Een derdeklas bestaan

De lijnen waren weinig populair bij de reizigers, maar ook veel werknemers gingen er niet graag aan de slag. De spoorwegen betaalden in die tijd niet alleen naar functie, maar ook naar woonplaats. De grote steden leverden een ‘eersteklas’-salaris op, de middelgrote steden een ‘tweedeklas’-en de kleine dorpen een ‘derdeklas’-loon. De maatschappijen deden dat in wetenschap dat het leven in de grote stad duurder was op het platteland. Omdat ook het aantal kilometers dat ze reden vrij laag was, waardoor extra premies ook niet om naar huis te schrijven waren, was een station als Uithoorn niet de meest favoriete werkplek voor de meeste machinisten. Iemand met ambitie probeerde weer zo snel mogelijk weg te komen.
Toch had het werk in dat soort plaatsen ook wel weer zijn charmes. Volgens Hans Kaas in zijn stuk over depot Uithoorn in Railmagazine 136 namen veel werknemers het lagere salaris voor lief in ruil voor een rustig bestaan. Het toekomst perspectief was niet geweldig, want er gingen steeds weer verhalen dat de lijnen werden opgedoekt, maar voor zo lang het duurde was het een relaxte baan. Er waren geen nachtdiensten, er was weinig verkeer, er waren weinig seinen die bediend hoefden te worden en het stoken van de kleine lokaalmachines stelde naar verhouding weinig voor.
En passagiers hadden ze ook al nauwelijks. Wat wil een rustig mens nog meer?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s