Verliefd op een bouwval

Station Gouwsluis torent hoog uit boven het platte poldergedoe aan de rand van Alphen aan den Rijn. Als een kasteel op een berg. Dat gevoel had John Koning ook toe hij er in 1986 voor het eerst ging kijken. Hij was getipt door een collega die, opmerkelijk genoeg, juist door hem was getipt. ,,Hij was op zoek naar een woning in Alphen. Ik was dit stationsgebouw tegengekomen in een advertentie in de krant. Ik zei tegen hem: ‘Misschien is het wat voor je’. Toen hij was wezen kijken, zei hij: ‘Nee John, daar moet jij gaan wonen.”
Koning ging er kijken en zag een onbeschrijfelijke bende. ,,Het gebouw stond al vier jaar leeg en was behoorlijk rot. Bijna alle ruiten waren ingegooid, alles wat bruikbaar was, was er uit gestolen, het dak was lek en de plafonds waren naar beneden gevallen. Ik was meteen verliefd. Ja, echt waar. Ik keek door die ellende heen en zag hoe mooi het was.”
Hij kocht het huis en begon de rommel op te ruimen. ,,En van de redenen dat het er zo’n bende was, was het feit dat een groep jongeren uit Leiden er voortdurend feesten hielden. Ik heb er de eerste dag een vuilniszak vol condooms uit gehaald. Zo veel plezier hadden ze er gehad. Een paar dagen nadat ik het had gekocht, stonden ze opeens weer voor de deur. Ze baalden wel dat ze er niet meer in konden, maar het waren verder keurige jongelui. Ik heb ze daarna niet meer gezien.”
Samen met zijn vrouw maakte Koning station Gouwsluis in een half jaar tijd weer redelijk bewoonbaar. ,,We hebben alle kozijnen vervangen en er een nieuw dak op gezet. Daarna zijn we er in getrokken, hoewel station nog lang niet af was. We woonden met z’n vieren en later met z’n vijven in één slaapkamer. Mijn vrouw was tijdens de verbouwing hoogzwanger en kort nadat we hier waren in getrokken, werd mijn jongste zoon geboren.”
Die begintijd vergelijkt hij met een langdurige kampeervakantie in eigen huis. ,,In een kleine nis op de overloop hadden we een provisorische keuken gemaakt. Mijn vrouw kookte er op een butagasstelletje, want een normale gasaansluiting was er toen nog niet. Op een van de dakbalken die er langs liepen, had ik schuimplastic gewonden zodat ze haar hoofd niet stootte.”

Stukje bij beetje hebben ze zich een weg naar beneden gebaand. Toch is het stationsgebouw, bijna 25 jaar nadat hij het heeft gekocht, nog steeds niet af. Het bevindt zich in een permanente staat van verbouwing. ,,Dat is de les die ik heb geleerd. Mijn jongens hebben nu ook huizen gekocht. Ik heb tegen ze gezegd: maak eerst alles af en ga er dan pas in wonen. Denk niet: dat laatste plintje doe ik later wel. Want dat laatste plintje komt er nooit meer.”

Hij wijst naar de deurposten in de keuken, die aanzienlijk kaler zijn dan de sierlijke bewerkte deurposten in de kamer, en naar een zijkamertje, waar een rol vloerbedekking en enkele bundels hout wachten op verwerking. ,,Ik heb nog een hoop werk te doen. Het gebeurt allemaal wel, vroeg of laat. Maar ik vraag me af of het ooit helemaal klaar komt. Ik zit daar niet mee, hoor. Ik vind het leuk om te doen en een beetje rommel in huis, daar schrik ik ook niet van.”

Koning laat foto’s zien van de verbouwing. ,,Ah, de bouwkraan”, roept hij enthousiast, als hij het silhouet van een lange, hoge kraanarm ziet. ,,Wat een gouden ding was dat. Daar hebben we jaren plezier van gehad. Ik was boven op het dak aan het werk en mijn vrouw voerde met die kraan de spullen aan. Dat ging geweldig.”
Bij een volgende foto, waar hij een lange houten balk bekijkt, is hij iets minder geestdriftig. ,,Van die dakspanten werd ik helemaal gek. We móesten die dingen vervangen, want ze waren verrot. Omdat de uiteinden verpulverd waren, had ik geen goed voorbeeld. Ik moest ze ter plekke namaken. Dat was een heidens karwei, want er zitten ontelbare inkepingen, hoekjes en schuine kantjes aan. Ik maakte die balk ruw na, daarna hesen we hem omhoog, keken of hij paste, en haalden hem weer naar beneden om hem verder bij te schaven. Daar waren we eindeloos mee bezig. Dit was een van die klussen die we zonder de bouwkraan niet hadden kunnen doen.”

Op de foto’s krijgt het huis langzaam, beeld voor beeld, het uiterlijk van een bewoonbaar geheel. Zelfs de woonkamer, die lange tijd vooral dienst deed als een makkelijk toegankelijk opslagruimte, verandert geleidelijk in een fraaie, bijna sjieke opkamer. ,,Maar ja”, relativeert Koning meteen, ,,mijn jongens hebben in de jaren dat ze hier woonden, nooit behang op de kamers gehad. Zelfs mijn eigen slaapkamer heb ik recent pas voor het eerst gewit. We zijn zo druk bezig geweest met het grote werk, dat we aan dat soort dingen eigenlijk nooit zijn toegekomen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s