Nog meer slappe verhalen

Dat ze de Haarlemmermeerlijnen op sommige plaatsen op blubber aanlegden, wisten de spoorbouwers wel. De lijnen waren dwars door enkele veengebieden gepland. Dat dat geen al te stevig spul is, was ook in het begin van de 20ste eeuw bekend. Maar dat het zúlke smurrie was, dat was ook voor de grondwerkers schrikken.

De gebruikelijk aanpak in veengebieden was bouwen op cunet: het veen weggraven tot er iets van klei of, nog beter, zand bloot kwam. In de uitgegraven strook werden dan grote hoeveelheden zand gestort waarover later het spoor werd aangelegd.

Op een paar plaatsen bleek onder het veen echter slappe blauwe klei te liggen dat zich gemakkelijk door het zand opzij liet persen. Daardoor scheurde de veenlaag naast het spoor open, dat vervolgens de spoorsloten dichtdrukte.

Jan Rijpkema beschrijft in zijn scriptie over de aanleg van de Haarlemmermeerlijnen dat het nieuw gestorte zand hele stukken van de berm naast het spoor opdrukte en omkeerde. Soms vervormde de spoorbaan zelfs een eind verderop nog hele stukken land.

Al die verzakkingen brachten een hoop extra werk met zich mee, want de spoorwegmaatschappij moest die dichtgeperste sloten weer opengraven. Het betekende extra kosten, want er moest nog meer zand worden aangevoerd, en lange vertragingen. De opnieuw opgehoogde treinbanen konden namelijk niet meteen worden gebruikt. Ze moesten eerst weer ‘zetten’: inklinken en tot rust komen. En als het zaakje vervolgens alsnog ging verzakken, moest er nog meer zand bij, dat ook daarna weer moest zetten. Dat leidde op enkele plaatsen tot vertragingen van wel twee jaar.

Volgens Rijpkema was het onder meer Leiden en Rijpwetering, tussen Aarlanderveen en Nieuwkoop en nabij Uithoorn een slappe bedoening. Ook rond Wilnis konden de grondwerkers wel zand blijven storten, al was naast een zachte bodem ook nog een ander fenomeen aan het werk. In Wilnis: van Vroeger en Nu staat de anekdote dat het zand dat op het spoor werd gestort, langzaam verdween en enkele honderden meters verder weer boven kwam aan de Mijdrechtse Dwarsweg. Ondergrondse kwelgangen hadden het over die afstand meegenomen.

Behalve zand storten, moesten de bouwers ook hun technisch vernuft aanspreken. Door een grondverschuiving raakte bij de in aanbouw zijnde brug over de Ringvaart bij Aalsmeer een mofverbinding los, wardoor de buizen verstopt raakten. De spoorwegmaatschappij had geen zin om de buis op te graven in het inmiddels zeven meter hoge dijklichaam. De spoorbouwers schoven daarom heel ingenieus een opgerolde ijzeren plaat in de buis. Ter hoogte van de losse mof maakten ze de plaat los, zodat hij zich tegen de binnenzijde van de buis duwde. Probleem opgelost.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s