De gouden lijnen (1.4)

Sporen 1 gaat voor de vierde druk flink op de schop. Hier het nieuwe hoofdstuk over het goederenvervoer op de Haarlemmermeerlijnen.

Tijdens de feestelijke opening van de Haarlemmermeerlijnen, op 2 augustus 1912, versierde de Snijbloemen Exporteurs Vereeniging uit Aalsmeer vijf rijtuigen met rode geraniums, lila lathyrus, scabiosa en rode en witte rozen. Dat deden ze niet voor niets natuurlijk. De tuinders in een wijde omtrek om Haarlemmermeer verwachtten door de komst van de trein gouden tijden. Hun handel, die tot dan toe over soms gebrekkige wegen of per schuit vervoerd moest worden naar de stations in Haarlem, Leiden of Alphen, raasde nu met 30 kilometer per uur direct naar de grote steden en daar vandaan naar het buitenland. De bloementelers in Haarlemmermeer en Aalsmeer zagen de markten voor hun bederfelijke waar opeens enorm uitbreiden.
Ook de tuinderverenigingen in Roelofarendsveen waren buitengewoon blij met de trein. In het jaar voor de opening van het spoor exporteerden ze voor 1700 ton aan peulvruchten naar Duitsland en voor 6000 ton aan komkommers en augurken. Dat kon straks allemaal zo het spoor op.
De tuinders namen ook zelf via de trein goederen af. De kolen voor hun kassen werden in de winter bijvoorbeeld per spoor aangevoerd, zeker als het scheepvaartverkeer door strenge vorst eruit lag.
Om een goede aan- en afvoer van groenten en bloemen mogelijk te maken, waren in Aalsmeer en Roelofarendsveen speciale loswallen gemaakt. Tuinders konden daar met hun schuiten aanmeren en hun spullen direct in goederenwagons overladen. In Aalsmeer liep een van de sporen langs de zijkant van het station door, via een kade zo de Kleine Poel in. De rails zijn inmiddels verdwenen, maar de kade ligt er nog steeds. Een handig parkeerterrein is het nu voor de jachtclub die aan de kop van de kade is aangemeerd.
In Roelofarendsveen ligt de loskade er ook nog, al kost het een beetje moeite om hem in het straatbeeld te ontdekken. Het spoortje – in de volksmond de ‘spooroplos’ genaamd – liep destijds achter station Roelof-Arendsveen met een boog naar de vaart langs de Langeweg. Het station zelf is allang verdwenen. De rotonde die ervoor in de plaats is gekomen, biedt echter ook een aardig startpunt voor een ultrakorte ontdekkingstocht.
Het eerste stukje van de spooroplos loopt exact over wat tegenwoordig de Stationstraat heet via de Stationshof naar de Voorstraat. De bocht die het spoortje vervolgens naar het water maakte, is nu afgesloten en ingericht als parkeerplaats. De verhoging van het voormalige spoordijkje is echter nog wel te zien.

Het laadspoor was zo’n succes, dat de Kamer van Koophandel, de gemeente Alkemade en tuinders- en middenstandsverenigingen in 1935 wanhopige pogingen deden om de Haarlemmermeerlijnen open te houden. Liefst het hele spoor, en als dat niet kon, dan in elk geval het deel tussen Roelofarendsveen en Leiden. Als het personenvervoer zou verdwijnen, zou dat vervelend en ongemakkelijk zijn. Het verdwijnen van het goederenvervoer betekende volgens hen een regelrechte ramp.
De Kamer van Koophandel werd in stelling gebracht, die overigens nog wel berekende dat het goederenvervoer het alleen niet zou redden. Personenvervoer was nodig om de zaak nog een beetje rendabel te maken. Zo lang er bussen reden, was van enige winstgevendheid van het spoor sowieso geen sprake. De gemeente Alkemade, de R.K. tuindervereniging St. Benedictus en de R.K. middenstandsvereniging St. Maarten vonden het allemaal best. Dan moest de bus maar verdwijnen, schreven ze in juli 1935. Alles beter dan de teloorgang van het goederenvervoer.
Hun pleidooien haalden niets uit. Enkele dagen daarvoor had de directie van de NS met een hartverscheurend kil briefje een verzoek om een gesprek over de opheffing van de Haarlemmermeerlijnen resoluut van de hand gewezen. De opheffing van de lijnen was door de minister goedgekeurd, schreef de NS-directie. ‘Wij wenschen daar niet op terug te komen. Eene bespreking kan in deze omstandigheden o.i. thans geen nut hebben’. Daar konden de telers het mee doen. Vijf maanden later werd de hele lijn tussen Hoofddorp en Leiden gestaakt, personenvervoer én goederenvervoer.
Hun collega’s elders hadden meer geluk. Het lijntje tussen Hoofddorp en Aalsmeerderweg bleef voor het goederenvervoer open tot 1943, terwijl dat op een ander deel van die lijn, tussen Aalsmeer en station Aalsmeerderweg tot 1953 bleef rijden. Dat dit laatste lijntje gestaakt werd, had trouwens weinig met de opbrengst van het goederenvervoer te maken, maar meer met de staat van de brug naar Aalsmeer. Die bleek bij een inspectie zo slecht, dat ze met onmiddellijke ingang buiten bedrijf werd gesteld.
Op andere delen van de Haarlemmermeerlijnen, tussen Amstelveen en Amsterdam bijvoorbeeld, maar ook tussen Amstelveen en Uithoorn en het al eerder genoemde spoortje tussen Leiden-Herensingel en Leiden Centraal ging het goederenvervoer zelfs tot 1972 door. Recordhouder is het kleine lijntje Uithoorn-Nieuwersluis, dat pas op 30 mei 1986 dichtging.

Advertenties

One thought on “De gouden lijnen (1.4)

  1. Ook de trajecten Aalsmeer-Oost – Aalsmeer en Aalsmeer – Uithoorn waren open voor goederenvervoer tot 1972.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s