Speech presentatie dvd, 17 april 2012

dames en heren,
1912 Was niet alleen het jaar dat de Titanic zonk, het was ook het jaar dat de allereerste rit plaats had op de Haarlemmermeerlijnen. Dat laatste klinkt positief, maar verschillende geldschieters zullen daar uiteindelijk toch heel anders over hebben gedacht. De Haarlemmermeerlijnen bleken een grote financiële flop. Al na 24 jaar werd het grootste deel van het net opgedoekt en opgeruimd.
Dat is lekker, denkt u nu misschien: Wat doen we hier? Wat is er zo bijzonder aan die mislukking dat er nu zelfs een dubbel-dvd over verschijnt?
Die vraag, wat is er zo bijzonder aan dat spoortje, houdt me al een lange tijd bezig.

De Haarlemmermeerlijnen intrigeren me mateloos. Maar mij niet alleen. Ik ben de afgelopen jaren talloze mensen tegengekomen die elke foto, elk feit en bij wijze van spreken elke overgebleven spoorspijker verzamelen. Ik sprak verschillende mannen met een grote passie om hele stukken van dit spoor zo exact mogelijk na te bouwen. En horden wandelaars lopen het lijntje weekeinde na weekeinde meter voor meter na.
Waarom is dat? Waarom schrijft iemand met een buitengewoon drukke baan, zonder een in het oog springende belangstelling voor treinen, twee boeken over de Haarlemmermeerlijnen en werkt hij trots mee een dubbel-dvd?
Omdat er iets is met die Haarlemmermeerlijnen.  En ik ben er nog steeds niet helemaal uit wát.
Haarlemmermeerlijnenkenner Cock Willers gaf als verklaring voor zijn passie dat de Haarlemmermeerlijnen een afgerond verhaal zijn. Ze zijn opgeheven, er verandert niets meer, ze zijn kláár. Het is een goed te omvatten onderwerp, bevroren in de tijd. Je kunt het reconstrueren, zonder dat er voortdurend iets nieuws bij komt.
Dat is absoluut waar. Maar het beantwoordt volgens mij de vraag nog niet volledig.  Er zijn in Nederland wel meer zaken opgeheven en de meeste wekken nauwelijks passie op.  In mijn wijk zijn de afgelopen dertig jaar bijvoorbeeld zeker drie buslijnen opgeheven. Ik hoor er nooit iemand over.
Er is dus meer.
Nostalgie, denk ik. De Haarlemmermeerlijnen roepen een soort jaren ’20, ’30 en  ’50 gevoel op. De jaren ’40 sla ik even over, daar kom ik zo nog op. Ze zijn een symbool uit een periode dat Nederland arm, sober maar overzichtelijk was. Wat in werkelijkheid natuurlijk nooit zo is geweest, maar dat doet er even niet toe. Ze staan voor een tijd waarin de brugwachter in een klein huisje naast de spoorbrug woonde, van ’s ochtends zeven tot ’s avonds elf aan de slag was, weinig betaald kreeg maar wel zeker van zijn baan was. Een ordentelijke rust en focus die in deze tijd van twitterende jobhoppers en permanente reorganisaties iets weldadigs heeft.
Een kalm lijntje dus met, heel tegenstrijdig, een bewogen geschiedenis. Pas zes jaar na de opening was het echt klaar, vier jaar daarna gingen de eerste haltes al dicht, veertien jaar daarna werd de helft van het net opgeheven en weer veertien jaar later werd het volledige passagiersvervoer gestaakt. Toch slaagde het er in, althans een stukje daarvan, tot  1986, tot aan het einde van de twintigste eeuw in bedrijf te blijven. Een mislukkeling met uithoudingsvermogen dus. Dat wekt altijd wel weer sympathie.
Maar er is méér.
De vele verrassingen op en rond het net. Zijn grootte, om maar wat te noemen. Bijna iedereen die ik er over sprak, heeft ooit een  ‘hé, zijn dit ook de Haarlemmermeerlijnen’-ervaring gehad. Mensen langs de lijnen hebben meestal het idee dat het een heel lokale trein was. In Leiden hebben ze het over het spoortje naar Alkemade, In Mijdrecht over het treintje naar Uithoorn en in Amstelveen over het lijntje naar Amsterdam en naar Aalsmeer. Als ze horen dat de trein destijds ook naar Haarlem, Alphen aan den Rijn en Nieuwersluis reed, kortom, zo ongeveer half Noord- en Zuid-Holland en Utrecht doorkachelde, valt hun mond open van verbazing.
Zelf had ik dat ook trouwens. Terwijl  ik me in Hoofddorp verdiepte in de achtergronden van de trein, ontdekte ik dat dat rare betonnen bruggetje, midden in een weiland naast mijn wijk in Leiden, ook van de Haarlemmermeerlijnen was. Ik reed er al 20 jaar langs. Het kwartje viel toen pas.
De omvang is echter nog maar één verrassing. De talloze zijlijnen, bedrijven, bewoners en gebouwen zorgen voor vele andere. De Haarlemmermeerlijnen zijn een kapstok voor verhalen, meldde Haarlems Dagblad zaterdag. En dat is zo. De eerste lijn naar Schiphol in de oorlog, de conservenfabriek van Blad en Van de Vijver, de bijzondere aanleg van de tweede Schiphollijn, de brugwachterwoning bij Oude Wetering, de treinensloperij van Koek en de verdwenen woning langs de Veldwetering zorgen voor fascinerende geschiedenissen. Ik ga ze niet allemaal herhalen, op eentje na, een bizarre: de spoorwegovergang over de A2 .
In de jaren 50, toen het opkrabbelende Nederland dringend behoefte had aan nieuwe rijkswegen, maar er geen geld was om er allerlei tierelantijnen omheen te bouwen, werd besloten de kruising van de A2 en de Haarlemmermeerlijnen gelijkvloers te houden. Een viaduct was te duur, het personenvervoer op de lijn was toch al geschrapt en, ach, zo druk was het op de rijkswegen nu ook weer niet.
Maar in de jaren ’60, toen de arbeiders massaal hun auto’s kregen,  zorgden de spoorbomen voor steeds meer ernstige, ja zelfs dodelijke ongelukken. In afwachting van een spoorviaduct, waar nu alsnog aan werd gedacht, mocht de rijkspolitie opdraven om in te schatten of de bomen veilig naar beneden konden.  Op de dvd staat een reportage waarin wordt uitgelegd hoe dat in zijn werk ging. De bakelieten telefoons, het kale werkhok vol zware metalen handles en de klinkers op dit stukje van de rijksweg typeren de tijd.
Dat viaduct kwam er uiteindelijk toch niet toen eind jaren ’60 het transport van steenkool wegviel, een van de economische pijlers van de Haarlemmermeerlijnen, en de spoorlijn opnieuw zijn beste tijd gehad leek te hebben. Die bewaakte spoorwegovergang heeft tot de allerlaatste dag van de Haarlemmermeerlijnen, 30 mei 1986,  gefunctioneerd. Waarbij het wegverkeer trouwens duidelijk voorrang had. As de rijkspolitie het niet veilig vond, of even wat anders te doen had, moest de trein soms een halve dag wachten.
Maar is met dit soort geschiedenissen de aantrekkingskracht van de Haarlemmermeerlijnen verklaard?
Toch niet.
Wat mij enorm heeft aangesproken, is de herkenbaarheid van de stations en spoorhuizen van de Haarlemmermeerlijnen. Hoewel ze qua stijl en uitvoering stuk voor stuk verschillen, soms enorm verschillen, zijn de gebouwen onmiddellijk terug te vinden in een stad, dorp of landschap. Rij over de A200 naar Haarlem, kijk in zuidelijke richting, en station Rijksstraatweg springt in het oog. Rij door Nieuwveen, in de richting van Nieuwkoop, en station Nieuwveen beneemt je de adem. Als je op een zoektocht bent naar de restanten van de Haarlemmermeerlijnen vliegen ze je opeens om de oren, alsof  een lang verborgen werkelijkheid plotseling naar voren komt.
De Hollandsche Electrische Spoorweg-maatschappij is er bovendien niet in geslaagd, en dat is ook wel een van de zaken die de lijnen aantrekkelijk maken, één lelijk gebouw neer te zetten. Ook de meest eenvoudige woning, het brugwachterhuis in Vijfhuizen bijvoorbeeld, heeft wel weer een paar mooie lijnen en uitbouwtjes die het toch cachet geven. Zelfs de privaatgebouwen, de openbare toiletten, zijn het aanzien meer dan waard. Over station Aalsmeer en het Haarlemmermeerstation in Amsterdam zwijgen we verder maar.  Die moet u gewoon gaan zien.
De bewoners van die huizen behoren trouwens tot de meest gepassioneerde Haarlemmermeerlijnenfans. Ze zijn zonder uitzondering apetrots op hun woning. Bel er aan, zeg dat je bezig bent met de Haarlemmermeerlijnen en je wordt een halve dag door het huis gesleept om de originele planken van de vloer aan de onderkant te bekijken, het houtwerk van de nok te bewonderen en alle veranderingen aan de tussengelegen kamers, muren en deuren te noteren.
En toch is er nóg meer.
Een van de meest bijzondere dingen is dat 90, misschien 95 procent van het spoor er nog steeds ligt. Op sommige plekken zijn de lijnen al 75 jaar geleden opgeruimd, maar wie goed kijkt, vindt ze weer terug. Ze leven voort als een grasveldje, een fietspad, een provinciale weg, een onooglijk grindpad of een raar, smal paardenweitje, maar ze liggen er wel. Je voelt je bijna als een ontdekkingsreiziger als je in Hoofddorp op een geluidswal klimt, verwacht dat dat ding aan de overkant van de weg nu eindelijk wel eens  verdwenen  zal zijn, maar het gewoon weer, met spoorslootjes en al, verder blijkt te gaan.
De passie voor de Haarlemmermeerlijnen heeft bij mij geleid tot twee boeken, die inmiddels aan hun vierde en derde druk  toe zijn. Een van de eerdere stellingen – dat de lijnen helemaal klaar zijn – heb ik trouwens in beide boeken zelf weer onderuit moeten halen. Vijf jaar na het uitkomen van Sporen 1 was er zo veel veranderd rond de overblijfselen en kwamen er zo veel nieuwe feiten en verhalen naar voren dat ik het boek behoorlijk heb herzien.
Tegelijk met de herdrukken bood zich de mogelijkheid aan om samen met Tijdsbeeld Media twee dvd’s te maken rond de Haarlemmermeerlijnen. Voor mij een totaal nieuwe ervaring. Het bleek al vrij vlot dat je het als schrijver maar makkelijk heb. Als een baanvak compleet is verdwenen, als er echt niets meer is te zien, kun je er als auteur nog wel wat van maken. Je snort wat oude anekdotes op en wat historische feiten, en als die er ook niet zijn, kun je altijd nog observaties en veronderstellingen gebruiken: hoe de trein zich door de woonwijk ploegt die later op het spoor is gebouwd, of hoe een rijtje hazen over een akker een tijdje precies de route van de oude treinbaan volgen.
Maar als je geen beelden hebt, bestaat het niet op een dvd.
De officiële regionale archieven konden weinig voor ons doen, want ze bleken nauwelijks film te hebben van de Haarlemmermeerlijnen. Dat het allemaal nog goed is gekomen, is te danken aan de vele liefhebbers die in de loop der jaren, vaak belangeloos hebben meegewerkt aan Sporen. Ook deze keer hebben ze weer fantastisch werk geleverd door materiaal uit hun verzamelingen beschikbaar te stellen. Twee van hen wil ik daarvoor bedanken door hen de eerste exemplaren van de vernieuwde Sporen en de dvd te overhandigen.
Allereerst Bert Gortemaker. Ik ken Bert sinds 2007, toen ik voor de historische vereniging in Uithoorn een lezing mocht geven over de Haarlemmermeerlijnen. Vlak voor de vergadering stapte een ietwat schuchtere man naar de organisatie, met de vraag of hij, als ze het dan toch over dat lijntje hadden, zijn zelfgemaakte smalfilmbeelden mocht vertonen. Het was een openbaring. Bert toonde er unieke beelden over de nadagen van het spoor. Uiteraard zijn die beelden opgenomen in de dvd die straks wordt gepresenteerd.
Sinds die eerste kennismaking houdt hij me geregeld op de hoogte van alles wat er op en rond de restanten van het spoor verandert, want Bert houdt het allemaal scherp in de gaten. Veel van zijn materiaal en kennis hebben de boeken verrijkt. Bovendien heeft hij voor verschillende verbeteringen, aanvullingen en correcties gezorgd.
Bert, dank voor al je hulp en je steun en ik hoop je in de toekomst nog geregeld te kunnen raadplegen.
Ik leerde Cock Willers kennen toen ik aan de slag ging voor Sporen 2. Waar Cor Wies en Dick de Waal Malefijt de basis waren voor het eerste boek, zo was Cock dat voor het volgende deel van Sporen. Cock had een berg documenten, foto’s, video’s en niet te vergeten: kennis die me jaloers maakte. Hij heeft samen met zijn zoon elke meter van het spoor nagelopen, behalve die op de A2 en wat nu de A4 is, bekende hij met enige spijt in zijn stem. Hij heeft onder bruggen op de provinciale weg gehangen om de bruggenhoofden te bekijken en schrok er niet voor terug om een stuk te zwemmen als er toevallig geen brug was naar de rest van het spoor. Als er een zwarte band was voor Haarlemmermeerlijnenpassie, had Cock die al lang en breed binnen.
Zijn achtertuin is uitgegroeid tot een waar Haarlemmermeerlijnenmuseum, waar restanten, tot en met een raam van een gesloopte woning en delen van een brug in ere worden gehouden. De Wereldomroep maakte enkele jaren geleden een reportage over Cock en zijn zoon. Uiteraard zijn ook die beelden in de dvd’s opgenomen. Een nog belangrijker onderdeel vormen echter de video’s die Cock zelf heeft geschoten. Ze geven een mooi beeld van zijn gedrevenheid en zijn liefhebberij.
Cock, nogmaals hartelijk dank en ik vind het een eer dat ik het eerste exemplaar van de dvd aan je mag overhandigen.

Advertenties

One thought on “Speech presentatie dvd, 17 april 2012

  1. Echt leuk die DVD met al die originele beelden uit de oude doos. De oversteek van de A2 maakte de meeste indruk. Het is een waardevolle aanvulling op beide boeken sporen 1 en 2.

    Rene Mathot uit Beverwijk

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s