Bijl krijgt antwoord

Na de redekundige uitspatting van ir. Bijl in het Tijdschrift voor Economische Geographie over de toekomst van de Haarlemmermeerlijnen klimt een van zijn collega’s in de pen. In het eerste nummer van 1936 van het vakblad voor economisch geografen veegt ir. J.K. Lagerwey zo drastisch de vloer aan met de polderingenieur dat het bijna komisch wordt.

Lagerwey begint met de vaststelling dat de Haarlemmermeerlijnen inderdaad zijn gestopt, dat de minister van Waterstaat dit allang voor het verschijnen van Bijls rede had besloten en dat de beslissing niet is beïnvloed door welke actie dan ook van vooraanstaande personen uit de Haarlemmermeer. Zo op het oog heeft het dus geen enkele zin om in te gaan op de rede van Bijl, maar omdat die is afgedrukt in een zo belangrijk periodiek mag die niet onbesproken blijven, meent Lagerwey. Hij merkt enigszins sarcastisch op dat plaatsgebrek hem verbiedt de toespraak van zijn collega op de voet te volgen en betwijfelt ook of dat tot meer helderheid zal leiden.

Die kan Bijl dus ook in zijn zak steken.
Vervolgens boort hij de statistische uitspraken van vakbroeder vakkundig de grond in. Bijl beweerde in zijn toespraak, tijdens een wat warrig uitstapje, dat de landbouw in Haarlemmermeer niet onder de crisis heeft geleden. Lagerwey toont met Bijls eigen staatjes dat de landbouw er juist wél onder heeft geleden. De man zat bijna letterlijk appels met peren te vergelijken.
,,Laat ons echter thans het terrein der werkelijkheid betreden en enige feiten uit den staat van dienst der Haarlemmermeerlijnen naar voren brengen”, gaat Lagerwey vilein verder. Hij rekent in zijn artikel voor dat de Haarlemmermeerlijnen tot 1 januari 1930 273.782 gulden en elf cent verlies hebben geleden, een bedrag dat door de Hollandsche Spoorweg Maatschappij in één keer is afgeboekt. In de jaren daarna loopt het verlies alleen maar verder op. Over heel 1930 schiet de HSM er 67.716,40 gulden er bij in, over 1931 147.569,54 gulden, over 1932 283.929,23 gulden, over 1933 565.466,89 gulden en over 1934 441.283,04 gulden. Tot en met 1934 hebben de Haarlemmermeerlijnen dus 1.579.747,21 gulden verlies geleden. Ondanks een subsidie van de gemeenten en de polders van in totaal 700.500 gulden.

Het verlies is echter nog veel groter dan die anderhalf miljoen, rekent Lagerwey voor. De spoorwegmaatschappij kreeg voor de exploitatie van de Haarlemmermeerlijnen een vergoeding van 50 cent per gereden kilometer voor de eerste 400.000 kilometer en 45 cent voor de volgende. Die bedragen werden in 1914 vastgesteld en daarna niet meer gewijzigd. In werkelijkheid was de spoorwegmaatschappij in 1914 1,27 gulden per gereden kilometer. Die kosten zouden tot en met 1934 2,14 keer hoger worden.

Uit de jaarverslagen van de HSM blijkt volgens Lagerwey dat de spoorwegmaatschappij voor de Haarlemmermeerlijnen een kilometervergoeding hebben gekregen van in totaal 7.298.000 gulden terwijl ze in werkelijkheid 2,14 x 7.298.000 gulden is 15,6 miljoen kwijt waren. De HSM heeft dus een verborgen verlies geleden van 8,3 miljoen gulden. Gevoegd bij de ruim anderhalf miljoen gulden verlies die wel in de boeken stonden, is de spoorwegmaatschappij 10 miljoen gulden kwijtgeraakt met de Haarlemmermeerlijnen.

,,Als de heer Bijl dit had geweten, had hij dan nog steeds voorgesteld om een bijdrage van één gulden per jaar te bieden?”, vraagt Lagerwey retorisch.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s