Nostalgisch smoezelig in de natuur

abri zeeweg Velsen(Driehuis Westerveld-Velsen Zeeweg)

Voorbij de overgang met de Duin- en Kruidbergerweg begint de natuur serieus op te rukken. Daarvoor is ze ook lekker bezig, maar beperkt de begroeiing zich vooral tot wat laagbijdegronds gekrioel over de over de oude spoorrails. Die trouwens erg gemeen uit de hoek kan komen. Dat merkte ik toen ik’s zomers een keer in een onnozele bui in korte broek het tracé verkende. Binnen de kortste keren zagen mijn onderbenen er uit alsof ik een halve marathon door prikkeldraadversperringen had afgelegd.De gedachte om op het spoor zelf te lopen, komt voorbij de Duin- en Kruidbergerweg niet eens bij een mens op. Dichte bosschages – opnieuw vooral bramen, maar ook allerlei ander ongeregeld groen spul – overdekken de spoorbaan vrijwel volledig. Her en der schieten zelfs al kleine boompjes uit de grond. Bescheiden dingen nog. Een beetje gespierde kerel neemt er waarschijnlijk zo een paar mee voor thuis, maar het begin van het Velser Spoorwoud is er.

Driehuis-Velsen ZeewegDe begroeiing is al snel zo dicht, dat er maar een klein gangetje overblijft: een platgetreden pad waar een halve generatie Velsenaren het onkruid de kop heeft ingedrukt. Door het hoge groen links en rechts naast de treinbaan (echt groen, niet het uit de kluiten gewassen onkruid dat op het spoor groeit) heeft de omgeving hier en daar wel wat weg van een park. De doorkijkjes naar begraafplaats Westerveld versterken die indruk alleen maar. Hoewel ze tegelijkertijd een raar contrast opleveren. De wilde schoonheid van de overwoekerde spoorbaan tegenover het keurig aangeharkte en gemaaide Westerveld.

Het rondwoekerende groen is halverwege het baanvak tussen Driehuis Westerveld en Station Zeeweg zo dicht, dat het de rails op sommige plekken totaal aan het zicht onttrekt. Maar voordat een spoorwandelaar denkt ‘Wat doe ik hier ook al weer?’ duiken er subtiele en minder subtiele herinneringen aan de spoorlijn op. Zoals een keperbaken (een smal wit bord met twee zwarte strepen, dat de machinist gebiedt om afhankelijk van het zicht langzamer te rijden).Keperbaken Velsen Zeeweg

En dan ineens is er, pal naast een hek van de begraafplaats een kaal, open stuk. Het is zo leeg dat je je afvraagt: wat is hier nu weer gebeurd? Er staat nog wel wat onkruid, en de boompjes zijn niet helemaal verdwenen, maar het is duidelijk een ander gebied. Komt het omdat er door het ontbreken van hoge bomen langs het spoor zon en wind voor een ander microklimaat hebben gezorgd waarin de bramen het moeilijker hebben? Ligt er andere grond, waarop sowieso minder groeit? Is er er op deze plek per ongeluk een vat onkruidverdelger omgevallen en begint de natuur pas nu een beetje terug te krabbelen? Of was iemand de groene zooi zat en ging hij op deze plaats even helemaal uit zijn dak?

Hoe dan ook, het kale stuk is maar betrekkelijk klein. Enkele tientallen meters verderop – op een plek waar de bomen langs het spoor alweer wat hoger zijn – schiet het struikgewas weer vertrouwd omhoog. En niet alleen struikgewas trouwens. Aan de westelijke kant, de zijde waar het spoor al bijna een kwart eeuw weg is, verrijst iets wat vaag op een perron lijkt. Klimop en lang gras hebben het vrijwel aan het zicht onttrokken, maar her en der piepen de betonnen zijplaten er nog tussenuit.

Veel meer dan die platen is er ook niet meer van het perron over. De begraafplaats heeft aan de achterzijde er zoveel van afgeknaagd, dat er een looppad van nauwelijks tien, twintig centimeter is overgebleven. Iedereen die wel eens een oude foto van een van de stations heeft gezien langs deze lijn, weet dat de reizigers toch iets meer ruimte voorhanden hadden.

Het tegenoverliggende perron ligt er op deze plek, om het eens lekker ingewikkeld te maken, niet tegenover. Reizigers richting IJmuiden moesten een eind verder opstappen, voorbij het station aan de andere kant van de overweg. Dat perron is nog wel in tact. De stoeptegels en de abri, zelfs de trappetjes naar het perron zijn nog gewoon aanwezig. Weliswaar moet de abri het zonder ruiten doen, maar och, dat zijn abri’s in IJmuiden wel gewend.

Voor de liefhebbers van vervallen, industriële en enigszins melancholiek stemmende omgevingen is dit een absolute aanrader. Het wachthokje is nog gaaf, maar oogt tegelijkertijd oud, vermoeid, vies en versleten. Zelfs de graffiti lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. Het is een beetje verbleekt en vervaagd. Alsof het al in geen jaren een spuitbus heeft gezien.

Het is er ook een beetje smoezelig. Er liggen, naast enkele weggeworpen blikjes energiedrank, een oude sweater, een sok, een rafelig T-shirt en een lelijke plastic tas met nog meer oude kleren. De eerste gedachte is: hier heeft iemand wel heel veel haast gehad om zich uit en vervolgens weer aan te kleden. Maar een rondslingerende oude verfroller doet uiteindelijk vermoeden dat iemand gewoon zijn oude kluskleren bij de abri heeft gedropt.
En dat maakt het op de een of andere manier net even iets minder smoezelig.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s