Een lijn naar de psychiatrie

OLYMPUS DIGITAL CAMERAEr zullen weinig instellingen zijn geweest die zo’n stempel op het spoor rond Haarlem hebben gezet als het Provinciaal Ziekenhuis. Niet vanwege de enorme aantallen reizigers of het goederenvervoer naar deze Bloemendaalse psychiatrische instelling. Dat viel wel mee. Maar de reizigers die er waren, hadden in Haarlem en Santpoort-Zuid een geheel eigen wachtkamer.

Het Provinciaal Ziekenhuis (ook wel ‘Meer en Berg’ of ‘Meerenberg’ genoemd) heeft een fascinerende achtergrond. Het ziekenhuis dankt zijn bestaan rechtstreeks aan de Krankzinnigenwet van 1841, die een einde moest maken aan de vaak erbarmelijke omstandigheden in de ‘dolhuizen’ waarin geesteszieken toen werden opgesloten. Noord-Holland zag in die wet – overigens als enige provincie – een aanleiding om een eigen inrichting te stichten.

Ze kocht de hofstede Meer en Berg in Bloemendaal en bouwde daar een voor die tijd hypermodern psychiatrisch ziekenhuis. De instelling ging in 1849 open en voorzag in de loop der jaren in een steeds grotere behoefte. In eerste instantie telde ‘Meerenberg’ ongeveer 250 patiënten, maar dat aantal was tegen het einde van de negentiende eeuw gegroeid naar 1300.

Achttien jaar na de opening van het ziekenhuis legde de HSM de spoorlijn Haarlem-Uitgeest aan, met op een kleine kilometer van het Provinciaal Ziekenhuis het station Zandpoort. Aanvankelijk bleven de banden tussen spoor en psychiatrische inrichting beperkt, maar dat veranderde rond de eeuwwisseling. Toen in 1898 een nieuw station Zandpoort verrees – het huidige Santpoort Zuid – kwam daar een speciale wachtkamer voor patiënten van Meerenberg. Ook op het nieuwe station Haarlem liet HSM-architect Margadant in 1906 zo’n wachtruimte opnemen. Om te voorkomen dat gewone reizigers de verkeerde deur namen, kwam boven deze wachtkamer ‘Krankzinnigen’ te staan.

Een directe verbinding tussen de lijn Haarlem-Uitgeest en het ziekenhuis kwam in 1888 tot stand. Toen legde de HSM een zijspoor aan van station Zandpoort naar de ingang van Meerenberg. Die zijlijn takte even ten zuiden van het station af, liep een kleine honderd meter over de Duinweg of Duivelslaan (een beetje weifelende straatnaamgeving, maar zo heet deze weg echt) en boog vervolgens iets naar het zuiden, het bos in. Daar vandaan ging het spoor redelijk rechtlijnig naar de Brederodelaan in Bloemendaal, waar de ingang van het ziekenhuis was. Vlak voor die weg ontmoette het spoor de Duinweg of Duivelslaan weer, die richting noordwesten loopt maar op het einde opeens een flinke bocht naar beneden maakt. Het spoor liep nog een eindje door op het terrein van Meerenberg en stopte bij een kleine halteplaats. Daar was een overslagpunt, van waar een smalspoor naar de verschillende gebouwen op het terrein van het Provinciaal Ziekenhuis liep.

Het lijntje bleef gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw in bedrijf voor goederenvervoer – vooral kolen voor de verwarming van het ziekenhuis. Aan het tracé veranderde weinig. Ab Schuurman, die in 2011 een portret van het lijntje schreef, meldt dat bij de bouw van een rijtje huizen aan de Schroeder van der Kolkweg in 1913 een keurige opening vrij bleef om de trein door te laten. Die Schroeder van der Kolk is trouwens niet zo maar een passerende bekendheid. Het was de hoogleraar die eind jaren 30 van de negentiende eeuw de aanzet gaf voor de hervorming van de psychiatrische zorg in Nederland, waar het ziekenhuis dus en indirect ook het zijspoor uit voortkwamen. Dat komt in deze straat allemaal mooi bij elkaar.

Intensief personenvervoer heeft de lijn nooit gekend, behalve in 1943. Toen gebruikten de Duitsers het zijspoor om alle patiënten en personeelsleden te evacueren. Op 4 januari van dat jaar vorderden de Duitsers de gebouwen van Meerenberg om er een militair veldhospitaal te vestigen. In de weken daarna vervoerden ze de patiënten en personeelsleden naar ziekenhuizen in onder meer Vught en Den Dolder. Het ziekenhuisbestuur slaagde er nog in om ruim 300 patiënten te ontslaan, zodat ze Meerenberg in allerijl konden verlaten. Voor 1334 bewoners en 404 personeelsleden was er geen ontkomen aan. Onder hen waren trouwens ook 200 Joden, die zich in 1942 met medewerking van het ziekenhuisbestuur hadden laten opnemen om zo te kunnen onderduiken.

De evacuatie gebeurde met verschillende transporten. Op het terrein van het ziekenhuis kwam een tijdelijk perron waar de patiënten konden opstappen. Als mensen niet zelf konden lopen, werden ze de trein in gedragen, desnoods via het raam. Onder de patiënten zaten ook Joodse bewoners. In het boek ‘Velsen 1940-1945, een gemeente in oorlogstijd’ van de Historische Kring Velsen staat het ongelooflijke en ontroerende verhaal hoe een groot aantal van hen is gered. De bewoners mochten bij de ontruiming een paar schamele bezittingen meenemen en de 250 inzittenden van één trein, onder wie 100 Joden, namen allemaal een kamerplant mee. De Joodse bewoners moesten die pal voor hun Jodenster houden. Volgens de Historische Kring zijn ze zo onopgemerkt gebleven

Het merendeel van de geëvacueerde patiënten en het personeel keerde na de oorlog terug uit ziekenhuizen in Den Dolder en Vught. Dat gold niet voor een groep onderduikers, die vlak voor een van de laatste transporten was verraden. Op 2 februari grendelde een cordon van militairen Meerenberg op zoek naar vijftien Joden. De soldaten kamden het ziekenhuisterrein uit, vonden de onderduikers na een etmaal zoeken en voerden ze af.

Na de Tweede Wereldoorlog verminderde het belang van het spoorlijntje snel. Het ziekenhuis schakelde over van kolen naar gas, en auto’s, vrachtwagens en bussen namen een steeds groter deel van het vervoer over. In 1954 hieven de NS de zijtak op. In de jaren daarna verdwenen de rails uit het landschap. Het Provinciaal Ziekenhuis is in 2002 gesloten.

Van de spoorlijn is nu weinig meer terug te vinden. Op het eerste stukje van de Duinweg of Duivelslaan is het tracé nog wel te volgen, maar als de route het bos induikt, verdwijnt ze snel uit beeld. Achter de tuinen langs de Duinweg of Duivelslaan en de Vinkenbaan is nog een kleine geul te vinden, die echter alweer behoorlijk is dichtgegroeid. De meest concrete restant van het spoor is misschien nog een speelplaatsje aan de Schroeder van der Kolkweg. Dat is de plek waar de spoorbaan tussen de huizen door dook op weg naar de Brederodelaan.

Het zou natuurlijk aardig zijn geweest als er hier een op een trein lijkende wipkip had gestaan, een uit rails en bielzen samengesteld klimrek of desnoods een als spoorboom vermomde klimpaal. Maar het aantal speelattributen is beperkt gebleven tot een eenvoudige glijbaan. Het enige rood-witte bord dat er is te vinden, is een dringend verzoek aan hondenbezitters om hun dier niet op dit veldje los te laten. Reuze nuttig, maar het heeft natuurlijk niets met het spoor te maken.

 

Advertenties

One thought on “Een lijn naar de psychiatrie

  1. Ik heb als kind in het huis aan de linkerkant van de Schreuder van de Kolkweg gewoond Mijn vader reed op de trein Hij heten de Montania Als hij kwam floot hij en wij sprongen er natuurlijk gauw op om een ridje mee te maken.
    Met groet Janna Roobol

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s