Waar ‘Versch gekarnd’ overdreven modern is

OverveenDe smalspoornetten en het normaalspoor hadden in Haarlem de taken keurig verdeeld. Het smalspoor cirkelde min of meer rond de oude binnenstad heen – een doorsteekje bij de Jansstraat en de Jansweg daargelaten – en het normaalspoor roste er dwars doorheen. De grote knooppunten van het smalspoor, het Stationsplein en de Tempeliersstraat, lagen dan ook allemaal aan de rand van het oude centrum of zelfs een eindje daar buiten. Die van het normaalspoor was echter midden in de stad: op het Verwulft.

Deze straat ligt in de Gedempte Oude Gracht tussen de Grote Houtstraat, de Gierstraat en de Koningstraat. Voor wie even geen kaart van Haarlem voor zijn neus heeft: De Gedempte Oude Gracht loopt met een boog van het zuidoosten naar het noordwesten van de Haarlemse binnenstad. Op één derde van die boog snijden de Grote Houtstraat en de Gierstraat/Koningstraat er een hap uit van een meter of vijftig. Et voilà: het Verwulft. Volgens de onuitputtelijke bron van gratis kennis Wikipedia komt de naam van ‘overwelfd’ en verwijst ze naar de overkluizing in de gracht – toen de Gedempte Oude Gracht nog niet gedempt was.

Hoe dan ook, op het Verwulft kwamen de twee sporen van Haarlem-Leiden en de lijn Haarlem Verwulft-Overveen bij elkaar. Om al die lijnen aan elkaar te knopen, waren er maar liefst drie splitsingen. Het geheel had een merkwaardige structuur, schrijft Dick van der Spek in zijn NZH-Railatlas. Trams die vanuit de remise aan het Soendaplein kwamen en hun dienst wilde beginnen, moesten eerst een stuk verder rijden, de Gierstraat in, en daar een wissel omzetten. Pas dan konden ze hun reis via de Gedempte Oude Gracht richting Overveen vervolgen. Midden op het Verwulft lagen trouwens twee sporen: een doorgaand spoor naar de noordelijke tak van de Grote Houtstraat en een klein kopspoor bij de halte in deze straat.

De geschiedenis van de tramlijn is kort en moeizaam. Op 18 juni 1914 opende de NZH het eerste deel van de lijn. Die liep van het Verwulft en de Gedempte Oude Gracht, de Zijlsingel en de Zijlweg. Bij de Julianalaan, de gemeentegrens, stopte de lijn toen. Volgens Van der Spek vertraagde de Eerste Wereldoorlog de aanleg van verschillende werken in Overveen, waaronder de verlenging van de lijn.

Op 19 augustus 1916 kwam er dan toch 900 meter bij en verschoof het eindpunt over de Zijlweg naar het Zandvoorterpad, vlak bij de Bloemendaalseweg. Vijf maanden later kreeg de lijn er nog eens 400 meter bij en kwam het eindpunt op de Bloemendaalseweg te liggen, pal bij de spoorwegovergang in de spoorlijn naar Zandvoort. Op 1 januari 1929 werd het traject omgedoopt tot tramlijn 5. Maar viereneenhalf jaar later, op 14 juni 1933 – vrijwel exact negentien jaar na de eerste rit – was het feest alweer voorbij.

De 2,5 kilometer lange tramroute, want die moeten we natuurlijk nog wel even afleggen, is uitstekend te belopen. De plek waar de lijn begon, midden op het Verwulft, is moeiteloos te vinden en zonder gevaar van dichtbij te bekijken. Op de plaats van de halte staat nu een glazen gebouwtje dat een sprekende gelijkenis met een tram vertoont (dat ding met die twee gebogen stalen balken en de klok er boven). Ooit had de VVV hier haar onderkomen, maar sinds kort staat het pand leeg.

Op de Gedempte Oude Gracht is het beter de tramroute niet al te exact te volgen, maar uit te wijken naar de trottoirs aan weerszijden van de weg. Het verkeer is er van dien aard dat historisch tramonderzoek voor de omwonenden ernstige geluidoverlast met zich meebrengt (getoeter, gierende remmen, gescheld, kreukend blik en ambulancesirenes) en een drastisch verkorte levensverwachting voor de deelnemers. En dat is het allemaal ook niet waard.

Die restrictie geldt ook voor het Raaks, waar de tram destijds linksaf sloeg, de Raaksbrug en de Zijlsingel over, waar de route weer eventjes naar het noorden draait. Bij de Zijlweg – de tram ging hier linksaf – is er evenmin plek om eens lekker midden op de rijbaan het oude tracé te volgen. Een beetje jammer allemaal. Voor het betere spoor-speurwerk hoef je hier trouwens ook niet te zijn. Op de Zijlweg is het almaar rechtdoor tot je niet verder meer kan, en dan nog een stukje naar rechts.

En voor de omgeving – nu we toch aan het mopperen zijn – hoeft een wandelaar er evenmin op uit. Het is er niet lelijk (heel erg lelijk heeft trouwens wel weer zijn charme) en het is er niet bijzonder mooi. Langs het Haarlemse deel van het tracé zijn de huizen statig, maar ook weer niet té. In Overveen zijn de woningen chique maar ook weer niet adembenemend. De meest opmerkelijke delen onderweg zijn het spoorwegviaduct in de lijn Leiden-Haarlem, de oversteek in de Westelijke Randweg en het oude stukje Overveen bij de Bloemendaalseweg.

Het spoorviaduct lijkt zo uit het begin van de vorige eeuw te komen. Het is weer zo’n feest van ijzer, klinknagels en baksteen. Het is wel een beetje gebutst. Het bordje met ‘3,7 m’ boven de weg heeft kennelijk niet elke vrachtwagenchauffeur aan het denken gezet. En helemaal graffitivrij is het kunstwerk helaas ook niet gebleven. Op het hardsteen staan nogal wat tags. Zouden de letters ‘N’, ‘A’ en ‘T’ die op drie achtereenvolgende pilaren zijn gezet ook graffiti zijn? Of zijn die van een schilder die na deze arbeid bedacht dat hij hoognodig naar een andere klus moest?

De omgeving rond de Westelijke Randweg is opvallend in negatieve zin. Het is een buitengewoon verpieterd gebied. Een drukke weg met desolate vlakten, grote, enigszins zielloze gebouwen en een lelijke flat. Gauw wegwezen daar, maar natuurlijk wel goed uitkijken met oversteken.

Het deel van Overveen bij de Bloemendaalseweg springt er juist weer op een heel plezierige manier uit. Jammer dat er asfalt ligt, anders had de heleboel zo het Openluchtmuseum in gekund – in de afdeling leuke straatjes uit de achttiende en negentiende eeuw. De gevelreclame ‘Koopt heden Blue Band versch gekarnd’ komt in deze omgeving zelfs een beetje overdreven modern over.

Het laatste stukje van het tracé over de Bloemendaalseweg ziet er groen en redelijk statig uit. Het is er alleen een beetje smal en druk, met ook wel heel veel auto’s langs de kant. Dat leek langs de Zijlweg toch wel minder. De spoorwegovergang van de lijn naar Zandvoort, het eindpunt van de tramlijn, is een soort scheidslijn in de Bloemendaalseweg. Letterlijk, want het wegdek is er gemarkeerd met opvallende gele strepen – alsof de rood-witte Andreaskruizen, spoorbomen en overwegseinen nog niet genoeg aandacht trekken. Maar ook figuurlijk. Achter het spoor krijgt de Bloemendaalseweg opeens een ander uiterlijk. Aanzienlijk minder groen, maar wel een stuk levendiger. Het is daar zo’n ouderwetse winkelstraat, waar de klant zijn auto nog pal voor de deur van de tabakszaak en de goudsmederij kan parkeren.

Maar goed, zo ver is de tram nooit gekomen, dus dat laten we verder maar zitten.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s