Een keihard monument (1.4)

Gert-Jan Combee is nog maar net begonnen aan zijn verhaal, als de deurbel gaat. Een gemeenteambtenaar wipt even aan om iets af te geven. Een minuutje later komt Combee grijnzend terug van de deur met een klein wit-blauw geblokt schildje in zijn hand. ,,Kijk, het officiële bewijs dat mijn huis een gemeentemonument is. De gemeente wilde het al een tijdje geleden aan de gevel schroeven, maar de gemeentelijke klusjesman had steeds geen tijd. Dus ik zei: breng het maar. Dan doe ik het zelf wel. Dit…’’, hij houdt het geëmailleerde schildje omhoog, ,,gaat vanavond nog tegen de gevel.’’
Gert-Jan Combee is trots op zijn spoorhuis: baanwachterswoning 32 aan de Handweg in Amstelveen. Hij heeft het huis – waar zijn familie al veertig jaar woont en waar hij is geboren en getogen – grondig verbouwd en gerenoveerd. Mede dank zij die inspanningen is het huis, net als de andere spoorgebouwen in Amstelveen, tot gemeentelijk monument verklaard.
Terecht, vindt Combee. ,,Het is een prachtig, karakteristiek huis. Heel sfeervol.’’ Het spijtige vindt hij wel dat de gemeente Amstelveen ondanks de monumentale erkenning de omgeving er niet erg bij heeft laten aansluiten. Hij pakt een luchtfoto uit 1975, waarop goed is te zien dat de baanwachterwoning toen nog aan het uiterste zuidpuntje van het oude dorp stond, met tegenover zich slechts de Poel en lege polders. ,,Voor een kind was het een geweldig gebied. Heerlijk om te spelen. Maar kijk nu. Hier zijn flats gekomen’’, zeg hij terwijl hij met zijn wijsvinger over de foto zwaait, ,, hier is het raadhuis gebouwd en hier zijn woningen gekomen. Prima allemaal, ik begrijp best dat dat ergens moet staan, maar de bouw sluit niet aan bij de huizen in het oude dorp. En al helemaal niet bij de baanwachterwoning.’’
In haar hang naar een moderne omgeving, is de gemeente wel consequent. De aanbouw die Combee bij het huis wil maken, werd aanvankelijk door de monumentencommissie afgekeurd. ,,De bouwstijl leek veel te veel op die van de woning. Volgens de commissie moest het monument duidelijk afwijkend blijven. Nou ja, het is een visie, zullen we maar zeggen. Het gevolg was wel dat ik het ontwerp voor een belangrijk deel opnieuw moest laten maken. Ik heb een moderner dak en totaal andere ramen laten tekenen.’’
De aanbouw lost in één klap een probleem op waarmee vrijwel alle spoorhuizen op de een of andere manier hebben gekampt: het originele gebouw was naar moderne eisen veel te krap. Combee: ,,Ik moest de loods naast het huis toch al vervangen. Die herbouw ik nu op een andere plek, waardoor er een soort wigvormige ruimte tussen de aanbouw en de spoorwoning komt. Die trekken we bij het huis. Beneden krijg ik op die manier bijna twee keer zo veel ruimte, waardoor ik een veel grotere woonkamer krijg en bovendien ook een extra kamer kan maken. Die hebben we hard nodig.’’ Hij heeft zich niet uit het veld laten slaan door de monumentencommissie. ,,Het wordt heel mooi. Er komt bijvoorbeeld een koperen dak op. De uitstraling wordt heel sjiek.’’
Vóór deze verbouwing heeft Combee ook al het nodige vertimmerd aan woning nummer 32. ,,Mijn vader kon het in 1966 huren omdat hij bij de spoorwegen werkte. Hij zou hier baanwachter worden. Grappig genoeg heeft hij dat werk nooit gedaan, omdat op het moment dat hij begon het spoor werd opgeheven. Ik weet van hem dat de NS het huis nauwelijks hebben onderhouden. Maar ja, wat wil je ook met de huur die hij moest betalen. In het begin was die 36 gulden per maand. Reken uit wat dat per jaar oplevert. Wat voor onderhoud kun je daarvoor doen?’’
Toen Combee het in 1993 kon kopen van de gemeente Amstelveen – die inmiddels eigenaar was geworden, maar er ook weinig aan had gedaan – was het huis zwaar vervallen. ,,Er zaten flinke scheuren in de muren’’, zegt Combee. ,,Het meeste houtwerk was verrot en binnen moest het meeste ook vervangen worden. Uiteindelijk hebben we alles meteen maar opnieuw ingedeeld, want de kamers waren erg klein en popperig. Toch was het huis zelf, voor een woning van bijna een eeuw oud, prima in orde. Maar er is ook uitstekend materiaal gebruikt. De bakstenen zijn bijvoorbeeld keihard. Een vriend van me merkte dat toen hij me hielp om een gat in de muur te maken. ‘Ik boor wat gaten rondom en tik het er zo uit’, zei hij. Nou, vergeet het maar. Hij kwam er niet doorheen. Pas toen hij zwaar materieel had gehaald, lukte het een beetje. Uiteindelijk is hij er nog een halve dag aan bezig geweest.’’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s