Vissporen bij de vleet

Een spoorrestant aan het einde van de Industriestraat.

Een spoorrestant aan het einde van de Industriestraat.

Het spoor stimuleerde de visserij en de visserij stimuleerde het spoor. Zo simpel ging het decennialang in IJmuiden. Vissers begonnen de plaats eind negentiende eeuw massaal te gebruiken als aanlegplaats. Dat kwam natuurlijk vooral door het Noordzeekanaal – de enige plek tussen Hoek van Holland en Den Helder waar ze ook bij ruwe zee veilig konden aanleggen. Maar ook dank zij de spoorlijn die er langs liep. Die bood de mogelijkheid om de verse vis snel naar de afzetmarkten in het binnenland te vervoeren.

Al snel trok IJmuiden zo veel vissers dat de aanlegsteiger voor de sluizen het niet meer aankon. Tussen de boten waren voortdurend aanvaringen. Maar belangrijker nog, met z’n allen begonnen ze het scheepvaartverkeer naar Amsterdam te belemmeren. Al een paar jaar na de opening van de spoorlijn maakte het Rijk daarom een plan voor een speciale vissershaven naast het Noordzeekanaal.

Die haven kwam er uiteindelijk in 1896 en de spoorlijn verhuisde natuurlijk mee. Het station langs het Noordzeekanaal was toch al geen succes meer, dus kwam er een nieuw station in de buurt van de haven. Met visstation – waarover in een volgend hoofdstuk meer – en een steeds uitgebreider netwerk aan goederenlijnen. En zo bevorderde de visserij op haar beurt weer het IJmuider spoor.

De belangrijkste van die goederenlijnen liep over de Halkade, in het verlengde van het spoor langs het nieuwe station IJmuiden. Deze zijlijn voerde langs de visafslag en het visstation. Het woord ‘lijn’ is eigenlijk een understatement, want het was een emplacement op zichzelf. In de hoogtijdagen lagen er maar liefst acht sporen: zeven naar het visstation en een achtste naar de kop van de haven, waar die lijn op haar beurt splitste in drie rangeersporen. Kortom, aan rails geen gebrek daar.

De tweede ‘vislijn’ in het havengebied boog bij het begin van het emplacement voor station IJmuiden naar de Trawlerkade en nam op die manier de andere kant van de Vissershaven voor zijn rekening. Een derde lijn takte vlak na de Trawlerkade af en volgde een tracé door de Haringkade. Na een paar honderd draaide de spoorlijn de Industriestraat in, volgde die tot aan het einde van de weg en liep daarna nog een stukje door in de Kaarweg.

Daarmee was het goederenlijnfestijn nog niet voorbij. Het havennet kende nog een vierde en vijfde zijlijn. Die liepen gezamenlijk vanaf over de Dokweg in de richting van de Kotterkade en draaiden daar met een grote boog naar het noorden. Eén lijn liep over wat nu het terrein van Cornelis Vrolijk’s Visserijmaatschappij is de Strandweg op en volgde die tot de Katwijkweg. De vijfde lijn volgde een paar honderd meter de Kromhoutstraat en dook vlak voor de Deutzweg naar het zuiden, om tenslotte met een laatste bocht in de Ampèrestraat te eindigen.

Van de verschillende lijnen zijn nog restanten terug te vinden. Verrassend veel zelfs. Of verrassend weinig, het is maar net hoe je er naar kijkt. Tastbare resten liggen er niet heel veel meer. Aan het begin van de Trawlerkade is nog een meter of dertig spoor terug te vinden. Een schamel stukje dus van de vele honderden meters die er ooit hebben geleden. Op een groot deel van de Industriestraat is evenmin iets terug te vinden. Alleen wie zich niet laat ontmoedigen en de straat helemaal uitloopt, stuit op een stukje spoor van een meter of twintig dat de straat schuin oversteekt. Als bonus is er helemaal aan het einde van de weg, waar de Industriestraat overgaat in de Kaarweg, nóg een meter of twintig rails te vinden. Althans, op de openbare weg. De rest van het spoor ligt vermoedelijk onder een loods die aan de Kaarweg is gebouwd. Het is trouwens net of het zichtbare stuk spoor het gebouw opzoekt. Het buigt er heel langzaam naar toe.

Maar het goederennet heeft ook op andere manieren haar stempel op het havengebied gedrukt: in het stratenplan. De Haringkade, om een voorbeeld te noemen, snijdt op een opvallende manier diagonaal door het verder tamelijke rechthoekig opgezette bebouwing in de haven. Het begin van de Kotterkade, een andere opvallende afdruk van het oude goederenspoor, buigt met een mooie, afgeronde bocht naar het zuidwesten. Iets minder in het oog springend is de Deutzstraat. Ook deze straat loopt tamelijk diagonaal door de overige bebouwing. Weliswaar heeft de goederenlijn niet exact op die plaats gelopen, maar wel op het terrein naast de straat – tegenwoordig in gebruik als een opslagplaats. Het tracé heeft de Deutzstraat dus min of meer in zijn voor IJmuidense begrippen ietwat afwijkende vorm geduwd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s