‘Het nieuwe station in Leiden is bijzonder lelijk’

De Rijnsburgerweg

De Rijnsburgerweg

Er zijn een paar straten waar je de Blauwe Tram eigenlijk zo weer ziet rijden. Straten waar de sfeer en de allure de perfecte omlijsting zijn voor een paar van die blinkende tramstellen. De Rijnsburgerweg in Leiden is er daar één van. De rails kunnen er trouwens zo weer in. Het overige verkeer hoeft er niet eens zo heel veel in te schikken.

Onbegrijpelijk dus dat de plannenmakers van de Rijn Gouwe Lijn het tracé richting Katwijk en Noordwijk via die saaie Plesmanlaan en vrijwel onbewoonde ir. Tjalmaweg lieten lopen. Een tram hoort tussen het volk te rijden. Anders is het geen tram maar een trein. Misschien maar goed dat de Rijn Gouwe Lijn een roemloos einde heeft gekregen. Daarmee is de discussie over de terugkeer van de tram in Leiden weliswaar weer een paar decennia verstomd, maar dat biedt wel de mogelijkheid om een echt interessante route te kiezen. En die van de Blauwe Tram was inderdaad zo gek nog niet.

Wat zullen tramreizigers interessanter vinden: een rit langs een veredeld bedrijventerrein en een leeg kassengebied, of een tocht langs statige herenhuizen met gemoedelijke namen als ‘Posthof’, ‘Crysant’ en ‘Narcis’ en gebouwd in de fraaiste stijlen die de negentiende en twintigste eeuw hebben voortgebracht? Al is het natuurlijk maar de vraag of de bewoners van die huizen zitten te wachten op de komst van de tram. Rond de Lammenschansweg – een straat die qua breedte en verkeersdrukte zeker niet onderdoet voor de Rijnsburgerweg –brak massaal verzet uit tegen de plannen voor de Rijn Gouwe Lijn. Het zou opmerkelijk zijn als hun plaatsgenoten een paar kilometer verder opeens juichend de straat op gaan voor de terugkeer van de tram.

Van dat soort sentimenten hadden de Leidenaren in de tijd van de Blauwe Tram geen last. De rijtuigen moesten soms halsbrekende toeren uithalen in de stad, maar niemand leek zich daar vreselijk druk over te maken. Ook langs de Rijnsburgerweg niet, hoewel er vier tramlijnen overheen moesten (naast de lijn Leiden-Oegstgeest-Haarlem reden ook de kustlijnen naar Katwijk en Noordwijk door de straat en de HTM-lijn naar Wassenaar en Den Haag). De trams kregen er ruim baan, zelfs in de tijd dat de Rijnsburgerweg een betrekkelijk smalle straat was.

De weg kreeg haar huidige omvang pas in de jaren 20 na de demping van de Zandsloot, een vaartje aan de westkant van de straat. De Rijnsburgerweg was tot die tijd zeker de helft smaller, maar dat weerhield de trammaatschappij er niet van om er een dubbelspoor in te gooien. Op oude foto’s is te zien dat er net genoeg ruimte overbleef voor een paar fietsers. Maar goed, heel veel meer verkeer was er in die tijd toch niet.

Het beginpunt van de lijn Leiden-Oegstgeest-Haarlem lag lange tijd op het plein voor het station in Leiden. Erg fraai was het er niet, haalt Dick van der Spek aan in zijn NZH-Railatlas. Hij citeert uit één van de Nederlandse woordenboeken uit het begin van de vorige eeuw, waarin bij het woord ‘stationsgebouw’ de zin staat: ‘Het nieuwe station in Leiden is bijzonder lelijk’. Het was druk rond het station, maar ook erg rommelig met een wirwar van tramlijnen, een goederenloods en een spoorhaven. Overigens zouden de meeste Leidenaars het toenmalige ontwerp van D.A.N. Margadant hoogstwaarschijnlijk juichend terughalen als ze de kans kregen, inclusief alle rommeligheid van toen. Alles beter dan de rommeligheid en de lelijkheid van nu.

Op de Stationsweg stond een haltegebouw van de NZH en lagen de perrons van de verschillende lijnen van deze maatschappij. Ook die naar Katwijk, Noordwijk en Oegstgeest lagen daar aanvankelijk, maar helemaal gelukkig was de NZH daar niet mee. Trams en treinen hadden op de Rijnsburgerweg een gelijkvloerse kruising. Dat betekende dat trams geregeld voor dichte spoorbomen stonden te wachten, wat dan weer tot flinke vertragingen leidde.

De NZH probeerde dat op te lossen door het beginpunt van de lijn naar Oegstgeest te verleggen ná de overweg. Dat was echter ook niet ideaal. De tram kon dan wel op tijd vertrekken, maar de reizigers stonden geregeld aan de andere kant van de spoorbomen toe te kijken hoe hun rijtuig vertrok. Dat is ook niet iets waar klanten erg gelukkig van worden.

Vanaf 1915 heeft de NZH verschillende keren geëxperimenteerd met verlegging van de beginpunten, zonder ooit een goede oplossing te vinden. Die kwam er pas in 1955, toen bij de bouw van een nieuw station – volgens Leidenaren ook erg lelijk – de spoorbaan omhoog ging en in de Rijnsburgerweg een viaduct kwam. De volledige lijn naar Haarlem was toen al zes jaar opgeheven. De NZH reed nog wel tot de Kerkbuurt in Oegstgeest, maar voor die dienst viel in 1960 ook het doek.

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s