Inleiding Sporen 4

Interieur Blauwe tram‘Nou, dat begint al goed’, zult u straks waarschijnlijk denken als u de plaats ziet waar de zoektochten langs verdwenen Noord-Hollandse spoor- en tramlijnen beginnen. Leiden! Maar voordat u uw schalks geformuleerde terechtwijzingen over mijn topografische kennis opstuurt, laat me eerst een poging doen om uit te leggen waarom het wenselijk, ja onvermijdelijk is dat dit Noord-Hollandse Sporen-boek in Zuid-Holland begint. De eerste en de meest voor de hand liggende reden is dat de tramlijn waarmee ik de zoektochten begin, zich destijds ook weinig van de provinciegrenzen aantrok. De trammaatschappij die haar exploiteerde heette niet voor niets de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij. Veel van de noodzakelijke voorzieningen, als remises, waren ook netjes over beide provincies verdeeld. Dan ligt het voor de hand een paar van die dingen mee te nemen.

Los daarvan komt het toch een beetje star en rigoureus over om een druk bereden tramlijn als Leiden-Haarlem opeens genadeloos doormidden te hakken en het deel voor Bennebroek in het vuilnisvat van de vergetelheid te gooien. Een lezer blijft dan toch met de vraag zitten: waar kwam die tram vandaan? Wat hadden de reizigers gezien voordat ze de provinciegrens over kachelden? Ik besloot daarom die vragen meteen in dit boek mee te nemen. Dan zijn we daar ook weer vanaf.

En tenslotte – het is een gelegenheidsargument, ik geeft het toe – woon ik zelf in Leiden. In het besef dat ik voor dit boek ook op weg moet naar Zandvoort,  Haarlem en Amsterdam, is het prettig om in elk geval om de hoek te kunnen beginnen.

De verleiding was groot om, als ik dan toch in Zuid-Holland aan de slag ga, meteen maar het hele NZH-net in deze provincie mee te nemen. Ik heb er voor dit moment weerstand aan kunnen bieden. Want ik weet precies hoe het dan gaat. Als ik eenmaal de Blauwe tram heb gehad, is het maar een klein stapje naar de Gele tram en de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, die ook in Leiden hebben gereden. En voor je het weet zwerf je over de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden rond, terwijl ik richting Haarlem, Alkmaar en Den Helder moet.

Dit boek is een vervolg van ‘Sporen’ en ‘Sporen 2’, die beide over de Haarlemmermeerlijnen gaan. Zoals u waarschijnlijk aan het ontbreken van een nummering van het eerste boek kunt zien, is het volgen van opgeheven spoor- en tramlijnen een voorzichtig begonnen passie, die zich steeds heviger aan het ontwikkelen is. Tussen 2005 en 2007 schreef ik voor Haarlems Dagblad een serie over de paar nog zichtbare restanten van de Haarlemmermeerlijnen in het gebied van de krant. Ik verwachtte aanvankelijk na maximaal tien afleveringen wel klaar te zijn met de reeks, maar al na het eerste krantenstuk vlogen de brieven en e-mails met tips, herinneringen en historische foto’s binnen. Die tien afleveringen werden er 70 en zelfs toen was ik nog maar net over de grenzen van het verspreidingsgebied van Haarlems Dagblad.

De serie is in 2007 gebundeld in Sporen. Omdat ik steeds meer het gevoel kreeg dat het werk nog niet af was, ben ik twee jaar later begonnen met het verkennen van de andere delen van de Haarlemmermeerlijnen voor Sporen 2, dat in 2010 uitkwam.

Ondertussen groeide het besef dat de Haarlemmermeerlijnen een weliswaar zeer boeiend, maar toch betrekkelijk klein onderdeel waren van het spoor- en tramnet in Holland. De NZH-lijnen waren nóg omvangrijker. En hoewel er sinds de laatste rit van de Blauwe tram een bijna oneindige reeks boeken is verschenen, de ene historisch nog meer gedetailleerd dan de andere, is in geen enkel boek gedaan wat ik bij de Haarlemmermeerlijnen heb gedaan: de boel nalopen en de restanten beschrijven.

Als ik dan toch ging rondneuzen, wisten mede-spoorliefhebbers Dick de Waal Malefijt en Bert Gortemaker ook nog wel wat lijntjes, en ze stuurden me een vracht aan informatie over alle opgeheven spoor- en tramlijnen in Noord-Holland. In 2012 kwam daar het oproepje van collega Fokke Zaagsma bij dat ik ook weer niet te lang moest wachten met mijn beschrijvingen, omdat het heerlijk verwilderde lijntje Santpoort Noord-IJmuiden wel eens snel opgeruimd kon worden.

Ik kon niet langer wachten dus.

Op naar Noord-Holland! Maar te beginnen in Leiden, dus.

Advertenties

One thought on “Inleiding Sporen 4

  1. De fotoserie Blauwe Tram Leiden-Haarlem, de zgn. ‘Bollenlijn’, uit 2012 is een heel leuk initiatief van Wim Wegman. Zelf wonend in Lisse heb ik de tram nooit over de Bollenlijn gezien (geb. 1952), maar als jongen wel nog over de Rijnsburgerweg, Stationsplein Leiden, wanneer mijn moeder kleding voor de kinderen ging aanschaffen bij C&A te Leiden.
    Het viel me op, dat het traject tussen Sassenheim en Lisse met vele foto’s, niet de bushaltes en soms parkeervakken te zien zijn. (Lisse: 3e Poellaan; Beekbrug; Akervoorderlaan, De Engel; Dever).Deze plekken waren de zgn. wisselplaatsen. De lijn was ter plaatse enkelspoor en om tegemoetkomende trams te laten passeren, hield een tram halt op stukje dubbelspoor voor de tram uit de andere rijrichting.
    Later bleken dit ideale halteplaatsen voor de NZH-bussen van lijn 50 en 51 te zijn, zonder te overige verkeer te hinderen. Bij stopplaats ‘De Engel’ (tussen Sassenheim en Lisse) heeft nog jarenlang na de opheffing het markante wachthokje uit het tramtijdperk gestaan, totdat een moderne abri begin jaren ’70 zijn plaats innam.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s