Een misbaksel als grootmacht

De NZHSTM in haar begindagen. Foto: Archief Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

De NZHSTM in haar begindagen. Foto: Archief Stichting Historisch Genootschap De Blauwe Tram

Als iemand in 1882 zou hebben gezegd dat de Noord-Zuid-Hollandsche Stoomtramweg-Maatschappij (NZHSTM) zou uitgroeien tot het grootste trambedrijf van Nederland, dan hadden de inwoners van de Bollenstreek waarschijnlijk vriendelijk en op een geruststellende manier geknikt. En vervolgens zo snel mogelijk de veldwachter gewaarschuwd dat er een volslagen krankzinnige rondliep. Want als de nog jonge trammaatschappij op dat moment ergens in uitblonk, was het in wanbeleid en wanbeheer.

Wat klopte er wél bij de NZHSTM? Weinig eigenlijk. Het spoor deugde niet, de locomotieven waren zo slecht onderhouden dat ze voortdurend uitvielen, een groot deel van het personeel was op z’n best incapabel, de boekhouding deugde niet en er was gesjoemeld met aandelen. De NZHSTM draaide in 1882 een enorm verlies en zuchtte onder grote schulden. Het faillissement van het bedrijf was heel dichtbij.

En toch zou het een halve eeuw later heersen over grote delen van Noord- en Zuid-Holland.

Het idee achter de NZHSTM was goed, schrijven J.J. van Helden, Jac. De Graaf, J.C. de Wilde in hun boek ‘Trams en tramlijnen, voorlopers van de Blauwe Tram’. De Bollenstreek was in de negentiende eeuw ontzettend slecht bereikbaar. De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) had er weliswaar een spoorlijn doorheen gelegd, maar die bleef ver van de dorpen. De paar stations die er waren, lagen in de regel twee tot drie kilometer buiten de bebouwde kom. Maar na 1878 kwamen er nieuwe kansen voor de Bollenstrekers toen het parlement de Wet op de Lokaalspoorwegen aannam. Die wet maakte de aanleg van eenvoudige spoor- en tramlijnen aanzienlijk gemakkelijker.

Johannes Leonardus Jacobus Jansen uit Hillegom greep die kans met beide handen. Hij richtte in 1880 met enige notabelen uit de Bollenstreek de NZHSTM op en diende een aanvraag in voor een stoomtramweg tussen Leiden en Haarlem. Voordat hij er echt aan de slag kon, moest hij eerst nog een handige truc uithalen. De vergunning voor die route was namelijk voor zijn neus weggekaapt door de Haarlemsche Tramway-Maatschappij, die daarmee haar paardentram wilde doortrekken naar Heemstede en Bennebroek.

Jansen kreeg het voor elkaar dat de gemeente Haarlem een strenge tijdslimiet aan de vergunning verbond. Als de Haarlemsche Tramway-Maatschappij niet binnen zes maanden serieus aan de slag was gegaan, moest ze de concessie weer inleveren. De Haarlemse paardentram liep vervolgens tegen financieringsproblemen aan, kreeg de boel inderdaad niet binnen een half jaar op de rit en moest de vergunning overdragen aan Jansen.

Die ging daarna voortvarend aan de slag vanuit Hillegom, dat het centrum van de NZHSTM zou zijn. Op 16 mei 1881 opende hij het eerste deel van zijn lijn: het traject Hillegom-Leiden. Anderhalve maand later volgde het tweede stuk, richting Haarlem. De trams stopten aan de rand van de stad, want Haarlem wilde geen stoomtrams binnen zijn gemeentegrenzen. Reizigers moesten in Den Hout overstappen op de paardentram – van de Haarlemsche Tramway-Maatschappij nota bene – die ze naar de binnenstad voerde.

Zo gewiekst als Jansen was in het regelen van de vergunning, zo beroerd bleek hij als tramdirecteur. Hij was om te beginnen uitgegaan van veel te optimistische cijfers. Jansen verwachtte bijvoorbeeld een jaaromzet van 169.000 gulden. Die prognose was echter gebaseerd op de exploitatie van een – veel lucratievere – spoorlijn. En zelfs dan was het allemaal erg aan de zonnige kant. Volgens zijn ramingen zou hij zestien gulden per kilometer per dag gaan verdienen. De spoorlijn Leiden-Woerden haalde in die tijd nauwelijks acht gulden per dag.

In de uitvoering maakte hij er helemaal een potje van. Hij bestelde bijvoorbeeld de verkeerde rails voor zijn tramlijn: het zogeheten De Serres & Battig-systeem. Dat was weliswaar kort daarvoor bekroond met een prestigieuze Duitse prijs, maar bleek vooral geschikt voor paardentrams. De zwaardere stoomtrams kon het niet aan. De baan was bovendien, om het nog erger te maken, ontzettend slordig aangelegd. Volgens Blauwe-Tramkenner L.J.P. Albers stonden de locomotieven in de begintijd vaker naast dan op de rails. Het was zelfs zo erg dat op een gegeven moment met elke tram baanwerkers en een goederenwagen met materieel en gereedschappen meereden zodat ze storingen onmiddellijk konden verhelpen.

De stoomlocomotieven waren wel van goede kwaliteit. Toch begonnen kort na de opening van de lijn de ene locomotief na de andere uit te vallen. De NZHSTM-directie stuurde een brief op poten naar de fabrikant van de locs, de firma Hohenzollern uit Düsseldorf. Die stuurde, tamelijk ontzet, onmiddellijk een inspecteur naar Hillegom. De man moet er steil achterover zijn geslagen. De staat van de locomotieven was inderdaad beroerd, maar dat kwam niet door fabricagefouten maar door het falende onderhoud. Bij deze stoomlocomotieven moesten eigenlijk om de drie tot vijf dagen aanslag uit de ketels worden verwijderd. De NZHSTM liet dit ketelwassen echter rustig weken achterwege. Ook andere gebruikelijke klussen aan de locs voerde de NZHSTM niet of nauwelijks uit, waardoor het aantal mankementen snel was toegenomen.

De verhouding tussen de fabrikant en de trammaatschappij raakte door de kwestie behoorlijk vertroebeld. De NZHSTM had zich er ook in een onmogelijke situatie mee gemanoeuvreerd. Toen de maatschappij dringend op zoek moest naar extra locs, bleek ‘Hohenzollern’ eigenlijk de enige die ze kon leveren. Jansen en zijn mededirecteuren moesten diep door het stof voor de Duitsers.

Ondertussen liepen de verliezen voor de trammaatschappij snel op. Begin 1883 waren de aandeelhouders het zat. Ze eisen een reorganisatieplan, lagere tarieven, minder personeel en lagere salarissen. Jansen weigerde dat en nam ontslag. De aandeelhouders stelden vervolgens nieuwe commissarissen aan, van wie er één, een zekere Van Heekeren, de bezem flink door het bedrijf haalde. Hij ontsloeg de chef de bureau, een controleur, drie conducteurs en enig remisepersoneel op staande voet.

Een paar maanden later trad er een nieuwe directeur aan, A.P. van der Ploeg, die eerst keek of het bedrijf eigenlijk wel levensvatbaar was. Wat hij zag, stelde hem een beetje gerust. De NZHSTM had in 1882 weliswaar 16.000 gulden verlies geleden op een omzet van 92.000 gulden, maar dat kwam voornamelijk door het beroerde management van Jansen en zijn kornuiten. De directie had vrijwel niet gecontroleerd, geen enkele aandacht aan het vrachtvervoer besteed en vrijwel niets gedaan om het reizigersverkeer te stimuleren. Bovendien ontdekte Van der Ploeg allerlei onregelmatigheden in de boeken. Jansen en zijn medeoprichters bleken onder meer dubieus te hebben gehandeld tijdens een aandelenuitgifte, wat het bedrijf aanzienlijke verliezen opleverde. Die tekorten hadden ze doodleuk afgeboekt op posten als weg- en baanonderhoud.

Van der Ploeg reorganiseerde met harde hand, maar zijn ingrepen kwamen te laat. In 1884 is de maatschappij geliquideerd en opgekocht door een Amsterdams bankierhuis. Dat betaalde er 226.000 gulden voor. Na aftrek van de schulden bleef er voor de aandeelhouders een miserabele 40.000 gulden over.

Dat was natuurlijk niet het einde van de NZHSTM – anders was de inleiding van dit verhaal inderdaad tamelijk idioot geweest. Het bedrijf ging door als NZHSTM-HL, waarbij ‘HL’ voor Haarlem-Leiden stond. Deze maatschappij kreeg de boel wél op de rit. Met haar nieuwe kapitaal verbeterde ze de baan grondig. Bovendien werkte ze het al het onbekwame personeel eruit en verlaagde ze de tarieven. De lagere prijzen en de betere diensten sloegen zó aan, dat de NZHSTM-HL al in 1886 dividend kon uitkeren. Met haar ruimere inkomsten schafte ze nieuw materieel aan en breidde het aantal ritten verder uit. De kiem van de latere NZH begon eindelijk te wortelen.

Een grote mijlpaal was in 1906, toen de machtige HSM het trambedrijf overnam. Dat was het begin van een ongekende expansiedrift, waarbij de NZH steeds meer trambedrijven opslokte. In betrekkelijk korte tijd kreeg de trammaatschappij onder meer de ENET en de ESM onder haar hoede – maar dat komt later wel aan de orde, bij andere tracés. Een paar jaar later veranderde de maatschappij weer eens van naam: ze verloor een paar letters en ging voortaan door het leven als NZHTM, de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij. Ze had de verwijzing naar ‘stoom’ eruit gegooid omdat ze grootschalige elektrificatieplannen had.

Ironisch genoeg kwam de ‘oerlijn’ van de maatschappij – Leiden-Hillegom-Heemstede – pas in 1932 ‘onder de draad’, als laatste van de NZHTM-lijnen. Heel lang hebben de Bollenstrekers niet kunnen genieten van hun elektrische tram. Een van de voortekenen van wat komen ging, was de zoveelste naamsverandering van de maatschappij in 1946. Ze heette nu de Noord-Zuid-Hollandsche Vervoer Maatschappij. Het woord ‘tram’ was opeens weg.

Een paar jaar later was de tram ook fysiek van het toneel verdween. Op 1 november 1948 gooide de gemeente Haarlem de ‘Bollentram’ de stad uit. Ze mocht niet verder rijden dan de Dreef. Daar hebben de trams niet lang gestaan, want op 2 januari 1949 viel voor de hele lijn het doek. Mede op aandringen van Rijkswaterstaat – dat weinig moest hebben van een tram op de wegen in de Bollenstreek – en ondanks hevige protesten uit de bevolking, zette de NZHVM een streep door de lijn.

De rails bleven nog wel een half jaar liggen om te kijken of de bussen het drukke bollenverkeer aan konden. Hoewel het klachten regende over autobussen die met het bordje ‘vol’ doorreden en de Rijksverkeersinspectie zelfs mensen om veiligheidsredenen de bus uitstuurde, vond de NZHVM het allemaal prima. De rails konden weg. De Bollenlijn was geschiedenis.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s