Een schandalig afscheid in Aarlanderveen (2)

Dat lieten de heeren notabelen en aankomende notabelen dus niet op zich zitten. Drie dagen na het ‘verslag’ van het afscheid van Bello in de Rijnbode, in het eerste de beste nummer van het drie keer in de week verschijnende advertentieblad, trokken ze van leer tegen dit ‘product van gevaarlijke fantasie’.

De opheffing van de spoorlijn Alphen-Uithoorn

Aarlanderveen 6 Jan. 1936

Geachte heer Redacteur.

In uw blad, – de Aarlanderveensche Courant van 3 Januari j.l. – komt een stuk voor, dat een soort van ,,humoristisch’’ verslag schijnt te willen geven van de laatste rit van den trein Alphen a.d. Rijn – Uithoorn, op 31 Dec. 1935. In werkelijkheid kan ieder er in lezen (en dat is het ook inderdaad) een poging om allen, die zich voor het in stand houden van de lijn geïnteresseerd hebben, in ’t bijzonder de Aarlanderveensche leden van den Alphenschen gemeenteraad, in het ootje te nemen. – Wat zul je ook beter doen met zulke domkoppen uit het achterland? –

Erger is, dat het stuk een geest van vijandigheid ademt, en – wat heel erg is, – ook beleedigt.
Wij willen hierop (en als wij dat doen, dan spreken wij zeker namens velen!) een kort antwoord geven.

Laat uw verslaggever, wanneer hij ,,humoristisch’’ of ,,aardig’’ wil zijn, eens beginnen met school te gaan bij menschen, die weten wat humor is. Bovendien zoudt U hem, als iemand, die in een blad schrijft, ten plicht kunnen stellen om zakelijk en voorzichtig te zijn. Als men veel schrijft, en vlug (zooals journalisten natuurlijk doen), dan moet men, vóór men zijn geschrijvel aan de pers toevertrouwt, het eerst nog eens goed nalezen. Een blad als het Uwe komt in veel woningen, en het is verre van zeker, dat men dergelijke pennevruchten, waarin ’t flauwe en stekelige er zoo dik op liggen, den lezers een genoegen doet.
Met dank voor de plaatsing, mijnheer de Redacteur,

Uw. dw. G. Th. Van Beusekom, Herv. pred.

___

Aarlanderveen, 6-1-‘36

Zeer geachte heer Redacteur.
Wilt U even het woord geven aan iemand die spreken moet. Naar aanleiding van het stuk in de A’veensche Crt. van 3 Jan. betreffende den laatsten rit van den trein Alphen a.d. Rijn – Uithoorn?
Welnu: bedoeld stuk lijkt mij een product van gevaarlijke fantasie. Immers de steller ziet in het flauwe verhaal toch nog kans personen te krenken en zaken die voor velen van zeer veel beteekenis zijn op een prikkelende wijze belachelijk te maken.
Kortom het stuk ademt een niet fijne geest.
U, mijnheer de Redacteur wel mijn dank

W. van der Wind, Arts.
Aarlanderveen.

***

Storm over Aarlanderveen…. Het was te voorzien, al had ik dan niet verwacht dat de wind uit dezen hoek zou waaien. Nu dat wel het geval blijkt, zou ik kunnen volstaan met mijn spijt er over uit te spreken, dat men zelfs in deze kringen het oordeel des onderscheids schijnt te missen, wanneer het eigenbelang even in het geding komt.
Moet ik waarlijk ds. Van Beusekom vertellen, dat hier geen ,,vijandigheid’’ noch van een ,,beleediging’’ sprake was, dat men, mijn van alle ernst gespeende geschrijf nu eenmaal cum grano salis dient te nemen en dat het daarom al in de eerste plaats onjuist is van een ,,verslag’’ en van ,,den verslaggever’’ te gewagen?
De beteekenis van de spoorlijn voor Aarlanderveen is elders in het blad door meer bevoegden dan ondergeteekende herhaaldelijk in het licht gesteld; ook persoonlijk heb ik slechts waardeering voor het streven van den heer van ’t Riet c.s., om de lijn te behouden, zelfs al heeft de vasthoudendheid m.i. tenslotte dan min of meer den vorm van koppigheid aangenomen.
Wie aan den weg timmert, heeft echter nog steeds bekijks en de betrokkene zal de consequenties van dat getimmer – i.c. een grapje – moeten kunnen aanvaarden.
De vraag om mijn praatje al of niet ,,humoristisch’’ was, zullen we maar in het midden laten. De opvattingen over de ware humor loopen waarlijk te zeer uiteen om daarop dieper in te gaan en het verwonderde me daarom wel te lezen, dat er menschen zijn, die
weten wat humor is en dit anderen zouden kunnen ,,leeren’’.
Nogmaals: er was niet de minste reden om zóó boos te zijn en ik zal dit onderschrift dan ook besluiten met deze vraag: Zouden en ds. van Beusekom en dr. van der Wind óók zoo ontstemd zijn geweest, wanneer ik mij, als Aarlandervener, hetzelfde grapje had veroorloofd ten opzichte van eenige Alphensche raadsleden? Ik geloof het niet….

(…..)

Zie ook: www.groenehartarchieven.nl/

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s