Een baanvak zonder begin en einde

stootblok einde spoorlijn IJmuidenHet baanvak Julianakade–station IJmuiden is op een buitengewoon onopvallende manier heel bijzonder. Het is namelijk het enige stuk op deze lijn waarvan beide haltes volledig zijn verdwenen. Op de andere baanvakken zijn er meestal wel wat resten terug te vinden, als de stations er niet gewoon nog staan. Maar bij Julianakade-station IJmuiden zijn zowel het begin- als het eindpunt volledig van de kaart geveegd. Er is geen onderdoorgang, geen abri, geen perron en zelfs geen betonnen randje met een tegelvloer te vinden. Alsof ze in rook zijn opgegaan.

Over station IJmuiden komen we straks te spreken, want over dat ‘niets’ is nog zo veel te melden dat het een eigen hoofdstuk verdient. Met halte Julianakade zijn we sneller klaar, want zo heel veel stelde deze halte niet voor. Het was sowieso een laatkomer. De eerste vijftien jaar in haar bestaan moest de lijn het zonder halte Julianakade doen. Dat kon ook niet anders, want het spoor liep toen nog richting sluizencomplex. Pas nadat de spoorwegmaatschappij in 1899 de lijn had verplaatst naar het nieuwe eindpunt station IJmuiden, kwamen de rails in de buurt van de Julianakade.

Ook daarna had de halte lange tijd weinig om het lijf. Het was tot 1927 vooral een overslagstation voor stukgoed. Pas na de elektrificatie van het spoor, toen de HSM sneller optrekkende elektrische treinen kon inzetten, was het de moeite waard om passagiers aan de Julianakade te laten instappen.  Meer dan een abri en een wachterhuisje hebben er echter nooit gestaan. De wachterwoning is in 1972 tegen de vlakte gegaan, nadat de overgang een automatische beveiliging kreeg. De abri is in 1984 weggetakeld, na de eerste sluiting van het spoor. Lovers heeft Julianakade helemaal links laten liggen.

Een opmerkelijk feit nog – waaruit blijkt dat écht onbeduidende dingen niet bestaan en over alles wel een boeiend verhaal is te vertellen: in de Tweede Wereldoorlog heeft de halte een paar jaar lang een andere naam gedragen. De Duitsers wilden af van alle verwijzingen naar de Oranjes, en dan kan je natuurlijk geen treinen laten stoppen bij halte Julianakade. In augustus 1942 kreeg de stopplaats de naam ‘IJmuiden Zuiderkade’. Drie jaar later, in augustus 1945, keerde de naam IJmuiden Julianakade weer terug.

De halte zelf mag dan volledig zijn weggegumd, iets van haar infrastructuur is achtergebleven. De oversteek over het spoor bij de stopplaats – nu onderdeel van een verbindingsweggetje tussen Julianakade en de Geul – ligt er nog steeds. En langs de weg er naar toe staan de typische smalle betonnen paaltjes waarmee het spoor bij haltes was afgeschermd.

Een eindje verderop steekt een wel heel verroeste draad uit de grond – meer een soort trekkabel dan een elektriciteitsdraad. Geen idee of het bij de halte hoorde, maar dit soort dingen vallen hier goed op. Het spoor is hier namelijk nog kaler dan in het baanvak hiervoor. De bielzen zien er ook betrekkelijk nieuw uit. Op andere plaatsen op de lijn vallen ze bijna uit elkaar van narigheid, maar hier is het hout nog behoorlijk gaaf. Het is grijs en gebarsten, maar niet verrot. Is het een microklimaat-effectje? De bielzen liggen hier een eindje boven het maaiveld en ook de omgeving is niet of nauwelijks begroeid.

Het viaduct in de Kerkstraat zorgt enkele tientallen meters lang voor een ongemakkelijk gevoel. Hoe kun je een ruimte met minimale middelen zo inrichten dat een voorbijganger zich er maximaal ongemakkelijk voelt? Kom kijken in deze betonnen doos over het spoor! Met kale muren vol graffiti, een stenige bodem waar lekker veel vuil blijft hangen, donkere hoeken waar altijd gevaar lijkt te loeren en een half beschutte omgeving die een deel van het viaduct aan het zicht onttrekt, kom je dus een heel eind.

Kort daarna, vlak voor de Dokweg, houdt het spoor opeens op. De rails die ooit nog enkele honderden meters doorgingen, zijn verwijderd. Op het nieuwe eindpunt is een stevig stootblok neergezet. Zo op het oog een tamelijk nutteloos ding. Knappe machinist die dit spoor nog op komt en een nog knappere machinist die het helemaal redt tot de Dokweg. Maar de NS willen kennelijk alle risico´s uitsluiten in IJmuiden. Het zal namelijk niet de eerste keer zijn dat plaatselijke vandalen de autoriteiten verrassen.

Wie het laatste stukje van het tracé wil volgen, die paar honderd meter zonder rails, moet eerst nog enig gevaar het hoofd bieden. De Dokweg maakt ter hoogte van het spoor een onoverzichtelijke bocht, waar het verkeer met een behoorlijke snelheid overheen kachelt. Wie even zijn hoofd naar voren steekt om te zien of de kust veilig is, loopt het gevaar dat zijn wenkbrauwen eraf worden gereden. Het is eigenlijk gekkenwerk om de weg met zijn bijna onafgebroken verkeersstroom over te steken, vooral ook omdat veilig omlopen hooguit tien minuten langer duurt.

Maar wie het toch wil proberen, dit advies: kijk naar links, kijk naar rechts, kijk nog een keer naar links en nog een keer naar rechts en dan: rennen, rennen, rennen!

Op naar station IJmuiden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s