Schapenhokken voor strandreizigers

Tramstation Zandvoort rond 1910. Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Tramstation Zandvoort rond 1910. Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Tot april 2014 was het terrein van tramstation Zandvoort nog steeds in gebruik waarvoor het ooit is bedoeld: het laten in- en uitstappen van reizigers in het openbaar vervoer. Alleen stopten er toen ruim 55 jaar geen trams meer, maar bussen. Ook de vorm van het emplacement was nog grotendeels hetzelfde. De enorme ruimte die weggebruikers tot hun beschikking hadden op de Louis Davidsstraat en de daar op volgende Prinsesseweg, was volledig te danken aan de drie, en op het breedste punt zelfs vier sporen die de tram er in gebruik had. Voor het overige was het terrein onherkenbaar veranderd. Een reiziger uit de eerste helft van de vorige eeuw zal het busstation maar een kale, ongezellige bedoening hebben gevonden. Het tramstation dat hij gewend was, had namelijk meer weg van een volgepakt kermisterrein dan van een openbaar-vervoerhalte.

Het tramstation begon nog vrij eenvoudig. Aan de noordelijke kant van wat nu de Louis Davidsstraat is, verscheen in 1899 een houten wachtlokaal met loket, twee sporen en een simpel emplacement. Het terrein was afgeschermd met een menshoog hek. Ruimte om uitgebreide rangeersporen aan te leggen, had de ENET toen nog niet. Die kwam in 1905, toen de nieuwe eigenaar ESM het naast het station gelegen terrein opkocht. De trammaatschappij creëerde zo genoeg ruimte om twee diensten te laten rangeren zonder dat ze elkaar in de wielen reden. De ESM kleedde het station bovendien verder aan.

Rond 1910 waren aan weerszijden van het terrein houten toegangsgebouwtjes met daarachter lange houten overkappingen. Dat waren afgesloten wachtvakken, die al gauw ‘schapenhokken’ heetten. Om elk misverstand voor de reizigers uit te bannen, was op de gebouwtjes de bestemming van de tram geschilderd: de noordelijke was het verzamelpunt voor de wagens die tot Haarlem reden, de zuidelijke voor de tram die doorreed naar Amsterdam.

Op de kop van het emplacement was een klein houten loketgebouw en daarachter drie sporen, die zich halverwege het terrein verder vertakten. In 1913 diende de ENET de bouwaanvraag in voor een heus stenen station. Het was een eenvoudig gebouw ter grootte van een middenstandswoning met daarin een wachtlokaal, een urinoir en een kantoortje voor de haltechef. Op de gevel was een mozaïek aangebracht met de naam van het station, zoals in die tijd te doen gebruikelijk. Hoewel het simpel was uitgevoerd, zag het gebouw er fraai uit met zijn vele sierlijsten, krullerige stationsklok en leistenen dak.

Tot halverwege de jaren 50 bleef het tramstation en zijn emplacement grotendeels ongewijzigd. In juni 1957 diende de nieuwe tijd zich echter meedogenloos aan. De zuidelijke, de ‘Amsterdamse’ schapenhokken gingen tegen de vlakte en een groot deel van de sporen verdwenen uit het emplacement om zo plaats te maken voor een busstation. Een paar maanden later, na de laatste rit, kon de NZH ook de rest van het emplacement opbreken.

Tastbare herinneringen aan de tram zijn er niet meer. Maar ook de bus heeft er inmiddels, letterlijk en figuurlijk, het veld moeten ruimen. Het oude busstation – een rechttoe-rechtaan gebouw van glas en gevelplaten – is halverwege de lente van 2014 tegen de vlakte gegaan. De bussen zelf zijn van het plein verjaagd. Ze hebben er plaats gemaakt voor de bouw van een appartementencomplex en de uitbreiding van een supermarkt.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s