Glibberen naar Alphen

Sommigen verklaarden me lichtelijk voor gek, en eerlijk gezegd had ik zelf ook wel wat twijfels of ik het heelhuids zou halen. Maar toch, ik moest een keer naar Alphen. En vandaag, maandag, was ik vrij. Het was bovendien mooi weer. Dus vooruit… op de fiets, de sneeuw in.
Ik moest naar Alphen aan den Rijn omdat ik de lezers van Alphen.cc niet met oudbakken observaties wil opschepen. In een boek zijn waarnemingen min of meer tijdloos. Wat ik in de zomer van 2010 heb gezien is in plexiglas gegoten en zo voor altijd gestold. Iemand die in december 2010 Sporen 2 heeft gekocht verwacht heus niet dat ik twee weken er voor nog snel even een kijkje ben gaan nemen hoe de stations er nu voor staan. Boeken zijn nu eenmaal lange-termijnprojecten.
Althans, dat gevoel heb ik.

Een krantenlezer kijkt er anders tegen aan. Die zal het vreemd vinden dat de schrijver uitweidt over zijn bevindingen in juni 2010, toen er nog volop aan station Alphen werd getimmerd, terwijl het werk in januari 2011, als het verhaal verschijnt, allang af is.
Ik moest dus terug om te kijken hoe station Alphen er nu bij staat.

Daarover straks meer. Eerst over de reis zelf.

Ik ben in de sneeuw geen bange fietser, zelfs al ligt er een laag van een centimeter of tien. Als je onderuit gaat, val je meestal zacht. En als je je eigen tempo kunt bepalen, is er doorgaans weinig aan de hand. Goed concentreren en gestaag voortploeteren, en vooral geen haast hebben. Het gaat meestal pas mis als je anderen tegenkomt die zich niet concentreren, heel veel haast hebben of zich juist veel te weifelend over de fietspaden bewegen. Zo beginnen sommige tegenliggers bij het naderen opeens alle kanten uit te schieten, terwijl we beiden aanvankelijk netjes in onze smalle paadjes bleven. Ze verliezen kennelijk even hun concentratie en hup, daar gaan ze dan.

De meeste fietsers behandelen elkaar omzichtig. Het pad is opeens twee keer zo smal, het is glibberig en verraderlijk – we moeten er samen maar het beste van maken. De voetgangers, althans sommigen van hen, zijn een ander verhaal. Ze beschouwen een ongehinderde en ongestoorde doorgang kennelijk als een door God gegeven recht. Is de stoep onbegaanbaar, dan gaan ze op het fietspad verder. En dan bij voorkeur op dat smalle sneeuwvrije strookje asfalt. Op weg naar Alphen zag ik een voetganger die voor geen meter wilde wijken, hoe hard de achterop komende fietser ook belde. Toen de fietser hem uiteindelijk probeerde te ontwijken, in de rulle sneeuw onderuit ging en tegen de wandelaar kwakte, begon de laatste hem hevig uit te schelden. Ik kon het niet laten om me er mee te bemoeien. Fietsers moeten immers een beetje solidair blijven in deze barre tijden. Niet dat het op de wandelaar veel indruk maakte. Hij haalde zijn schouders op en liep boos verder.
Op de terugweg schepte ik zelf bijna een vrouw die met haar vriendin gezellig keuvelend het fietspad vrijwel volledig blokkeerde. Ik belde netjes, maar dat had ik beter niet kunnendoen. De dames keken om en stoven plotseling alle kanten uit, van wie er een dus op een paar centimeter mijn voorwiel miste. Ik deed een poging om vriendelijk te blijven, terwijl ik er met enige wilskracht in slaagde om mijn stuur recht te houden en rustig door de sneeuw te blijven ploeteren.

De verschillen in het strooibeleid in de regio Leiden/Alphen komen op zo’n dag pijnlijk aan het licht. In Alphen zijn de fietspaden, bij wijze van spreken, brandschoon. Ze zijn keurig geveegd en bestrooid zodat een fietser zich er min of meer probleemloos over kan voortbewegen. In Hazerswoude en Zoeterwoude  kunnen de paden er mee door. De meeste sneeuw is er van afgeveegd. Niet alles, maar het laagje dat er nog ligt is zo stevig aangereden dat het nog heel goed begaanbaar is.

In Leiden zijn de fietspaden echter een ramp. Een glibberige puinzooi. Een blubberige hel. Als er al is geveegd in Leiden, is de sneeuwrommel vooral het fietspad ópgeschoven. En wat ze met het strooizout hebben gedaan, weet ik niet. Ze hebben het in elk geval niet op de fietspaden gegooid. De fietsstroken, zelfs die langs de grote, doorgaande wegen, zijn door het achterwege blijven van welk gemeentelijk schuif- en strooibeleid dan ook bedekt met een laag grauwe fondant waarin diepe voren een wielrijder van links naar rechts smijten en uiteindelijk, onvermijdelijk, omver trekken.
Leiden fietsstad? Nou, niet als het een beetje heeft gesneeuwd.

Het doel van de reis, het nieuwe station Alphen dus, lag er uiteindelijk heel sfeervol bij. Het werk aan de appelvormige fietsenstalling – inderdaad, de Fietsappel – is klaar. De perrons hebben een nieuwe overkapping gekregen en op de plek van het oude, gesloopte station Alphen aan den Rijn is nog steeds niets nieuws verrezen.
Ik heb ook volop nieuwe foto’s gemaakt. Zo hoef ik me straks in Alphen.cc niet te behelpen met plaatjes waarop mensen in hun T-shirt op de trein wachten, maar kan ik dik ingepakte reizigers laten zien die over de sneeuwresten op de perrons glibberen.
Lekker actueel. Tenzij er tussen nu en begin januari een hittegolf uitbreekt, maar goed, dan gebruik ik de zomerfoto’s wel weer.

Advertenties

2 thoughts on “Glibberen naar Alphen

  1. Hallo Wim

    Het is erg leuk dat er al in nauwelijks een maand een 2e druk moet worden gemaakt, het geeft ook aan dat de Haarlemmermeerlijnen leven en niet alleen bij een paar Haarlemmermeerlijnen fanaten. Een vraag hoe ging het tijdens de periode dat de lijnen reden met de sneeuw overlast. De winters waren toe heftiger als nu, ik ben nieuwsgierig of mensen dat nog weten misschien iets voor een artikel.

    Fijne feestdagen Dick

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s