‘Ik heb geen ander, mensch’

Kranten hebben altijd behoefte gehad aan stoppertjes: berichten die een gaatje in de kolommen vullen, die aardig zijn om te lezen, maar waarvoor niemand de redactie gaat bellen als ze uiteindelijk toch vervallen. Kortom, van die niemendalletjes die een glimlach op het gezicht toveren, maar even snel zijn vergeten.

Een bruikbaar bericht ging al snel van hand tot hand. Wie het archief van de Koninklijke Bibliotheek doorbladert, komt dezelfde stukjes dagen achter elkaar tegen in uiteenlopende kranten – van landelijke kwaliteitskrant tot obscuur nieuwsblad. En de IJmuider spoorlijn blijkt een inspiratiebron voor een flink aantal van dat soort stoppertjes.

De hoofdrolspelers in die berichten zijn doorgaans niet al te snugger. Zoals de lokettist die onder meer in het dagblad De Tijd figureert. ,,Zondag jl. vroeg een reiziger aan het station te Zwolle aan het loket voor plaatskaarten een kaartje naar IJmuiden. Een jongmensch, dat het loket bediende, zeide, dat niet te kunnen geven, en vroeg waar IJmuiden lag en of er een spoorbaan heen leidde. Eindelijk, nadat de reiziger eenige malen verteld had waar dit belangrijke plaatsje ligt, en het jongmensch op een lijst had gezien dat dit station bestond, werd een kaartje naar IJmuiden verstrekt’’. Dit was in 1890, zeven jaar na de opening van het station langs het Noordzeekanaal.

Een stopper van formaat was het stukje dat in verschillende kranten verscheen onder de titel ‘Een curiosum in 1900’. Het is in één zin samen te vatten (vrouw reist voor het eerst met de trein en koopt in haar nervositeit een perronkaartje – dat alleen toegang geeft tot het perron – in plaats van een echt treinkaartje). Het bericht moet het echter niet hebben van de inhoud, maar van de stijl:

,,Een vrouwtje van Urk had ter gelegenheid van de vloot-revue voor het eerst, met manlief, een uitstapje op den vasten wal gemaakt. Zoo was ze, altijd per water, ook in Haarlem beland. Manlief was inmiddels met zijn botter naar de Noordzee gestevend en zou Woensdag de vrouw in IJmuiden weer ontmoeten.

Per spoor zou het vrouwtje van Haarlem naar IJmuiden reizen. Maar — ze had nog nooit in den stoomwagen gezeten — en hoe dat alles in elkaar zat, dat wist ze niet recht. In het station te Haarlem ziet ze een groot ding, waarop staat dat ze 2 1/2 cent in een gleufje moet gooien, dan krijgt ze een kaartje. Dat was gemakkelijk. Vlug alzoo gedaan. Met het kaartje gewapend, komt ze na veel gescharrel in den trein en komt bleek van het harde rijden in IJmuiden aan. Aan de controle wordt haar kaartje gevraagd, waarop ze, na veel zoeken in haar diepe zakken, eindelijk het perronkaartje te voorschijn brengt. Stom van verbazing ziet de controleman haar aan. „Je andere kaartje mot ik hebben.” „Andere kaartje? Andere kaartje? Ik heb geen ander, mensch!” „Dus je bent op d i t kaartje gegaan?” „Ja, man, dat heeft me zo’n ijzeren ding in Haarlem gegeven”, luidt het angstig bescheid.

Dan mee naar den chef, en o schrik — of ze al honderdmaal verzekerde, dat ze nooit in “t spoor” gezeten had, ze moest betalen — f 1.85 — en anders — werd er verteld kost ’t maar 35 centen. En de chef zei, dat ze maar een briefje moest schrijven aan het spoor, dan zou ze ’t misschien wel terugkrijgen, „omdat ze nog nooit in het spoor gezeten had.” Dat zal manlief nu doen, en ze hoopt, dat het spoor wel medelijden met ‘r zal hebben.’’

Vijftien jaar later duiken er in de krantenkolommen maar liefst twee naar IJmuiden treinende dames op: ,,In den sneltrein, die te 6.17 van Haarlem vertrekt en alleen te Velsen stopt, hadden Maandag-middag twee dames uit Santpoort plaats genomen’’, schrijft onder meer De Tijd. ,,Even voorbij dit station bemerkten zij, dat de trein haar verder bracht dan in haar bedoeling lag en trokken aan de noodrem. De trein stopte en de dames stapten uit, blijde over den fameuzen inval. Een vreugde, die haar echter spoedig verging.’’

Het bericht eindigt in De Tijd – en ook in andere kranten – ietwat abrupt, zodat we nooit te weten zullen komen welke straf de beide naïeve, maar kordate dames hebben gekregen. Maar misschien was dat voor de lezer in 1915 wel zo duidelijk dat elke vermelding daarvan volkomen overbodig was.

 

Advertenties

One thought on “ ‘Ik heb geen ander, mensch’

  1. “Goh, nooit geweten dat je met zo’n chipkaart moet inchecken! Het staat ook nergens hè” – l’histoire se répète.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s