Flitsen boven de rails van het oude boemeltje (1.4)

Sporen 1 gaat voor de vierde druk flink op de schop. Hier het nieuwe hoofdstuk over het deel tussen Rijpwetering en Fransche Brug.

Rijpwetering, een lintje huizen in de polder waar ternauwernood een bus stopt, had ooit zijn eigen station. Het stond aan de rand van het dorp, onder aan wat nu de zuidelijke afrit ‘Rijpwetering’ in de N445 is. Nog steeds kunnen mensen op die plek instappen, al beperkt zich dat tegenwoordig tot elkaars auto. Waar het station stond, is nu een provinciale carpoolplek. Druk is het er trouwens nog steeds niet. Slechts zelden laat een carpooler er zijn wagen achter.

Station Rijpwetering – of Rijp-Wetering zoals de HESM met haar voorliefde voor tussenstreepjes op de gevel liet zetten – was een mooi gebouw. Het had stijlvolle, hoge ramen, een fraai afgewerkte gevel en grappige, springerige uitbouwtjes. Ook de HESM was kennelijk wel tevreden over het ontwerp, want exacte kopieën verrezen in Nieuw-Vennep, Oude Wetering, Leimuiden en Roelofarendsveen. Toch rustte er geen zegen op dit stationstype. Vrijwel allemaal zijn ze betrekkelijk snel na de opheffing van de lijnen verdwenen.
In Rijpwetering gebeurde dat op een tamelijk gewelddadige wijze, kan overbuurman Henk Castelijn zich nog herinneren. Het gebouw werd in een paar stappen met springstof opgeblazen. ,,Ik was een jochie van vier, vijf jaar. Het moet dus 67, 68 jaar geleden zijn, maar ik weet het nog goed. Bij ons op het erf lagen van die grote brokken steen, door de ontploffing tientallen meters weggeslingerd.”
Het spoorhuis dat bij het station stond, heeft het iets langer volgehouden. Inmiddels is het ook verdwenen, legt zoon Leon Castelijn uit. ,,Het is een jaar of vijftien geleden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw huis. Het was ook niet veel meer, toen.”
Ondanks alles zijn er ook in Rijpwetering nog tastbare herinneringen aan het spoor te vinden. Leon Castelijn vist ze met enige regelmaat uit de sloot tussen de provinciale weg en zijn boerderij annex Groene Hart Landwinkel. ,,Als we de sloot uitbaggeren, komen er vaak grote briketten steenkool naar boven. Soms tien, twintig centimeter groot. Kennelijk verloren bij het bijvullen. We vinden ze steeds minder, maar er zullen er ongetwijfeld nog wel een paar liggen.”

Even verderop is de route van de Haarlemmermeerlijnen, die tussen Oude Wetering en Leiden zo goed bewaard is gebleven onder de provinciale weg N445, eventjes niet meer met de auto te volgen. Het spoor leeft er nog wel voort, maar wie het wil narijden moet de Thalys pakken. Het ligt namelijk over een lengte van een kleine kilometer – tussen de ‘Zoutkeet’ bij Rijpwetering en de voormalig Halteplaats ‘Fransche Brug’ bij Roelofarendsveen – precies onder de spoordijk van de HSL.
Dat maakt dit stukje Zuid-Holland op zichzelf wel tot een bijzondere plek. Het is het enige deel van het Haarlemmermeerlijnen-tracé dat nog in gebruik is voor een reguliere treindienst, al zijn de kale rails waar de stoomtrein destijds over reed niet te vergelijken met het hightech-spoor van de HSL. De huidige reizigers zullen trouwens goed moeten opletten, willen ze het stukje spoor zien. Waar de oude stoomlocomotief vroeger minutenlang moest trekken en sleuren om zijn wagons de helling naar de hoge spoordijk bij Fransche Brug op te krijgen, raast de Thalys nu in een paar seconden voorbij.
Maar goed, de plek is uitstekend gemarkeerd. Daar waar de A4 zich voor de tweede keer tegen de HSL aanschurkt, even ten zuiden van de tunnel onder de Ringvaart… flits, dat was de Haa

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s