoortje neer te zetten. Dat kantoor had zijn sporen trouwens al ruimschoots verdiend: het had daarvoor jarenlang op het Spui in Amsterdam gestaan als wachtgebouw toen de tram daar zijn eindpunt had.

Bijna 60 jaar na het verdwijnen van de tram speelt de Tempeliersstraat nog steeds een belangrijke rol in het Haarlemse openbaar vervoer. Het is nu een belangrijk overstappunt voor verschillende Arriva- en Connexxion-buslijnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s