Roodgele ergernissen uit een meestal statig dorp

IMG_3967Een leuk tijdverdrijf voor reizigers langs het oude tramtracé tussen Leiden en Oegstgeest: kijken waar de ene plaats ophoudt en de andere begint. Leiden heeft altijd het imago gehad van een weliswaar historierijke, maar ietwat armoedige stad. Daar is hier echter weinig van te merken. De huizen zijn minstens zo fraai als die in het over het algemeen veel rijkere Oegstgeest. Toch is er een onderscheid. Maar wat?

(In jeugdbladen zetten ze het antwoord op dit soort vragen omgekeerd onderaan de pagina. In WordPress lukt me dat niet zo goed. Daarom volgt de onthulling meteen in de volgende zin). Het verschil is eenvoudig te zien: aan de straatnaamborden. In Leiden zijn het blauwe borden met witte letters en in Oegstgeest rode borden met gele letters (waarmee de laatste gemeente zich meteen een toppositie heeft verworven in de ‘In-het-donker-totaal-onleesbare-borden- verkiezing’. Als je ’s avonds automobilisten ziet uitstappen en van korte afstand naar de straatnaamborden ziet turen, dan weet je dat je in Oegstgeest bent).

Er zijn trouwens ook andere zaken waaraan een voorbijganger kan merken dat hij de gemeentegrens is overgestoken. Het plaatsnaambord met ‘Oegstgeest’ op het hoekje van de Warmonderweg is er één. Het feit dat de Rijnsburgerweg daarna opeens Leidsestraatweg heet, is een andere. Bovendien verdwijnt voorbij de gemeentegrens aan de westzijde van de weg alle bebouwing. Dus, vooruit, ook wie volkomen kleurenblind is, kan de overgang van Leiden naar Oegstgeest eigenlijk niet missen.

Een paar honderd meter verderop, aan het begin van de Geversstraat, is het met die statigheid opeens gedaan. Niet dat het er een vervallen zooi is, maar deze straat is onderdeel van het winkelhart van Oegstgeest. En met zaken als een tapijtwinkel, een makelaar, een snackbar en een reisbureau in typische jaren 70 en 80-panden is de uitstraling toch even wat minder. Daar kunnen de antiquair, juwelier en restaurant in sfeervol oud pand – want die zijn er ook – weinig meer aan doen.

Als de tramroute dit blokje middenstanders achter zich heeft gelaten, krijgt de straat snel iets van haar statigheid terug – al is het er niet meer zo chique als daarvoor. Een rij woningen met een fraaie witte gevel en met mooi afgewerkte raam- en deurlijsten trekt de aandacht. Een beetje Jugendstil. Ook het pand van het Hillenaar – op het oog een oude garage, maar het is een bedrijf voor buitenreclame – springt eruit.

Vlak voor de Willibrorduskerk, in wat nu de rotonde in de Geversstraat, Rijnzichtstraat en Rhijngeesterstraatweg is, was ooit een bijzonder punt. Hier splitste de tramlijn zich. De westelijke tak boog af richting Rijnsburg, Katwijk en Noordwijk, de noordelijke tak voerde richting Bollenstreek en Haarlem – onze bestemming dus. Ook dit is weer een route die het aanzien meer dan waard is. De Rhijngeesterstraatweg biedt uitzicht op een fraai bos en vervolgens leuke villa’s aan de oostkant en misschien iets gewonere, maar zeker niet onappetijtelijke twee-onder-een-kapwoningen aan de westkant.

Een eindje verderop gaat de Rhijngeesterstraatweg over in de Dorpsstraat. Dat klinkt als een smalle bedoening, maar dat valt aanvankelijk nog reuze mee. Pas voorbij de President Kennedylaan begint de Dorpsstraat zich ook echt als een Dorpsstraat te gedragen: een smalle weg die gemaakt lijkt te zijn voor voetgangers en handkarren. Zo op het oog hebben trams er weinig te zoeken. Maar die reden er desondanks volop.

Wel een schattige plek, die Dorpsstraat. Haal wat paaltjes weg en vraag de bewoners om al hun moderne snuisterijen uit hun raamkozijnen te verwijderen, en je kunt er willekeurig welke in de negentiende of begin twintigste eeuw spelende serie draaien. Het is een straat waar de loodgieter nog gewoon ‘Loodgieter’ op zijn gevel heeft staan en een bollenschuur ‘De Bollenschuur’ heet. Echt prachtig.

Na het Groene Kerkje, waar de tram een tamelijk lastige en voor het overige verkeer gevaarlijke bocht moest maken, is het wel even gedaan met de interessante omgeving. De tram reed hier destijds over de Haarlemmerstraatweg door een leeg landschap. In 1939 kreeg ze weliswaar gezelschap van Rijksweg 44, maar daar is hier, net buiten Oegstgeest, nog weinig interessants over te vertellen. Dat komt straks.

 

Advertenties

2 thoughts on “Roodgele ergernissen uit een meestal statig dorp

  1. Vlot en leesbaar geschreven stuk.
    Echter op het einde van het verhaal vliegt de schrijver in zijn enthousiasme de bocht uit. In 1934 lag er nog geen Rijksweg ter hoogte van de Haarlemmerstraatweg. Dat gedeelte verscheen pas in de jaren zestig als verlengstuk (Sassenheim-Wassenaar) van de oude rijksweg 4 Sassenheim-Amsterdam, geopend in 1938.

    Like

    • Dank voor de aanvulling, Wil. Dat 1934 klopt inderdaad niet. Dat was de begindatum van de aanleg van Rijksweg 44, en toen waren ze nog lang niet bij de Haarlemmerstraatweg. Ik heb het veranderd in de tekst. Volgens mijn info is het gedeelte langs de Haarlemmerstraatweg in 1939 doorgetrokken, of kloppen die gegevens ook niet? http://www.wegenwiki.nl/A44_%28Nederland%29
      Groet, Wim

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s