De elektrische tram ging haar eigen weg door Bennebroek

OLYMPUS DIGITAL CAMERAJe zou het misschien niet zeggen bij binnenkomst, maar Bennebroek is absoluut de moeite waard om even langer bij stil te staan. Hoe klein het dorp misschien ook is, het is wel een van de plaatsen waar de tram niet één, maar twee totaal verschillende tracés volgde.

De Blauwe Tram en haar voorloper, de stoomtram, reden in de meeste plaatsen grotendeels dezelfde route. Het kon wel eens een metertje verschillen, maar dan had je het wel gehad. In Bennebroek is dat niet zo. Daar liggen de tracés honderden meters uit elkaar, alsof ze even helemaal niets meer met elkaar te maken wilden hebben.

De stoomtram volgde aanvankelijk, zoals gebruikelijk tot dusver, min of meer de gebaande paden. Ze reed over de Rijksstraatweg naar de kruising met de Bennebroekerlaan, maakte daar een voor een tram indrukwekkende scherpe bocht en tufte over de laan in zuidoostelijke richting naar het oude dorpshart van Bennebroek – in die tijd een paar huisjes rond de Bennebroekerbrug. Bij die brug maakte de tram opnieuw een scherpe bocht en reed over een eigen brug in noordoostelijke richting over de Binnenweg naar Heemstede.

De elektrische tram kreeg een kortere en vooral vloeiendere route, vlak langs de oude kern van het dorp. De trammaatschappij deed dat om de elektrische tram beter te laten aansluiten op de dorpsuitbreiding die Bennebroek in het zuiden had gepland. Het nieuwe tracé schoot vlak voorbij de provinciegrens de Bennebroekse duinen in, schampte op enkele tientallen meters het oude dorp, kruiste Bennebroekerlaan en ging met een eigen brug over de Bennebroekervaart. De tram reed vervolgens achter de protestantse kerk langs en sloot met een klein slingertje aan op de Binnenweg. Daar vandaan ging ze over een eigen spoorbaan verder tot vlak voor het buurtschap De Glip.

Op de plek waar de tram de kale Bennebroekse duinen inreed, begint nu een alleraardigst woonwijkje met her en der smaakvol aangeklede villa’s en bungalows. Rails, bielzen en bovenleidingmasten zijn er niet te vinden, maar wie goed kijkt, kan de route van de tram nog betrekkelijk eenvoudig achterhalen. De Bennebroekerdreef volgt die namelijk meter voor meter. Zelfs het dubbelspoor dat hier lag, is in het straatbeeld terug te vinden. De Bennebroekerdreef is een brede tweebaansweg met een ruime berm in het midden. Qua plattegrond klopt het dus aardig. Qua begroeiing niet. De middenstrook is volgestouwd met bomen en heesters. Dat zou de NZH nooit hebben toegestaan tussen haar rails. Maar het maakt het nu wel een stuk lommerrijker.

De mooiste villa’s en bungalows bevinden zich aan de rand, richting Rijksstraatweg. Daarna worden de huizen iets gewoner. Nog steeds boven het budget van Jan Modaal waarschijnlijk, maar toch iets minder verfijnd. Ook de tweebaanstraat begint opeens rare fratsen te vertonen. Een van de wegen houdt er gewoon mee op. De andere straat lijkt nog even verder te gaan, maar het bord ‘doodlopende weg’ maakt duidelijk dat we daar niet te veel van moeten verwachten. De middenberm is ook niet zo fraai meer. Er is een parkeerterrein in geschoven en halverwege de doodlopende straat schiet er ook opeens een fietspad doorheen. Dat pad komt uit op het resterende deel van wat ooit de tweebaanstraat was, maar dat ook hier een doodlopende weg is. Kortom, het eindigt allemaal een beetje rommelig.

Na de Bennebroekervaart daalde de tramlijn met een eigen spoordijk langzaam af naar het enkele meters lager gelegen maaiveld. De hele boel is na 1949 vakkundig afgegraven. Op het grote grasveld achter de trambrug is niets te zien dat ook maar lijkt op een schaduw van de dijk. Sommige lijnen zijn onder bepaalde omstandigheden – bij langdurige droogte bijvoorbeeld – terug te vinden door een lichte verkleuring in het gras, maar ook daar is in Bennebroek niets van te merken.

Hoe dan ook, achter de Bennebroekervaart is niets te zien dat naar de tramlijn verwijst. Wel is een hangplek aan de overkant van het grasveld, min of meer in de lijn van de trambaan, getooid met iets wat op de ingang van een spoortunnel lijkt. Als het een eerbetoon is van creatieve jongelui aan een vervoermiddel uit de jeugd van hun opa’s, is dat natuurlijk hartverwarmend. Maar vermoedelijk dachten ze slechts: hé, deze container heeft een halfronde opening. Waar heeft dat wat van weg? Een tunnel! Oké, waar zijn de spuitbussen?’

Of de sportieve Bennebroekers weten dat ze op een oude tramlijn spelen, is ook maar de vraag. Maar ze doen het wel. Althans, de leden van TV Bennebroek op het tennispark ‘Het Binnenhof’. Nadat de tramlijn achter de Nederlands Hervormde kerk is gegaan, schampt die een van hun buitenste banen.

Daarna is het gelukkig weer snel gedaan met deze vage spoorepisode. De trambaan schiet de Binnenweg over naar haar eigen trambaan aan de oostzijde van deze weg. Daar is het tracé nog altijd te zien als een groenstrook naast het Bennebroekbos. Een eindje verderop is het echter al weer opgegaan in het parkeerterrein van de Linnaeushof langs de Glipperweg. Vlak na het parkeerterrein van dit speelparadijs is van het destijds vrijliggende dubbelspoor helemaal niets meer terug te vinden. Als er nog iets zou zijn, is het ongetwijfeld verdwenen onder de voortuinen van de huizen die er inmiddels zijn verrezen.

Opmerkelijk genoeg is de plek waar de tram haar eigen baan verliet en de Binnenweg op schoof, wel weer aardig te lokaliseren. Kort voordat de bebouwde kom van De Glip begint, versmalt de weg en wordt het weer een min of meer normale rijbaan. Dat was de plaats waar de tram zich in het gewone verkeer stortte. En zo gaat het verder naar het eindpunt van dit baanvak: het centrum van De Glip.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s