Met R 390 de bocht om (2)

Merktekens op het spoorToen ik de resten van Velsen IJmuiden-Oost op mijn blog had beschreven, verbaasden een paar spoorkenners zich erover dat ik niets had gezegd over een aanwezige smeerpot langs het spoor. Dat is een apparaat dat automatisch een lik vet afgeeft aan treinwielen, zodat die met wat minder geknars en gepiep de bocht doorkomen. Een flinke, tegen een rail bevestigde, stalen bobbel was het, maar ik had het dus niet gezien. Ik wil niet zeggen dat er een soort hoongelach opsteeg, maar een beetje merkwaardig vonden de heren spoorkenners het wel. Ben je bezig met de IJmuider spoorlijn, mis je zoiets.

En dus ploegde ik elke keer als ik op het oude station was door die groene tsunami over het spoor. Met mijn voeten, want mijn handen waagde ik er niet aan. Ik stampte langs de rails in de hoop dat onder het plantendek iets van die bobbel voelbaar was. Het moet een merkwaardig gezicht zijn geweest. Velsen IJmuiden-Oost is tegenwoordig een geliefde hangplek voor hondenbezitters. En elke keer zag ik ze, terwijl ze hun honden voor de zekerheid toch maar aanlijnden, kijken met gezichten waarin duidelijk twijfel was te lezen over het vrijlatingsbeleid in de Nederlandse inrichtingen.

Die smeerpot heb ik nog steeds niet gezien, en dat ergert me mateloos. Toch loop ik kennelijk niet helemaal als een suffe eend over het tracé, want een kilometer verder ontdekte ik voor halte Julianakade op één van de bielzen een klein bordje. Heel makkelijk te missen, maar ik had het toch maar mooi gevonden – al hielp het wel dat de rails daar vrijwel helemaal kaal zijn en het bordje zelf spierwit is. Het was wel een intrigerend ding. Er stond alleen de ‘R 390’ op, verder niets. De vraag is dan natuurlijk meteen: waar was dat voor? Het zat daar overduidelijk met een bedoeling, maar het was niet bestemd voor een machinist of zo. Het had de grootte van een naambordje bij een deurbel, dus het is niet iets dat je vanuit een rijdende trein makkelijk ziet. Een biels is bovendien een onhandige plek om een treinbestuurder iets duidelijk te maken. Daar gebruiken ze meestal niet te missen borden voor.

De zoekvragen ‘R 390’, ‘R 390 spoor’ of ‘R 390 IJmuiden’ leveren niets zinnigs op. Maar toen ik op mijn blog (wimwegman.wordpress.com) een vraag stelde over dit bordje, kwam er binnen het uur een antwoord van Hein de Vries. Een nuttig ding dat plaatje, zo bleek. Volgens Hein geeft het de straal (oftewel de radius, vandaar de R dus) van de bocht aan in meters. Onderhoudspersoneel kon met die gegevens de exacte ronding van een bocht herstellen als het spoor was verzakt of verschoven. Dergelijke bordjes waren altijd bevestigd aan een van de bovenleidingportalen of, als die ontbraken, op dwarsliggers. Tegenwoordig zijn de bordjes niet meer nodig. Alle gegevens zijn digitaal aanwezig in databases en kunnen volgens Hein de Vries direct in de onderhoudsmachines worden geprogrammeerd.

Er bleek echter nog meer van dat soort spoorgrut te zijn. Spoorliefhebber Paul de Reus stuurde me eind 2013 enkele foto’s van ronde metalen plaatjes die, ergens tussen het spoorviaduct en de Casembrootstraat, op de buitenzijde van enkele bielzen waren gespijkerd. Nooit gezien. Dat was in dit geval niet zo verwonderlijk, want deze plaatjes gingen schuil onder een dikke laag grind. Na de tip van De Reus zag ik er in de buurt van halte Driehuis-Westerveld echter ook een paar open en bloot op bielzen zitten.

De vraag van Paul was: wat zijn dit voor dingen? Dat antwoord kwam wat minder snel dan bij het naambordje. Er waren wel theorieën, en die klonken aannemelijk, maar lieten toch enkele belangrijke punten open. Zo was er de gedachte dat de plaatjes iets over de ouderdom en de geschiedenis van de dwarsliggers vertelden. De spoorwegen hergebruikten bielzen soms op secundaire sporen en raccordementen. Aan de merktekens konden ze dan zien hoe oud zo’n dwarsligger was. Een andere hypothese was dat de merktekens het jaartal van de biels aangaven, zoals tegenwoordig ook op de betonnen dwarsliggers is te zien.

Wat de beide theorieën niet goed verklaarden was het feit dat de tekens slechts op enkele bielzen waren te zien. Bovendien leken de getallen niet echt op jaartallen, tenzij de Nederlandse Spoorwegen en ProRail natuurlijk weer zo eigenwijs waren om er een volledige afwijkende jaartelling of datumnotatie op na te houden.

Een woordvoerster van ProRail maakte na een vraag van Bert Gortemaker aan al het giswerk een einde. Volgens haar stonden er op de plaatjes allerlei meetdata over de baan, zoals waar een boog begon, wat de boogstraal was – daar is ze weer – en hoe groot wat de verkanting (de hellingshoek in een bocht) was. Net zoiets als bij het deurbelbordje met R 390 dus. Al die informatie is tegenwoordig volledig digitaal beschikbaar. De metalen plaatjes zijn nu railhistorie, vastgespijkerd aan een stuk spoorgeschiedenis.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s