De stalen herinneringen van een laatste rangeerder

De zolder van zijn huis begint langzamerhand uit te groeien tot een miniatuur spoorwegmuseum. Seinlampen, kleding, speciale spoortelefoons, petten, waarschuwingsborden, handleidingen voor rangeerlocs, insignes, ingelijste foto’s uit oude treinen… het is zo gek niet te bedenken, of het staat op die paar vierkante meter in Uithoorn. Nee, het spoor heeft Bart Boere, een van de laatste rangeerders van de Haarlemmermeerlijnen, niet losgelaten.

En dat terwijl hij min of meer bij toeval bij de NS terecht kwam, en het daar aanvankelijk helemaal niet naar zijn zin had. ,,Toen we in juni 1945 terugkeerden uit Duitsland, zeiden mijn maten en ik: de eerstkomende drie maanden doen we niets meer. Maar na een paar weken begonnen we toch maar eens rond te kijken. Mijn buurjongen, mijn beste vriend, werkte al bij het spoor. Toen ben ik maar eens gaan informeren of ze een baantje hadden. Nou, dat bleek zo te zijn. Ik kon vrijwel meteen terecht bij Weg en Werken, zeg maar het spooronderhoud.”
Hij bleef twaalf jaar bij die afdeling, tot de baan hem de keel ging uit hangen. ,,Het zette geen zoden aan de dijk. De daggelders die we vaak inzetten, namen aan het einde van de week meer geld mee naar huis dan ik. Terwijl ik wel de verantwoordelijkheid voor het werk droeg. Ik moest zorgen dat alles netjes werd afgeleverd. Dat zinde me steeds minder, dus ben ik gaan solliciteren voor een baan bij Vervoer. Na een paar pogingen kreeg ik een aanstelling in Uithoorn, als rangeerder op de Haarlemmermeerlijnen.”

Het was een mooie baan, herinnert Boere zich. Het was een gevarieerd maar tegelijkertijd ook overzichtelijk werk. De rangeerders hoefden zelden of nooit ’s avonds of in het weekeinde aan de slag. Ze kregen af en toe flinke transporten voor hun kiezen, maar het was geen baan met een enorme stress. ,,De hoogtijdagen van het goederenvervoer heb ik net niet meegemaakt. Dan gingen ze soms met 60 wagons op pad, het maximum wat er op die lijn mocht rijden. Dat was wel voorbij toen ik er kwam. Maar het waren nog steeds behoorlijke treinen.’’

Boere versleepte van alles en nog wat over de Haarlemmermeerlijnen. Wagens voor Johnson Wax en Indesit, sloopmaterieel voor Gebr. Koek, bietenwagens voor de tuinders in de Legmeerpolder, vodden, stro en kolen, heel veel kolen. ,,De tuinders in Aalsmeer stookten in die tijd heel veel met steenkool. En we bevoorraadden ook heel veel kolenhandelaren bij het Haarlemmermeerstation in Amsterdam. Daar ging echt een enorme vracht naar toe. En veel stookolie. Dat was ook een belangrijk onderdeel van de transporten toen.”

Boere reed meestal mee als rangeerder, maar mocht bij kleinere transporten met de locomotor zelf achter de stuurhendel kruipen. ,,Ik had al vrij snel een opleiding gevolgd om dat soort locs te mogen besturen. En ik weet nog goed hoe ik de allereerste keer met zo’n trein op pad mocht. Ik moest in Utrecht een locomotor ophalen en naar Uithoorn rijden. Ik kreeg er een toegewezen en wachtte tot het sein op veilig ging. Maar na een half uur bekroop me het gevoel dat ze me misschien waren vergeten. Ik liep naar het seinhuis en juist op dat moment hoorde ik een gekraak. De seinen waren toen geen lichten, maar armen die met kabels werden opgetrokken. Terwijl ik onderweg was, ging mijn sein op veilig. Ik rende naar mijn loc, want als je zo’n sein had, moest je onmiddellijk op pad. Ik reed weg over dat enorme emplacement. Het was een eindeloos aantal sporen, waarbij je steeds het idee had dat op een van die sporen een andere trein kon aankomen. Zenuwslopend. Maar het ging goed.”

En zo begon zijn carrière als rangeerder/machinist, die hij tot 1986 zonder brokken heeft voltooid. Op één incident na. ,,In een van die strenge winters, begin jaren ’60, reed ik met mijn loc bij de Zwarteweg in Aalsmeer. Ik floot een flink aantal keer toen ik de kruising naderde, zoals het hoort. Bij onbewaakte overwegen moest je namelijk van tevoren fluiten, zodat het andere verkeer er rekening mee kon houden dat er een trein kwam. Maar midden op die kruising volgde er een enorme klap. De trein werd zelfs iets opgelicht, wat toch echt wel bijzonder was. Ik sprong er uit, want ik zag mijn loc op weg gaan naar een sloot en ik had geen zin om er onder terecht te komen. Uiteindelijk viel dat wel mee, maar toen ik er uit was gesprongen zag ik wat me had geramd: een vrachtwagen met olie. De tank was opengebarsten en de olie stroomde alle kanten uit. Op één plek was het zelfs al in de brand gevlogen. Ik sprong terug in de loc en pakte mijn brandblusser. Daar heb ik nog een compliment voor gekregen. Maar voor de rest probeerde ze het ongeluk in mijn schoenen te schuiven. Dat is niet gelukt. Mij viel niets te verwijten.
Het werk van de machinist/rangeerder was veelomvattend op de Haarlemmermeerlijnen. Niet alleen moesten ze de transporten in goede banen leiden, ze moesten ook enkele bruggen bedienen. Vooral de brug over de Amstel bij Uithoorn had nogal wat voeten in de aarde. Deze brug stond standaard ‘open’, zodat de scheepvaart er geen last van had. Als de trein de Amstel over wilde, moest de machinist of rangeerder eerst per roeiboot naar het midden van de brug, waar het bedieningsmechanisme was, de brug vervolgens dichtdraaien, waarna de trein er over kon. Vanuit station Uithoorn moest de hele procedure vervolgens in omgekeerde volgorde opnieuw worden uitgevoerd, zodat het scheepvaartverkeer weer verder kon. ,,Ik kon alles binnen tien minuten afhandelen, waarmee ik een van de snelsten was. Tegenwoordig gaat het allemaal een stuk eenvoudiger. Dat wil zeggen… weet je dat ze de brug, toen ze hem hadden omgebouwd voor het busverkeer, de verkeerde richting lieten open gaan? Een brug moet altijd met het scheepvaartverkeer mee draaien. Maar hier lieten ze hem tegen de richting in gaan. De brug kraakte bij de officiële opening de kajuit van een schip dat lag te wachten. Het liep goed af, maar het scheelde niet veel.”

Boere probeerde als machinist/rangeerder oog te hebben voor de klanten van de Haarlemmermeerlijnen. ,,We kenden elkaar allemaal op dat spoor. Soms vroegen de jongens van een bedrijf, als ik een paar wagens had achtergelaten die ze moesten lossen, of ik de remsloffen niet wat wijder uit elkaar kon leggen, zodat ze nog een beetje heen en weer konden rijden met die wagens. Of, nog beter, of ik ze de sleutel van de remsloffen niet kon geven. Dat deed ik vaak wel. Ik vertrouwde ze. Maar ik zei wel: zet ze na gebruik alsjeblieft weer op slot. Anders gaan jongelui uit het dorp met die wagens duwen, en dan ben ik zuur. Dat deden ze altijd netjes.’’

Toen het kolenvervoer in 1969 door de opkomst van het aardgas wegviel, verloor Boere zijn standplaats in Uithoorn. Hij werd in 1971 overgeplaatst naar Maarssen, maar kreeg wel de belofte dat hij terug mocht keren als de aanleg van de Schiphollijn begon. ,,Daar hebben ze zich netjes aan gehouden. In 1976 keerde ik weer terug om de transporten naar het Jollenpad te rijden. Een fantastische periode.” Daarna is hij niet meer weggeweest. Boere mocht op de Haarlemmermeerlijnen blijven rijden, maar was ‘reserve’ voor andere lijnen in de omgeving.

Hij bleef tot de sluiting van de lijnen in 1986. ,,Het officiële afscheid vond ik niet heel veel voorstellen. Wat ik wel mooi vond, was de manier waarop de bewoners en de ‘vaste bezoekers’ ons uitzwaaiden. Ik nam altijd heel veel jongens mee, van die spoorliefhebbers die het graag van dichtbij wilden zien. Mijn baas zag dat nooit zo zitten. Maar ik zei hem: ik heb liever dat ze in Uithoorn ‘hé, daar heb je die spoorman’ roepen dan dat ze zeggen: daar is die vervelende kerel van wie niets mag. Daarna heb ik hem er niet meer over gehoord. En al had hij er wel wat van gezegd… Ik vond het leuk. Soms zat ik wel met tien van die gasten in de trein.”

Na die laatste rit moest hij nog één maand werken voordat hij met vervroegd pensioen mocht. Bij zijn afscheid kreeg hij een Koninklijke onderscheiding. Die weigerde hij aanvankelijk, maar zijn baas drong aan. ,,Hij zei, je moet hem accepteren. Je hebt hem echt verdiend.’ Dat deed me toch wel wat. Want zo goed lagen we elkaar niet.”

Ruim 25 jaar na zijn slotrit, mag hij nog altijd graag kijken naar de voorwerpen waarmee hij ooit heeft gewerkt, die hij van kennissen kreeg of die hij destijds uit treinen heeft gehaald die door Koek werden gesloopt. ,,Sommige van de mooiste dingen heb ik al weer weggegeven. Zo kreeg ik ooit een ingelijste foto in handen die ooit in een trein had gehangen van een Aalsmeerse kweker. Het kostte me heel veel moeite om die jongen te achterhalen, maar toen ik hem die foto gaf, was hij er zielsgelukkig mee. De fotograaf die die foto had gemaakt, had hem een kopie beloofd, maar die nooit opgestuurd. Nou, zei ik, zal ik dat dan namens de NS goedmaken? Hij wilde me er voor betalen, maar dat heb ik geweigerd. Ik heb die dingen voor niks van Koek gekregen. Dan moet je er later geen handeltje mee drijven. Ik heb uiteindelijk een pilsje geaccepteerd. Dat moest nog wel kunnen, vond ik. ”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s