Een chemisch zijlijntje

Het zijspoor in Uithoorn was een van de grootste en belangrijkste die de Haarlemmermeerlijnen hebben gekend. Ze was niet zo lang als de zijtak Nieuwveen-Ter Aar, maar ze was aanzienlijk succesvoller. Ze hield het bovendien ook vier keer zo lang uit. Nieuwveen-Ter Aar ging na 18 jaar ter ziele. Het zijspoor in Uithoorn pas na 72 jaar.

Het spoortje takte zich bij het emplacement van Uithoorn af en liep recht op de Amstel af. Aanvankelijk was de gedachte van de HESM om bij de Amstel een draaischijf neer te zetten, waar de treinstellen stuk voor stuk in de goede richting gedraaid konden worden. Dat scheelde weer ruimte. Vervolgens, aldus de eerste plannen uit 1908, zou het 150 meter langs de oever van de rivier lopen. Bij nader inzien vonden de plannenmakers de draaischijf toch niet zo’n goed idee. In plaats daarvan kwam er een, nog steeds vrij krappe, bocht.
Het spoor liep niet helemaal pal langs het water. Tussen waterkant en rails moest de spoorwegmaatschappij een jaagpad van twee meter vrij houden. Langs het water stond een kraantje waarmee goederen uit binnenvaartschepen in de wagons getakeld kon worden, of andersom natuurlijk.
Kort na de ingebruikname van de Haarlemmermeerlijnen is er naast het los- en laadspoor een tweede spoor aangelegd, zodat de locomotief kon ‘omlopen’. Dat laatste wil zeggen dat een locomotief van voren kon loskoppelen, via het tweede spoor naar de achterkant kon rijden om daar weer aan te koppelen. Binnen een paar jaar werd dat tweede spoor met zo’n 20 meter verlengd.
Volgens een boeiend artikel over dit soort zijsporen in het blad Railhobby werd het losspoor intensief gebruik door de melk-, hout- en vleesfabrieken. Die bedrijven waren pal tegen het lijntje gevestigd. Zo dicht zelfs dat de gevel van de vleesfabriek was afgerond, zodat het precies in de bocht van het spoor paste. Jaren na de opheffing van het spoor was zo nog precies te zien waar de lijn ooit gelopen had.
Hoewel het zijlijntje meehielp om economische voorspoed naar Uithoorn te brengen, waren niet alle inwoners even gelukkig met de activiteiten erop. De spoorwegen gebruikten het namelijk geregeld om er goederenwagons te stallen waarvoor op het emplacement kennelijk geen ruimte was. In 1937 werd dat B&W te gortig. Ze vroegen de stationschef om het goederenspoor niet meer als rangeerterrein te gebruiken. Acht maanden antwoorden de Nederlandse Spoorwegen dat ‘de wagens als regel op zon- en feestdagen van de sporen worden teruggetrokken’. Ze hadden de capaciteitsproblemen blijkbaar opgelost, zodat de omwonenden op zondag weer uitzicht op de Amstel en niet op een rijtje goederenwagons hadden.

Tot 1943 stopte het zijspoor in de buurt van de Thamerkerk. In dat jaar besloten de Duitsers om het losspoor door te trekken naar de TEBU, de voorloper van de Cindu. De gedachte erachter was dat de producten die de TEBU produceerde, vooral teer, zo makkelijker naar Duitsland getransporteerd konden worden. Dolf Heibloem. De schrijver van het stuk in Railhobby, vraagt zich of de bezetters er veel plezier van hebben gehad, want kort daarop stortte de productie van teer in.
Het doorgetrokken zijspoor bleef daarna wel en vormde een steeds belangrijker toevoerlijn van grondstoffen afvoerlijn van eindproducten. Om het verkeer in goede banen te leiden, werd de kruising tussen het losspoor en de weg langs de Amstel beveiligd door een man met een rode vlag. Een eind verderop, aan het einde van de loswal, schoot het spoor nog een keer de weg over richting TEBU/Cindu.

Op het terrein van de teerfabriek takten vier kopsporen van het aanvoerspoor af. De langste was bedoeld als een soort opstelspoor, waar afgekoppelde wagens konden worden gestald, een tweede spoortje was bedoeld om speciale producten te laden, het derde was in gebruik voor het laden van naftaline en het vierde spoor liep door naar de asfaltfabriek. De lijntjes op het TEBU-terrein vormden bijna een zelfstandig spoornet. De fabriek had een eigen diesellocomotief en eigen spoorwegpersoneel, dat de wagens van en naar het emplacement in Uithoorn reed.

Het losspoor en de TEBU/Cindu zijtakken sloten, vanzelfsprekend, toen het spoor rond Uithoorn in 1986 werd opgeheven. Hoewel de rails al decennia geleden zijn opgeruimd, is het spoor nog steeds eenvoudig terug te vinden. Niet meer in de gevel van de vleesfabriek weliswaar, want ook dat gebouw is voorgoed uit het landschap verdwenen. Het heeft plaats gemaakt voor een kale, groezelige vlakte, die wacht op nieuwe, ongetwijfeld frisse bebouwing.
Langs de oever van de Amstel is het spoor nu een wandelpad dat her en der is opgeleukt met kunstwerken waar de bezoeker van het prachtige uitzicht over de Amstel kan genieten. Op de plek waar ooit de draaischijf had moeten komen, staat een bronzen beeld in de vorm van een bankstel. Het ziet er uit alsof de vuilnismannen tijdens het ophalen van het grofvuil een meubelstuk over het hoofd hebben gezien. Nou vooruit, dat is niet erg aardig tegenover de kunstenaar. Het lijkt wel heel goed en het ziet er erg gezellig uit.

Een eind verderop staat een tweede zitje. Deze bank is samengesteld uit grote, enigszins ruw op elkaar gekieperde hardstenen platen. Iets minder comfortabel dus, maar zo pal naast de Thamerkerk valt hier nóg meer te genieten van de omgeving.

Voorbij die kerk is het spoortje min of meer in het niets opgelost. Het lag ooit naast wat nu de J.A. van Seumerenlaan is. Op die plek staan nu bedrijfsgebouwen. Pas bij het oude hoofdkantoor van Cindu is er weer iets terug te vinden van het spoortracé. Het lijntje liep langs de noordkant van het kantoor en boog dan naar de nog steeds bestaande poort van het bedrijf aan de Molenlaan. Een vage groenstrook markeert de plek waar het spoortje ooit lag.
Op het terrein zelf is alleen het eerste stuk van het spoor nog min of meer te traceren. Een open ruimte tussen de installaties geeft aan waar het lijntje ongeveer lag. Mochten er nog iets van restanten zijn, dan zijn ze verdwenen onder de ketels, leidingen en gebouwtjes die ogenschijnlijk lukraak over het terrein zijn gestrooid.
Het is immers een chemische fabriek. Daar is voor nostalgie geen plek.

Advertisements

7 thoughts on “Een chemisch zijlijntje

  1. Wat een leuk stukje geschiedenis, net als de rest van de site overigens.
    Is het u bekend dat divers materieel dat op deze lijnen heeft gereden nog altijd bewaard is gebleven?
    Zo bestaat het locje van de Cindu nog altijd, deze heb ik rond het jaar 2000 op het industrieterrein in Moerdijk actief gezien. Ook is de laatste sik (286) in museale handen evenals loc 2412 (oa excursie 30-4-’86 op deze lijnen) én een sproeiwagon voor onkruidverdelging.
    Ongetwijfeld hebben diverse bewaard gebleven goederenwagens deze lijnen aangedaan, alleen is dat wat moeilijker traceerbaar.

    Like

    • Dag Martijn. ik had van Raymond Kies al begrepen dat het Cindu-locje nog bestaat. Het andere materieel dat je noemt, is voor mij nieuw. Waar kunnen we dat bewonderen? Groet, Wim Wegman.

      Like

      • Hallo Wim,

        Een foto van de 286 (laatste) sik in Uithoorn, die nu bewaard is door de ‘Stibans’. Mogelijk dat deze inmiddels is overgegaan in particuliere handen vanwege organisatorische veranderingen. Zie link http://stibans.nl/materieel/sik-286/

        Loc 2412 was door NS verkocht aan Frankrijk begin jaren ’90 en inmiddels door de VSM teruggekocht. Loc staat nu in afwachting van een opknapbeurt in Beekbergen. Deze loc reed een NVBS-excursie met oa een 1500-loc naar Uithoorn in 1986.
        Zie link http://www.stoomtrein.org/materieel/sr2400.html

        Eén van de sproeiwagen die door NS werd gebruikt (zowieso de jaren ‘70/’80) op de lijn naar Uithoorn is ook bewaard bij de VSM. Zie link http://www.nmld.nl/index.php?page=picture&id=1533&lan=nl

        Diezelfde VSM heeft ook de sikken 301, 306, 334 waarvan mij bekend is (vanaf foto’s) dat deze op de lijn heeft gereden.

        Mocht je het interessant vinden wil ik binnenkort weleens op zoek naar de foto van het voormalige Cindu-locje op industrieterrein Moerdijk.

        Groet,
        Martijn

        Like

  2. Mijn oom (meester De Beus), die aan de Thamerweg 28 woonde, heeft mij eens verteld, dat de teerfabriek een locomotiefje “Dagobert”
    had. Op de teerfabriek hebben ook oude NS- goederenwagens ex US Army gestaan, in gebruik voor een of ander chemisch proces (of alleen als opslagruimte ?)
    Wie weet hier iets over ?

    Like

  3. Reactie van mezelf: ik wacht al 2 1/2 jaar op een antwoord ! Was het misschien de locomotief genoemd op blz. 268 van “Industrielocomotieven”
    van Kolkman (O&K 25730 ?)

    Like

    • Dat is inderdaad de locomotief die in Uithoorn gereden heeft, kan ook niet anders want er is er maar één geweest. Als dat boek je bekend voorkomt, kun je beter kijken op pagina 164, daar staat een foto ervan!

      Veel bedrijven hebben na de oorlog met materieel van het geallieerde leger gewerkt, zo ook Teerunie/Cindu. Deze wagons werden gebruikt voor intern transport.

      De Teerunie heeft overigens eigen ketelwagens gehad. De firma Piko heeft daar enkele jaren geleden een model van uitgebracht.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s