Een dagje naar het strand, met stormloop toe

Tramstation Zandvoort. Foto: collectie Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Tramstation Zandvoort. Foto: collectie Historisch Genootschap De Blauwe Tram

De nieuwe tram naar Zandvoort was een groot succes in de zomer van 1899. Misschien wel iets té groot. Vooral de terugreizen op zondag waren een beproeving omdat de ENET de vele reizigers, die aan het einde van de dag allemaal tegelijk naar huis wilden, niet aan kon.

De trammaatschappij had de bui al een beetje zien hangen. Na de officiële opening op zaterdag 1 juli was de eerste rit voor het publiek niet op zondag 2 juli, maar de maandag daarna, op 3 juli. Dan had het personeel een week langer om de kinderziektes te overwinnen voordat het echt los ging. Het bleek uitstel van executie.

Het grote probleem voor de ENET was dat ze veel te weinig materieel had. Van de acht bestelde rijtuigen waren er nog maar drie afgeleverd. Tegelijkertijd was de belangstelling voor dit nieuwe, moderne vervoermiddel enorm. De eerste zondag na de opening, op 9 juli dus, puilden de wagens vanaf de allereerste rit uit. ’s Ochtends stonden er op de heenreizen vaak veertien of vijftien man op de balkons, terwijl er hooguit plek was voor tien. In de loop van de middag was de drukte bij het beginpunt in Haarlem zo groot dat mensen die terugkwamen nauwelijks konden uitstappen. Ze werden teruggedrongen door het vele volk dat de tram binnen probeerde te komen. De politie had bij het Heerenhek dan ook haar handen vol om de orde te handhaven.

Die 9de juli begon het in de loop van de avond uit de hand te lopen in Zandvoort. Het gedrang in en om de trams was enorm. Een reiziger vertelde een verslaggever van Haarlems Dagblad later dat hij zich het ene moment nog in het overvolle tramrijtuig bevond en het volgende moment, zonder dat hij precies kon achterhalen wat er was gebeurd en zonder dat hij er iets aan kon doen, opeens weer buiten stond. Als mensen niet via de deur de tram in konden, klauterden ze door de ramen naar binnen. En als een rijtuig zo vol zat dat er echt niemand meer bij kon, en als zelfs het balkon uit zijn voegen barstte, dan namen een paar reizigers gewoon plaats op de treeplanken.

Rond half twaalf ’s avonds stonden er nog steeds vijfhonderd mensen te dringen voor het Zandvoortse tramstation. Pas tegen enen waren alle badgasten op weg naar Haarlem, het personeel van de ENET totaal uitgeput achterlatend. Een conducteur die om zeven uur ’s ochtends was begonnen, klaagde ’s avonds dat hij het zo druk had gehad dat hij al die tijd niets had kunnen eten of drinken. Volgens een voorzichtige schatting had de trammaatschappij die ene dag 6500 mensen vervoerd. Ondanks het gedrang en de gevaarlijke toestanden – onderweg was een reiziger nog van een treeplank gevallen – had niemand noemenswaardige verwondingen opgelopen.

Een week later was het niet veel beter. Volgens een Haarlemse badgast ontstonden er bij het vertrek ’s avonds mensonterende toestanden. Badgasten moesten anderhalf uur wachten in de zon en in een steeds groter wordend gedrang voordat ze eindelijk eens de tram in konden. De Haarlemmer wond zich in de krant vooral op over de touwen waarmee de ENET de boel in goede banen probeerde te leiden. ,,Alsof we wilde beesten waren. Wat zeg ik, beesten? Nee, zelfs de schapen op de markt worden nog door houten hekken afgesloten.’’

De columnist Fidelio stelde in Haarlems Dagblad voor om bij het vertrek nummertjes uit te reiken. In Parijs hielden ze zo de toeloop op de omnibussen in bedwang. En als ze de boel op die manier in een wereldstad in goede banen konden leiden, dan moest het in Zandvoort vast ook wel lukken. De ENET koos echter voor een andere methode: ze legde in het wachtvak voor de tram een tweede vak aan. Daar liet ze precies zo veel in als er in de tram konden en sloot het dan met een houten hek af. Op die manier vermeed ze het gedrang en de klauterpartijen pal voor de trams. Die drukte verplaatste zich nu naar de ingang van het wachtvak, waar mensen zich met man en macht doorheen probeerden te persen.

Voor het personeel was het nog steeds een uitputtingsslag. Volgens een getuigenverslag stond een ENET-medewerker een van die zondagen in de opening van het wachtvak met zijn handen en voeten stijf tegen het hek geklemd, in een poging de oprukkende menigte tegen te houden. Die klom echter onder hem door en langs hem heen. Eenmaal in het vak, was het voor het publiek ook afzien. Ze moesten vijf, tien, soms twintig minuten wachten voordat ze de tram in konden, opgesloten als haringen in een ton.

Op de laatste zondag van juli was het nog steeds een janboel. Een verslaggever noemde de toestand ‘allertreurigst’ en beschreef hoe reizigers verfomfaaid, met gescheurde kleren en kapotte hoofddeksels in het wachtvak op de tram wachtten. Gelukkig was er een aparte doorgang voor kinderen en hun ouders of begeleiders, anders zouden die nog volkomen in de verdrukking zijn geraakt.

De ENET bouwde in allerijl enkele zandlorries met eenvoudige houten banken om tot open wagens. En begin augustus kwamen drie grote aanhangrijtuigen van Beijnes beschikbaar, die elk 60 mensen konden vervoeren. Er gloorde enige hoop. Toch zouden Haarlemmers en Zandvoorters nog jarenlang klagen over de chaos bij de tram op zomerse dagen.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s