Voorgoed overspoeld door de stad (1.4)

Dit hoofdstuk is, vooral aan het einde, flink op de schop gegaan.

De spoorwoning aan de Bennebroekerweg is een soort gestolde eenzaamheid. Hoewel het in het hart staat van een gemeente met 130.000 inwoners, is er op deze gure dag begin maart 2006 geen kip te zien rond het huis. Vandaag niet, bij voorgaande bezoeken niet. Nooit, eigenlijk.

Het verkeer raast voorbij. Aan de overkant van de Nieuwerkerkertocht rijden vrachtwagens af en aan naar de zandwinning bij de Toolenburgerplas. Maar aan Bennebroekerweg 665 stopt niemand. Zelfs het handgeschilderde nummerbord straalt verlatenheid uit. Het hangt, nog slechts bevestigd aan één spijker, half op z’n kop waardoor er 599 lijkt te staan.

Het huis ziet er slecht uit. De gevel, ooit witgeschilderd, is grauw en verweerd. Overal in het pleisterwerk zijn diepe barsten te zien. Het aanbouwtje naast het huis is verzakt en scheurt langzaam los van de gevel. De asbest golfplaten op het dak zijn overwoekerd door mos. Een schotelantenne aan de muur is verroest. De dakgoot is zo vermolmd dat het lijkt of hij elk moment naar beneden kan komen.

Achter het huis is het beeld zo mogelijk nog treuriger. Een grote houten schuur is verzakt, waardoor de planken nu schots en scheef op elkaar zitten. Door de kapotte ramen zijn binnen een paar grauw uitgeslagen tuinstoelen te zien. Verder ligt er niets in de enorme schuur. Een eindje verderop staan oude kassen, waar het onkruid langzaam omhoog komt tussen verlepte planten. Bruine sprieten deinen zachtjes heen en weer in de wind die door het kapotte glas waait.

De boomgaard naast het huis ziet er wel verzorgd uit: tussen de bomen is het gras keurig gemaaid en is er nauwelijks onkruid te zien. Maar die boomgaard, blijkt later, wordt onderhouden door de buren enkele honderden meters verderop.

Het spoorhuis zelf is net als de omgeving compleet verlaten. In de woonkamer is slechts één schilderij te zien, een berglandschap dat op z’n kant tegen de muur staat. Kennelijk op het laatste moment toch niet de moeite waard gevonden om mee te nemen. In de voorkamer zijn twee Spartaans ogende keukenstoelen achtergelaten, een hanglamp en, in de vensterbank, een kamerplant die de moed al duidelijk heeft opgegeven.

Dat is niet zo heel vreemd, want de plant staat al sinds november 2005 droog. In die maand trok bewoner W.J. van der Geest voor het laatst de deur achter zich dicht. ,,We hebben het huis in 1996 verkocht aan woonmaatschappij De Vaart en zijn vrij snel daarna naar Wijdenes verhuisd”, laat hij vanuit het Westfriese plaatsje weten. ,,Mijn zoon wilde het tuindersbedrijf voortzetten en hier heeft hij de ruimte.”

Ook de kassen aan de Bennebroekerweg bleven nog in bedrijf, waarbij de oude spoorwoning als een soort tweede huis werd gebruikt. ,,Daar bleven we als we in Hoofddorp aan het werk waren. Naar Wijdenes heen en weer rijden vonden we toch te lastig.”

Van der Geest legt uit dat er sinds 1996 niets meer aan het huis is gebeurd. ,,Je weet dat je er vroeg of laat uitmoet, dus waarom zou je? Wat De Vaart er precies mee van plan is, weet ik niet, maar daar, in Toolenburg-Zuid, wordt straks een complete woonwijk uit de grond gestampt. Dus ja, veel kans geef ik het huis niet.”

Als het zou verdwijnen, zou het Van der Geest aan het hart gaan. ,,Ik heb er 38 jaar gewoond, en het was een best huis. Een beetje vochtig, dat wel, want er zit geen spouw in. Maar het was er prima wonen, ook al zaten we daar de meeste tijd moederziel alleen en hadden we er in het begin niets. Er was destijds geen gas, geen telefoon, en het water kwam uit een niet zo heel schone put. We moesten voor alles naar Hoofddorp, kilometers verder. Dat was op het laatst wel beter te doen, want Hoofddorp was aanzienlijk dichterbij gekomen. Hahaha.”

Toen Van der Geest de boel verkocht, was de wijk Toolenburg zijn huis tot op enkele honderden meters genaderd. Uiteindelijk heeft de wijk het huis definitief overvleugeld. In juni 2006 is het huis gesloopt voor de bouw van de wijk Toolenburg-Zuid. Op de vraag of er ooit is overwogen om het oude spoorhuis gerestaureerd en al een nieuwe plek te geven in de nieuwe woonwijk, antwoordt de woordvoerster van woningbouwvereniging De Vaart kort maar onverbiddelijk: ,,Kennelijk niet.”In juni 2006 is het huis gesloopt. Ruim vijf jaar later, in het najaar van 2011, dringt de vraag ‘waarom?’ zich op. De nieuwe wijk is nog in geen velden of wegen te bekennen. De Zuidtangent raast er inmiddels wel langs, maar op zo’n afstand dat bus en huis onmogelijk last van elkaar gehad zouden hebben. Bovendien, het was een spoorwoning. Ooit denderde de trein er vlak langs. Zo’n huis was wel wat gewend.

Helemaal verdwenen is de voormalige haltewoning nog niet. Haarlemmermeerlijnenverzamelaar Cock Willers heeft tijdens de sloop het kelderraam veilig weten te stellen. Het siert nu de schuur achter zijn huis in Bodegraven. De voetafdruk van de woning, om het zo maar te noemen, is er ook nog steeds. Op het plek waar het stond, is nu een grote krater. Als een laatste herinnering aan de spoorwoning, als bewijs dat dit niet zo maar een gat is, steekt uit de bodem een gele PVC-pijp omhoog.

Ondertussen is het er nog stiller en eenzamer geworden. De ligusterheg, die destijds niet verder dan de heup kwam, is nu een bijna vier meter hoog groen scherm geworden, dat het terrein van twee kanten afsluit. De boomgaard aan de zijkant en achterzijde doet de rest. Het is een plek waar niets en niemand meer komt. Populieren, waarvan de loten massaal uit de grond schieten, nemen het langzaam over.

Geef het nog eens vijf jaar en het is natuur. Natuur met een eenzame PVC -pijp.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s