Bello maakt brokken met de Blauwe Tram

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Foto: collectie Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Het gebeurt niet vaak dat een schrijver zijn gehele oeuvre samengebald ziet in één spoorrit. Maar met een op 20 augustus 1945 uitgevoerd tochtje was dat het geval. Bello (van Sporen 1 en 2) trok vanuit Haarlem (het begin van de IJmuider spoorlijn) een serie Blauwe Trams (waar dit boek over gaat) naar Leiden. De locomotief was trouwens geleend van de lijn Alkmaar-Bergen, waar ik ook nog over wil schrijven. Een prachtige, symbolische tocht dus. Jammer alleen dat het helemaal verkeerd ging.

Doordat de brug over het Oegstgeester kanaal in 1944 was opgeblazen, was de tramlijn Leiden-Haarlem in tweeën gehakt. Dat was niet alleen vervelend voor de reizigers tussen Leiden en Sassenheim, maar ook voor de NZH zelf. De maatschappij wilde in de zomer van 1945 beginnen met een halfuurs-dienst, maar kwam daarvoor aan de Haarlemse kant een motorrijtuig en twee geschikte aanhangrijtuigen tekort. Wel stonden er bij Beijnes drie aanhangrijtuigen van een ander type, maar die waren niet geschikt om achter de gangbare motorwagens A 600 te hangen. In Leiden waren meer dan voldoende goede aanhangrijtuigen beschikbaar, maar die konden dus het Oegstgeester kanaal niet over.

Maar er lagen ook nog andere rails tussen Leiden en Haarlem: die van de Nederlandse Spoorwegen. En die waren best bereid om de tramcollega’s uit de brand te helpen. Een locomotief zou op de heenrit de drie, voor de Bollenlijn ongeschikte aanhangrijtuigen naar Leiden brengen, en op de terugrit de juiste motorwagen en aanhangrijtuigen naar Haarlem slepen. Omdat de gebruikelijke NS-locomotieven geen goede koppeling hadden, haalden de NS de oude Haarlemmermeerlijnen-loc Bello van stal, die nu op de tramlijn Alkmaar-Bergen reed.

Op maandag 20 augustus ging het konvooi op pad, met een voorzichtig gangetje van dertig kilometer per uur. Maar hoe langzaam het ook ging, bij Lisse ontspoorde de boel. Letterlijk. De wielbanden van een tram zijn een stuk smaller dan die van een trein. Daardoor zakte één van de wielen van het voorste tramrijtuig naast het puntstuk van een wissel en vloog naast de rails.

Het blad Tramnieuws schrijft later hoe de ongevallenwagen van de NS en de noodploeg van de NZH naar de plaats des onheils spoedden. De schade bleek betrekkelijk beperkt en met vereende krachten slaagden tram- en treinlui er in om de wagen weer op de rails te krijgen. Toen Bello was teruggekeerd – die was namelijk even water gaan halen in Leiden – kon het konvooi alsnog zijn weg vervolgen.

In Leiden durfden NZH en NS de terugrit niet meteen aan. Wie verzekerde hen dat de andere tramrijtuigen wel veilig de reis konden voltooien? Weliswaar was er nog niet heel veel treinverkeer zo kort na de bevrijding, maar de diensten die wel reden wilden ze niet plat leggen voor een paar tramstellen. Althans, niet doordeweeks. NS en NZH stelden de terugrit uit tot zaterdag 1 augustus, met het idee dat als het dan mis ging, de spoorwerkers in elk geval het hele weekeinde hadden om de rails weer vrij te maken. Op zondag reed op dat moment nog helemaal niets.

De reis van Leiden naar Haarlem verliep echter zonder enig probleem, zodat de NZH eindelijk zijn rijtuigen had voor de halfuurs-dienst op de Bollenlijn. Een interessante materieeluitwisseling, zoals Tramnieuws het enigszins onderkoeld noemt, was geschiedenis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s