Nieuw wandelen over oud spoor (1.4)

Sporen 1 gaat voor de vierde druk flink op de schop. Dat mag ook wel na vijf jaar. Hier het nieuwe hoofdstuk over het stuk tussen IJweg en Vijfhuizen.

Spoorhuis 9, de woning van de spoorwegwachter bij de IJweg in Hoofddorp, is verdwenen. Het kleine, in de loop der tijden ernstig scheefgezakte huisje is uit zijn lijden verlost en vervangen door een villa in Friese stijl, met frisse rode stenen en blinkende zwarte dakpannen.
Linda Lezer, de bewoonster van het nieuwe huis, kent de oude spoorwoning nog wel. Sterker, ze heeft het huisje zelf laten slopen. ,,Het was niet veel meer. Dat huisje was helemaal op. En bovendien veel te klein.”

De spoorlijn zelf ligt er nog wel. En wie dat wil, kan het sinds 2011 van zeer nabij inspecteren. De recreatiestichting Mainport en Groen heeft bruggen geslagen over de spoorsloot en vervolgens wandelpaden aangelegd over de oude treinbaan. Waar wandelaars voor die tijd zich er alleen maar van een afstandje aan konden verlustigen, of ingewikkelde dingen moesten doen met polsstokken en zo, kunnen ze nu tamelijk moeiteloos de spoordijk op.
Het pad is zelfs met rolstoel, rollator of wandelwagen bereikbaar. Dan moeten de rollende bezoekers wel de juiste entree kiezen. Sommige bruggen zijn slechts toegankelijk via trappen die op Big Spotter’s Hill niet zouden misstaan. Tegenover een van de trappen – in de sloot aan de andere kant van de Geniedijk – ligt een soort trekpontje waarmee de bezoeker zich op eigen kracht richting Haarlemmermeerse bos kan bewegen. Het zal vast goed zijn uitgetest, maar het ziet er uit als een nogal dobberend ding. Kennelijk is dit deel van van de route bedoeld voor de wat avontuurlijker ingestelde wandelaars.

Het spoorpad zelf is prima begaanbaar, al is de bovenlaag wel wat scherp.  De neiging die veel spoorliefhebbers om tijdens hun wandelingen wat spoorgrind op te rapen – iets authentieks van de Haarlemmermeerlijnen, leuk voor thuis – kunnen ze hier maar beter onderdrukken. De bovenlaag ziet er op het eerste gezicht uit als grind, maar blijkt bij nadere beschouwing uit gemalen puin te bestaan. De stukjes pvc-pijp en de resten van badkamertegels maken dat wel duidelijk. Dat smeten ze honderd jaar geleden nog niet onder het spoor.
Het uitzicht is nog wat karig. De akkers van weleer – die of lekker strak waren omgeploegd of volstonden met gewassen in verschillende, interessante stadia van groei – hebben plaats gemaakt voor de parken Plesmanhoek en Buitenschot. Dat klinkt goed, maar voorlopig bestaan die uit niet meer dan een verzameling eenzame stammetjes. En waar op andere plekken in Haarlemmermeer het onkruid nog voor enige invulling in de nieuwe natuur zorgt, zijn de velden hier ongelooflijk kaal. Wandelaars zien elkaar al van honderden meters ver aankomen. Hun honden trouwens ook. Een enkele keer stuiven ze vanuit alle hoeken op elkaar af, om elkaar ergens in het midden in de haren te vliegen, ver buiten het bereik van hun wanhopig schreeuwende baasjes.

Bij de Drie Merenweg stopt het pad voor een enkel, bewaard gebleven bruggenhoofd. Het andere is verdwenen, met enkele tientallen meters spoordijk die erachter lag. De wandelaar moet de Geniedijk op, langs een ergerniswekkend punt. Vlak voor de brug over de Drie Merenweg – een blauw geverfde en met oranje tuien bespannen kruising tussen de Erasmusbrug en een van de Calatravabruggen – is een informatiebord neergezet. Daar krijgt de bezoeker met een heldere schets de kenmerken van de omgeving uitgelegd. Het is een overblijfsel uit het Floriadetijdperk en kennelijk ontworpen door mensen die slechts oog hadden voor natuur, waterstaat en oude krijgskunst.
De voorbijganger leest er van alles en nog wat over het juiste beheer van een polder, over nut, inrichting en militaire betekenis van de Geniedijk en een paar gezellige natuurdingetjes. Maar wat dat kleine dijkje precies heeft te betekenen, recht voor zijn neus, blijft de bezoeker volslagen duister. Waardoor die wellicht vertrekt met het idee dat hij een buitengewoon ingewikkeld staaltje waterbeheer heeft aanschouwd, met veel beton, dijkjes en ander poldergedoe, in plaats van een puntgaaf stukje Haarlemmermeerlijn.

Na de Drie Merenweg en na het gekleurde neefje van de Calatravabruggen blijft de spoordijk de Geniedijk trouw volgen. Het is er alleen iets minder mooi en iets minder ongerept dan het voorgaande stuk. Nabij Vijfhuizen is er te veel aan de dijk geknutseld en gerommeld. Er is bijvoorbeeld een voetgangers- en fietsbrug naar de nieuwe wijk Stellinghof dwars overheen gelegd. Geen lelijk bouwwerk die brug, maar hij onderbreekt het oude spoor wel. Rond deze plek lijkt er bovendien van alles te zijn afgegraven in het dijklichaam en er vervolgens weer te zijn opgegooid. Vormeloze, met gras overwoekerde hopen, schenden de strakke eenvoud van de dijk.
Het slot van het baanvak is wel weer mooi: de dubbele spoorwoning, het station en het brugwachterhuis van Vijfhuizen. De meeste zijn prachtig opgeknapt en vormen bijna een dorpje op zichzelf.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s