Met de trein op weg naar de allerlaatste reis

Archief Kees Veenis

Archief Kees Veenis

Westerveld was bij de ingebruikname in 1889 om verschillende redenen een ongewone begraafplaats. Het was ten eerste een van de eerste begraafplaatsen voor alle gezindten, wat tamelijk uitzonderlijk was in een tijd dat kerkhoven ook vrijwel altijd letterlijk kerkhoven waren. Maar wat Westerveld vooral uniek maakte, was dat het een eigen spooraansluiting had.

Vanaf het hoofdspoor was er een kleine zijtak. Die begon een kleine honderd meter ten zuiden van de overweg met de Duin- en Kruidbergerweg en liep vervolgens met een kleine boog de begraafplaats op. De treinen stopten bij een speciaal rouwstation: een klein, mooi, enigszins romaans ogend gebouw. Meer een thee- of een thuishuis dan een station, zoals Wichor Bramer van stationsweb.nl het omschrijft.

De zijtak was alleen toegankelijk uit de richting Uitgeest. Treinen uit de richting Haarlem moesten de aansluiting eerst voorbij rijden en vervolgens achteruit het zijspoor op. Heel lang heeft de zijtak niet dienst gedaan. In 1911, ruim twintig jaar na de opening van de begraafplaats, is het opgeheven. Het theehuis-achtige gebouwtje heeft er vervolgens nog een halve eeuw gestaan. In 1962 is het afgebroken bij de bouw van een nieuw crematorium.

Station Driehuis-Westerveld – dat op een steenworp afstand van de ingang van de begraafplaats ligt – nam de rol van rouwstation over. Dat gebeurde aanvankelijk met aanzienlijk minder klasse dan op de begraafplaats. Halte Driehuis-Westerveld heeft nooit een echt stationsgebouw gehad. Wat er stond, was hooguit een veredelde abri. En in de beginjaren was die abri niet veel soeps. Een ‘onooglijke schuilplaats’, noemde ‘Het Spoor’ het in 1931.

Het blad voegde er meteen aan toe dat dat lelijke ding was verdwenen en was vervangen door een gebouwtje dat bijna een station was. ’Alleen ontbreekt de kaartverkoop er nog aan.’ Van de ‘onooglijke schuilplaats’ – vermoedelijk een gemetselde abri – laat Stationsweb geen foto’s zien. Wel wat er voor in de plaats kwam: een eenvoudig, maar smaakvol wachtlokaal. Zonder kaartverkoopruimte dus. Maar ja, Driehuis-Westerveld is over het algemeen een plek waar je naar toe gaat, geen plaats waarvan je vertrekt.

Dat smaakvolle gebouw heeft er een kleine twintig jaar gestaan: tot 1950. In dat jaar is het gesloopt en moesten reizigers zich zien te redden met een iets minder smaakvolle wachtruimte: een rechttoe rechtaan glazen geval met een dak er op.

Maar of er een fraai wachtlokaal was of niet, de overledenen bleven met de trein komen naar Driehuis-Westerveld. Zeker toen in 1914 bij de begraafplaats het eerste crematorium van Nederland in gebruik werd genomen. Daarmee was het opnieuw een uitzonderlijke plek, want cremeren was in die tijd officieel verboden. De enige plek waar het mogelijk was, en gedoogd werd, was Westerveld. En dus kwamen er uit het hele land stoffelijke overschotten van mensen die uit overtuiging voor crematie hadden gekozen.

Goede snelwegen waren er in 1914 nog niet, en dus kwamen de meeste overledenen per spoor. De NS vervoerden de stoffelijke overschotten naar een rouwstation aan de De Ruyterkade in Amsterdam, waar een wachtkamer was om de kist en de nabestaanden op te vangen. Aan de trein Amsterdam-Haarlem-Uitgeest koppelden de spoorwegen vervolgens een speciale wagon vast – een zogenoemde ‘katafalkwagen’ – waarmee de kist naar Driehuis ging.

Het speciale vervoer zorgde ervoor dat de dienstregeling van de lijn Haarlem-Uitgeest zelfs tot in overlijdensadvertenties en op rouwkaarten doordrong. Kees Veenis laat een voorbeeld zien van de advertentie die is geplaatst voor de crematie van zijn in 1944 overleden moeder: ‘De crematie zal plaats hebben te Westerveld, op Donderdag 20 juli a.s. na aankomst van trein 13,35 uur, halte Driehuis-Westerveld (vanuit richting Uitgeest). Volgens R. de Wijn, die verschillende wetenwaardigheden over het begrafenisvervoer meldt, was dat geen ongebruikelijke manier om een crematie op Westerveld aan te kondigen.

Bij de crematie of begrafenis van hoogwaardigheidsbekleders meldden de omroepen dit soort informatie zelfs via de radio. ,,Zelf heb ik als jongen bij de spoorbaan staan wachten om de overleden minister van justitie voorbij te zien komen.’’

Volgens De Wijn reden die speciale begrafenistreinen tot de opening van de Velsertunnels. Na die tijd gingen er andere treinen rijden, de zogenoemde hondenkoppen, die door hun afwijkende koppelingssysteem de begrafeniswagens niet konden meenemen. Na die tijd reden er incidenteel nog wel extra treinen naar Driehuis-Westerveld als daar bekende Nederlanders werden begraven. Volgens spoorkenners Roelof Hamoen en Oege Kleijne stopten ook die ritten eind jaren 60.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s