Welkom op emplacement Leiden-Herensingel (1.4)

Sporen 1 gaat voor de vierde druk flink op de schop. Hier het nieuwe hoofdstuk over het emplacement Herensingel in Leiden.

Veel oplettendheid is er niet voor nodig om te zien dat er in het buurtje tussen de Kooilaan en het Noorderkwartier in Leiden iets bijzonders aan de hand is. De rode jaren ’70-huizen wijken nogal af van de laat-negentiende/vroeg twintigste-eeuwse woningen van het Noorderkwartier. De bebouwing strekt zich bovendien uit over een smalle strook grond van enkele honderden meters lang en slechts enkele tientallen meters breed. Dit buurtje is er duidelijk heel veel later tussen gepropt.
Wat daarvoor op die strook grond werd uitgevoerd, is ook vrij eenvoudig te achterhalen. Een blik op enkele straatnaamborden is eigenlijk genoeg. Bielsenstraat heet het hier en Bufferkade en Seinpaalstraat. En laten we de Spoorlaan niet vergeten. Tastbare aanwijzingen zijn er ook, al beperken die zich tot een trapje vervaardigd uit bielzen en enkele in een gevel gemetselde tegels met geglazuurde kindertekeningen van stoomtreinen.
Hoe dan ook: welkom op het voormalige emplacement van Leiden-Herensingel.

Dit station en alles wat er omheen stond, getuigde ooit van de grote ambities van de Hollandsche Electrische Spoorweg Maatschappij. Kosten noch moeite werden gespaard door de HESM. Ze bouwde bijvoorbeeld bij de Zijlpoort een nieuwe, beweegbare brug. De vaste brug – die er nota bene nog maar net tien jaar lag – blokkeerde het scheepvaartverkeer naar de loswal bij het station.
Het rangeerterrein was groot. Het was voorzien van een forse goederenloods en deed wat omvang en voorzieningen betrof niet heel veel onder voor de grote knooppunten Hoofddorp en Aalsmeer. En het stationsgebouw was werkelijk een van de sieraden van de Haarlemmermeerlijnen. Het was een van de drie grote stations die langs de lijnen verschenen en had wat uiterlijk betreft wel iets weg van het – iets grotere – Haarlemmermeerstation in Amsterdam. Het door architect K.P.C. de Bazel ontworpen gebouw was ruim en fraai en van alle in die tijd gewenste gemakken voorzien.
Desondanks, ondanks alle investeringen, was het personenvervoer uiteindelijk om te huilen.
In de topjaren vertrokken er uit Leiden zo’n 40.000 reizigers per jaar, waarmee het al een van de stillere stations was. In Uithoorn bijvoorbeeld stapten er toen al 50 procent meer reizigers op de trein en in Amsterdam zeker zes keer zo veel. In het dramatische laatste jaar 1935, toen het personenvervoer op een groot deel van de lijnen werd opgeheven, namen in Leiden Herensingel slechts 4800 mensen per jaar de trein – gemiddeld iets meer dan 13 per dag – terwijl Aalsmeer toen nog zeker 60.000 reizigers per jaar telde.
De Haarlemmermeerlijnen waren voor de Leidenaars kennelijk geen aantrekkelijk vervoermiddel. Als ze naar een van de buurtdorpen wilden, waren de bussen – die in de jaren ’30 sterk opkwamen – veel voor de hand liggender. Die reden vaker op een veel uitgebreider net. En steden als Haarlem en Amsterdam konden Leidenaars makkelijker met het hoofdspoor bereiken dan met het door de polder slingerende boemeltje. Alleen naar Hoofddorp en Nieuw-Vennep was het een aantrekkelijke verbinding, maar die dorpen stelden in die tijd nauwelijks iets voor.
Na de opheffing van het personenvervoer bleef het emplacement Herensingel in gebruik voor de overslag van goederen. Het station was echter overbodig geworden.

Als het aan de Engelsen had gelegen, was het gebouw negen jaar later, in december 1944, uit zijn lijden verlost. De Duitsers gebruikten het emplacement om V2-raketten te lossen, die vanaf station Leiden per spoor waren aangevoerd. In een poging om dit gevaar uit te schakelen probeerden Engelsen zowel station Leiden als station Herensingel plat te gooien. De aanvallen mislukten volkomen. Bij station Leiden troffen de vliegers vooral de Stationsbuurt en de bommen voor station Herensingel kwamen in de Sophiastraat terecht. Volgens overlevering zagen de vliegers de toren van de St. Josephkerk aan voor het karakteristieke torentje dat boven station Herensingel stond.
Het stationnetje hield zich vervolgens nog twintig jaar lang redelijk overeind. Het kreeg andere bewoners en andere gebruikers. Onder meer nam de ‘elektro-apparatenfabriek’ Helaf er zijn intrek in. Maar het noodlot bleek geduldig. Toen de fabriek in 1965 verhuisde naar de Noord-Oostpolder, besloot de gemeente het gebouw te slopen. Station Herensingel stond volgens Leiden namelijk lelijk in de weg. Als het was opgeruimd, kon het verkeer langs de Herensingel en de Kooilaan beter doorstromen.
Het zou nog vijf jaar duren voordat Leiden zijn besluit uitvoerde. Station Herensingel was toen al hevig vervallen. Waar bij station Aalsmeer een burgemeester een paar jaar later persoonlijk de slopers tegenhield, werden ze in Leiden geen strobreed in de weg gelegd. Tamelijk droog beschrijft het Leidsch Dagblad op 12 maart 1970 hoe het torentje van het gebouw met touwen omvergetrokken wordt. ‘Krakend kwam het naar beneden, waarna het als een raket met de punt naar beneden landde’, meldde de verslaggever.
Op de plek van wat nu hoogstwaarschijnlijk een rijksmonument zou zijn geweest, werd in 1970 tijdelijk een parkeerplaats aangelegd. Twee jaar later sloot ook het emplacement en was de weg vrij voor het kleine buurtje.

Advertenties

2 thoughts on “Welkom op emplacement Leiden-Herensingel (1.4)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s