Alleen maar langzaam, langzaam en oud (1.4)

Hieronder het bijgewerkte hoofdstuk Rijnlanderweg-Venneperweg.

Een verrassing kan de opheffing van de Haarlemmermeerlijnen in 1935 niet zijn geweest. Een verslaggever van het Avondblad schrijft op 12 augustus 1932 een ietwat poëtisch, maar weinig vleiend stuk. ,,Door de frissche, groene weilanden, langs de akkers waarop in de brandende zon de oogsters het graan hoog optasten, over kanalen met ruischende populieren, rijdt luid kleppend een treintje. Een kleine locomotief, die traag rookwolkjes uitblaast, trekt de wagentjes, alsof het al 100 jaar zo rijdt. Om de stille stations heeft de klimop ranken gelegd. Alles is alleen maar langzaam, langzaam en oud”. Waarna de verslaggever bijna verbijsterd vaststelt dat deze voorwereldlijke verschijning nog maar 20 jaar oud is.

Een paar jaar later, in oktober 1935, schetst een verslaggever van het Haarlems Dagblad een zo mogelijk nog droeviger beeld. ,,Voor opheffing van de lijn Amsterdam-Aalsmeer schijnt geen gevaar te bestaan. Van deze dienst maken, vooral in de zomermaanden, vele honderden Amsterdamse hengelaars en zeilers gebruik. Van de Haarlemmermeerlijn kregen wij, eerlijk gezegd, een gans andere indruk. Het treintje [..] telde, zegge en schrijve, één passagier. En die reisde nog per abonnement. Het Haarlemse perron zag er leeg en levenloos uit. Een perronchef, een conducteur en twee reizigers verdrongen zich langs de gereedstaande trein. Plichtmatig tjengelde het treintje de vale vlakte der Haarlemmermeer binnen, in de hoop dat de wereldsteden Rijksstraatweg, Vijfhuizen en IJweg het aantal passagiers zouden vermeerderen. Maar alleen een meneer met een rode pet kwam even acte de présence geven. Treurig belde de locomotief haar afscheidsgroet en sleepte hijgend de twee wagons van de ‘Étoile de Sud’ [..]. Wij kunnen ons voorstellen dat de Nederlandse Spoorwegen een dergelijke rit tegen twee kwartjes reisgeld niet lonend weten te exploiteren. Maar wij staan eveneens open voor de bezwaren der bevolking, die haar treintje wenst te behouden. Een spoorwegverbinding kan nu eenmaal niet altijd op winst zijn gericht.”
De laatste zinnen sluiten aan bij een actie die enkele weken voor de publicatie van het stuk door het Haarlemmermeerse bedrijfsleven op poten is gezet. In 1912 zagen de winkeliers de trein nog met angst en beven komen, bang als ze waren dat hun klanten het spoor zouden gebruiken om hun geld elders uit te geven. In 1935 vrezen ze vooral het omgekeerde: zonder spoor zal hun klandizie van elders, én die van het spoorpersoneel zelf, wegvallen.
Op vrijdag 13 september 1935 houden vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in De Beurs in Hoofddorp een drukbezochte actievergadering, waarbij ze een commissie benoemen die moet pleiten voor het in stand houden van de Haarlemmermeerlijnen. Op zichzelf getuigt het van lef om op zo’n dag te vergaderen, maar hoe dan ook: het werk van de commissie blijft vruchteloos. De Haarlemmermeerlijnen verdwijnen roemloos, alle acties en al het geweeklaag ten spijt.

De meeste baanvakken worden snel daarna, vaak al in de loop van 1936, opgeruimd. Het stuk waar dat het grondigst is gebeurd, is dat tussen Sloterweg-Zuid (nu Rijnlanderweg) en Nieuw-Vennep. Van het oude spoor is daar bijna, met de nadruk op bijna, niets meer terug te vinden. Nu is de omgeving er ook niet naar om nog iets van het tracé in stand te houden. Het spoor liep hier destijds, achter het buurtschap ’t Kabel langs, dwars door akkers. Het is de boeren niet kwalijk te nemen dat ze de grond snel bij hun land trokken. Zo’n strookje van 20 meter breed ploegt niet echt lekker.

Toen later Sportpark Oosterdreef in Nieuw-Vennep werd aangelegd, was er evenmin aanleiding om het spoor materieel te gedenken. Het zou het wel een apart gezicht zijn geweest, een spoordijk die dwars door voetbalvelden loopt, maar waarschijnlijk niet erg gewaardeerd door de sporters.
De lijn komt in Nieuw-Vennep pas weer een beetje tevoorschijn bij de Nachtschadestraat, het Spaanse Ruiterpad en de Madeliefstraat, waar de weg het oude spoor lijkt te volgen – al is het natuurlijk heel goed mogelijk dat de stedenbouwkundigen de oude kavelsloot hebben aangehouden, die ook ongeveer op die plek liep. Veel stelt de comeback trouwens niet voor, want het spoor wordt al na enkele tientallen meters lelijk onderbroken door een huizenblok en het gebouwtje van petanquevereniging De Spaanse Ruiter.

Toch is niet alles van dit stuk spoor in de mist der tijden verdwenen. Bij de Hoofdvaart is iets bijzonders te zien: een van de weinige overgebleven bruggen van de Haarlemmermeerlijnen. Althans, de pijlers ervan. De ophaalbrug zelf is lang geleden vervangen door een eenvoudig voetgangersbruggetje, waardoor het een merkwaardig ogend samenraapsel is geworden. Het ranke brugdek rust op de zware, brede stenen pijlers, als een gazelle met olifantspoten.
Na het bijbehorende brugwachtershuisje – het enige andere onderdeel van de lijn dat nog intact is – verdwijnt het spoor onder een appartementencomplex en allerlei andere nieuwbouw. Het eindpunt van dit baanvak, station Nieuw-Vennep, is ook allang aan de vergetelheid prijsgegeven. Het is rond 1970 gesloopt.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s