Een brug voor treinen, voetgangers en vee

De brug over de Rijn bij het Alphense Gouwsluis was een van de uitzonderlijke exemplaren. Niet direct vanwege haar omvang. Het was weliswaar een voor HESM-begrippen imposant bouwwerk, met twee bascules en een draaideel, maar de brug over de Ringvaart bij Aalsmeer was hoger en langer. Wat die brug, en alle overige bruggen van de Haarlemmermeerlijnen niet hadden, had de brug bij Gouwsluis echter wel: een voetpad.
De spoorwegmaatschappij voelde er in het algemeen helemaal niets voor dat ‘burgers’ van haar bruggen gebruik maakten. Het waren spoorbruggen en dus mochten er alleen treinen over heen. Voetgangers, fietsers, automobilisten en ander volk had er niets te zoeken. Hoewel omwonenden in sommige plaatsen de HESM werkelijk smeekten om de brug ook voor hen open te stellen, ging de maatschappij daar nooit op in. Behalve dus in Alphen aan den Rijn.

Heel veel stelde dit ‘openbare’ gedeelte van de brug niet voor. Het was een eenvoudig, smal voetpad aan de westkant van de spoorbrug. ‘Alleen toegang voor voetgangers en vee’ meldde een bord bij de oprit. Maar hoe nauw het ook was, het was een prima verbinding over de Rijn. Hoe geliefd ze was, bleek wel toen de lijn in 1936 werd opgeheven. De NS zetten de spoorbrug permanent open zodat het scheepvaartverkeer er geen last van zou hebben. Een aantal bewoners van de Steekterweg en de Kortsteeksterweg vroeger hun gemeente daarop dringend om de brug weer open te stellen. Voor hun scholen, kerken en verenigingen waren ze aangewezen op de andere oever, waardoor ze zich voortdurend moesten laten overvaren. De bewoners vermoedden wel dat de kosten voor het bemannen van de brug wel eens een probleem zouden kunnen zijn. Maar, zo stelden ze voor, kan de gemeente er dan geen werkverschaffingsproject van maken?
Het gemeentebestuur van Alphen aan den Rijn, de beroerdste niet, wendde zich tot de Nederlandsche Spoorwegen met de vraag of er iets geregeld kan worden. De NS antwoordden enkele maanden later dat ze er geen bezwaar tegen hebben, onder de voorwaarde dat de gemeente alle kosten voor verlichting, bewaking, bediening en onderhoud voor haar rekening nam. Verder wilden de spoorwegen een vaste vergoeding van tien gulden per week voor het gebruik van de oeververbinding en eiste zij dat Alphen alle verantwoordelijkheid op zich nam voor schade of problemen op en rond de brug.
Dat was de gemeente te gortig. Volgens de Rijnbode van 23 april 1937 zag burgemeester en wethouders ‘door zulke bezwarende voorwaarden’ van de NS geen andere weg dan het verzoek van de bewoners van Steekterweg en Kortsteekterweg af te wijzen.
Met de brug zelf was het daarna snel gedaan. De Rijnbode meldde twee jaar later, op 21 juli 1939, dat de oude spoorbrug is verkocht aan het sloopbedrijf Gebr. De Boer uit Oostzaan. Diezelfde dag nog begonnen ze met afbreken. ,,De brug, waarvan men hoopte dat ze nog eens voor het voetgangersverkeer tusschen de beide Rijnoevers zou worden opengesteld, zal binnenkort geheel verdwenen zijn’’, schrijft de krant weemoedig.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s