Slaapdronken monsters, vanggrage geultjes en gillende rupsen

19350115 verkeer in de knel 9 c5b14591-3ead-f3c8-dc7d-73c7af94e1a5Was die tram in Haarlem nou echt zo gevaarlijk? Het antwoord is: nee, ze kon er prima rijden. Als al het andere verkeer tenminste netjes aan de kant bleef. In de jaren 30 begonnen door het toenemende autobezit en de opkomende autobus zelfs de breedste straten dicht te slibben. Dat én de ietwat losse verkeers- en parkeermoraal uit die tijd zorgde voor een totale chaos in de binnenstad. Haarlems Dagblad stuurde in januari 1935 een verslaggever en een fotograaf op pad die met ware doodsverachting een beeld van het verkeer in de stad probeerden te schetsen. Ook dit verhaal is omgezet in de moderne spelling.

‘Twaalf uur in de middag. Spitsuur. Drommen fietsers persen zich door de kronkelstraten, nauw of levensgevaarlijk door uitstekende of weggezonken tramrails, glad van afgesleten asfalt of modder- en vetbekleefde houtblokken die die als plaveisel de rails opvullen. Een gil… Een fietser is gevallen op de hoek van de Grote Houtstraat en de Grote Markt. Hij had niet gemerkt dat de rails in de bocht van de weg meedraaiden. Op hetzelfde moment tuimelt er één bij de ingang van de Koningsstraat. Telkens loopt het goed af, want de aanstormende, bellende, koffie-drink-haastende menigte kon de gevallende juist op tijd ontwijken.

Terwijl de fietsers vallen, beuken de auto’s elkanders spatborden, want de gladde bestrating in de Koningsstraat doen de wagens doorglijden, al rijden ze nog zo langzaam. Moet er één stoppen, dan kan de bestuurder vast berekenen hoeveel een kapotte achterwand kost, want degene die achter hem rijdt kan niet uitwijken. Langs de stoep staat immers een onafgebroken rij geparkeerde auto’s, ongeacht of het mag of niet. ’

En zo gaat de verslaggever nog even door met beschrijvingen van ‘slaapdronken elektrische monsters’ die opeens van links naar rechts schieten, ‘alsof ze zich op een prooi storten’, ‘vanggrage geultjes voor fietsers’, de ‘stalen kar die andere weggebruikers dwingt slangenmensen te zijn’ en de ‘onheilspellend gillende lange rups’. Maar het beeld is wel duidelijk: het is niet pluis in de Haarlemse binnenstad, en de tram is een van de oorzaken van alle ellende. Maar lang niet de enige.

Sterker nog, eigenlijk is de tram de enige die zich een beetje aan de regels houdt. Dat de wagens zo groot zijn en door de loop van het tracé onverwacht moeten uitwijken en dat hun rails precies het juiste formaat hebben om een fietswiel in op te vangen, daar kan de tram ook niets aan doen. Het zijn juist de fietsers, automobilisten, melkboeren, bakkerskar-bestuurders, vrachtwagenchauffeurs en schuinparkeerders die de stad klem zetten. En de bussen, niet te vergeten. De gevaarten schijnen in de binnenstad geen bocht te kunnen nemen zonder eerst links over het trottoir te rijden en vervolgens rechts een winkelpui op een haartje te missen.

De verslaggever dagdroomt aan het einde van zijn verslag van een stad waarin de tram geen probleem meer oplevert, alle straten zijn bevrijd van geparkeerde auto’s, er geen glad plekje meer op het wegdek is te vinden en alle wegen helder zijn verlicht. Zou de binnenstad dan niet zo veel veiliger zijn? Nee, geeft hij meteen zelf het antwoord. Zolang weggebruikers zeggen ‘ik hou me altijd aan de regel dat rechts voor gaat, behalve als ik zelf van links kom’, zolang mensen er vanuit gaan dat een flinke claxon of luid belgeratel een vrijgeleide is om alle kruispunten met een sierlijke vaart over te steken en zo lang fietsers, automobilisten of motorrijders in de veronderstelling verkeren dat ze meer recht hebben op de weg dan een ander, zullen de hulpdiensten nog wel even aan het verbinden blijven, stelt hij. ‘Weest gewaarschuwd voor de gevaren die… gij zelf schept.’

De cijfers die hij op het einde geeft, maken het verhaal nog een tikkeltje schokkender. In 1933 zijn er in Haarlem 1723 ongelukken gebeurd. Een jaar later waren dat er iets minder, maar toch al gauw 1484. En in 1935 waren er, tot het moment dat het verhaal verscheen, in Haarlem al twee mensen om het leven gekomen in het verkeer. Dat jaar was toen nog maar twee weken oud.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s