Tramwandelen over de Haarlemse Ceintuurbaan

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEen toerist kan wat afwandelen in Haarlem. Er is een Frans Hals-wandeling, een hofjeswandeling, een Lieven de Key-wandeling, een Godfried Bomans-wandeling, een monumentenwandeling en een zaterdagwandeling. Maar een tramwandeling? Vergeet het maar. Terwijl het toch een mooi thema is om een rondje Haarlem te doen, dwars door en net langs de binnenstad, langs hofjes, Frans Hals en monumenten, maar ook door straten waar die andere wandelingen ver vandaan blijven.

Om dat gemis goed te maken, volgt hier een wandeling over de voormalige Ceintuurbaan. Ze is 5,61 kilometer lang. Dus wie een beetje doorstiefelt, en niet te lang blijft hangen bij de bezienswaardigheden en in uitspanningen, legt het parcours makkelijk in een ochtend of een middag af. Sterker nog, een beetje wandelaar is in een uur weer terug. Desondanks is de route hier in tweeën gesplitst. Anders is het zo’n lap tekst.

Beginpunt is station Haarlem. Lekker makkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer en historisch verantwoord, want vanaf deze plek vertrokken de trams ook daadwerkelijk. Op dubbelspoor gingen ze de hoek om, de Jansweg in, richting binnenstad. De kans om een paar wanhopige buitenlanders aan te treffen is in deze straat tamelijk groot. Niet vanwege de omgeving (die niet heel bijzonder is, maar laten we daar niet weer over beginnen) maar door de straatnaamgeving. In al hun wijsheid hebben de Haarlemse stadsbestuurders ooit besloten het verlengde van de Jansstraat Jansweg te noemen, in plaats van de Jansstraat lekker de Jansstraat te laten en gewoon door te nummeren. Kennelijk met het idee: als er ooit toeristen komen, dan kunnen we lachen.

En zo zijn er af en toe mensen te vinden die niet-begrijpend voor een vaag appartementengebouw staan, terwijl ze toch echt op zoek zijn naar een adres in een zeventiende-eeuws pand. Natuurlijk zijn er altijd Haarlemmers die de onfortuinlijke dwaalgasten proberen uit te leggen dat ze niet in ‘the Jansway’ maar in ‘the Jansstreet’ moeten zijn, ‘over the bridge, behind the Nieuwe Gracht’. Hoewel deze aanwijzingen geografisch volkomen juist zijn, wekken ze bij de buitenlanders al snel de indruk dat ze ernstig is de maling worden genomen. Overigens heeft het oude stadsbestuur een eind verderop, bij de Kruisstraat/Kruisweg, dezelfde stunt uitgehaald.

Ondertussen laat de stad zich ‘over the bridge, behind de Nieuwe Gracht’ van haar fraaiste kant zien. De historische gevels vliegen je om de oren. Rijk versierd ook, die dingen. We zijn hier voor een Blauwe-Tramwandeling, maar we kunnen er ook moeiteloos een opmerkelijke-gevelstenenwandeling van maken. Op raambogen prijken kleine, maar uiterst sprekende koppen, twee huizen tonen de stadswapens van Haarlem, Amsterdam, Leiden en Den Haag en nog meer buitengewoon sprekende koppen, een in steen gebeitelde uitleg bij het Barbera Vrouwen Gasthuis (en nog meer koppen), een soort rococo-gevel (zonder koppen maar wel met talloze weelderige bladeren) en her en der nog wat losse teksten. En dan opeens is er de Grote of Sint-Bavokerk. Daar valt zo veel over te vertellen dat die een eigen wandeling waard is, dus die slaan we nu maar even over.

De tram ging hier linksaf, de Riviervischmarkt op en vervolgens weer rechtsaf, het Klokhuisplein op. Beide zijn alleraardigste straten, vol cafeetjes, restaurants en terrassen. Het bochtenwerk dat de tram hier maakte, wekt bewondering, want het is op het oog een tamelijk krappe bedoening. Al laat al die uitwaaierende horeca de boel natuurlijk wel aanzienlijk smaller ogen dan het in werkelijkheid is.

Na de Grote kerk te zijn gepasseerd, dook de tram linksaf de Damstraat in, alweer zo’n voor trambegrippen krappe horecastraat. Maar aan het eind daarvan, komt er weer ruimte. Met een betrekkelijk ruime bocht draaide de tram het Spaarne op. Deze boulevard langs de gelijknamige rivier kent een heerlijk ratjetoe aan bouwstijlen: van vroeg-zeventiende-eeuwse trapgevels tot vierkante jaren 70-blokkendozen, van keurig en stijlvol gerestaureerd tot van-ellende-bijna-in-elkaar-gestort. Het kan allemaal. Het voelt ook lekker ruim hier. Dat is natuurlijk al gauw met een rivier naast je, maar het Spaarne meandert er op deze plaats lustig op los, waardoor er een soort brede waterpleinen ontstaan.

Het deel van het Spaarne dicht tegen het hart van de stad is duidelijk de ‘duurdere’ kant. Althans, er staan flink wat huizen waar vermogende Haarlemmers – niet de allerrijksten natuurlijk, die gingen buiten Haarlem wonen – waarschijnlijk wel een voet over de drempel wilden zetten. In het zuiden van het Spaarne, richting Turfmarkt, ziet de boel er opmerkelijk eenvoudiger uit. Weliswaar is er her en der nog een verdwaalde trapgevel te zien, maar er staan vooral veel van die typische panden waar ambachtslieden en kleine handelaren hun winkel/werkplaats annex woning hadden. Al zijn de gevels van een granitowerker en een brandstofhandelaar in al hun eenvoud weer erg aardig.

Bij de Turfmarkt ging de tram rechtsaf, de Kampervest op. Hier heeft de eenvoud met nog meer kracht toegeslagen. Op een enkel historisch ogend plekje na, zijn er hier vooral negentiende- en twintigste-eeuwse woningen en bedrijfsruimten met heel eenentwintigste-eeuwse ondernemingen: een scootershop, een schadeherstelbedrijf en een laminaatzaak. Qua stadsschoon is hier weinig eer te behalen. Maar een straat verderop – de Kleine Houtweg, waar de tram weer naar het zuiden boog – is dat opeens weer anders. De straat is een verzameling van charmante, fraai uitgedoste negentiende-eeuwse herenhuizen, onderbroken door het paleis van het Regionaal Archief, de RK Meisjesschool met haar stijlvolle maar strenge gevel, en het Frederikspark. Je kan het slechter treffen, zullen we maar zeggen.

Bij de Paviljoenslaan – wel een beetje druk, maar ook niet verkeerd – sloeg de tram rechtsaf, richting het westen. Ze tingelde langs de Haarlemmer Hout en het majestueuze provinciehuis naar de Dreef, waar ze vervolgens een klein stukje naar het zuiden reed en daarna weer rechtsaf sloeg, de Hazepaterslaan in. Dat is een mooi punt om even halt te houden tijdens de wandeling over de oude Ceintuurbaan.

Advertenties

One thought on “Tramwandelen over de Haarlemse Ceintuurbaan

  1. Jansstraat / Jansweg, Kruisstraat / Kruisweg. Het zelfde zie je bij de Zijlstraat / Zijlweg, Kleine Houtstraat / Kleine Houtweg. Opmerkelijk weer niet bij de Grote Houtstraat / Houtplein. Ook opmerkelijk dat zowel de Jansweg als de Kruisweg bij de Nieuwe Gracht beginnen en niet bij de Ridderstraat of pas bij de Singels.
    Jammer van die tramlijnen: Het zou, net als bijvoorbeeld in Lissabon, een geweldige touristische atractie zijn.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s