De enige vrouwelijke stationschef van Nederland vertelt

Knipsel komt uit het archief van Herman van SoestHoe stil het de laatste jaren was op de lijn tussen Uithoorn en Nieuwersluis blijkt wel uit een kranteninterview uit 1950 met mevrouw Th.J.F. de Graaf-Oostrom, de stationschef van Wilnis. Een verslaggever zoekt haar in augustus van dat jaar op ter gelegenheid van de naderende sluiting van het personenvervoer op de Haarlemmermeerlijnen. Na 2 september 1950 is er alleen nog maar goederenvervoer op het net en valt voor de laatst overgebleven stations, en dus ook voor Wilnis, het doek. In het interview wordt mevrouw De Graaf bejubeld als de enige vrouwelijke stationschef in Nederland. Dat vindt ze zelf zwaar overdreven. Ze is vooral een huisvrouw, meent ze. Maar wel een bijzondere. ,,Dat ik de enige huismoeder ben in Nederland die er naast haar gezin zulk werk op nahoudt, daar kon u wel eens gelijk aan hebben’, erkent ze.Druk heeft ze het dus niet. De anonieme verslaggever beschrijft in het artikel: ‘Wilnis is één van die tussenhalten op de lijn, slechts bekend bij de stamgasten van Bello – vaak tuinders en vissers – en de bewoners van de polder, die zich groen en eenzaam langs de rails uitstrekt. En hier heeft mevrouw De Graaf bijna zes jaar de scepter gezwaaid over het kleine woonhuis-stationsgebouw, ’t bijna altijd lege wachtlokaal en het grinderige station. [..] Aan het kleine loket verkoopt ze de retourtjes naar Amsterdam, Amstelveen of Nieuwersluis, ze neemt vracht aan, ze verzekert uw fiets en controleert de kaartjes van de binnenkomende reizigers.

,,Maar dat zijn er de laatste tijd niet veel meer. De mensen hebben al maar haast en nemen liever de bus’’, zegt ze. ,,Maar gelooft U me, nu geven ze zo af op ons spoor, maar van de winter zullen ze er nog wel eens naar terug verlangen. Want weer of geen weer, de trein ging. Sneeuw, gladde wegen, te veel klanten, dat mocht allemaal geen naam hebben, je kon op Bello vertrouwen’’.’
Uit het interview blijkt dat het personenvervoer vooral de laatste jaren van dat decennium is ingestort. ,,In de oorlog had ik wel dagen dat er voor honderd gulden aan kaartjes verkocht werd. De meeste klanten waren vissers uit Amsterdam. Maar of ze in de oorlog alleen maar voor de vis naar Wilnis kwamen, is de vraag.’’

Druk of niet, de trein vraagt veel aandacht. ,,Soms viel dat niet mee. Vooral in de winter niet, dan zou je je om kwart voor vijf nog wel eens willen omdraaien. Maar ja, de eerste trein komt om zes uur en dan moet je klaar zijn. En wanneer ’s avonds om een uur of negen ’s avonds de laatste vertrokken is, ben je heus blij dat het er weer op zit.’’
Overdag kan ze niet gauw even weglopen voor boodschappen of een buurpraatje en wanneer de familie eens een dagje uit wilde, dan moet er in de kennissenkring eerst een betrouwbare plaatsvervanger worden gezocht. Ze is er echter trots op dat er  nooit klachten zijn gekomen van het hoofdkantoor. En ze zal Bello zeker missen, verzekert ze een keer op keer. En zij niet alleen, voorspelt ze. ,,Nu hebben ze er allemaal wat van te zeggen en het kan niemand schelen dat hij er mee ophoudt. Maar och och, wat waren de mensen blij dat er nog zoiets als een trein bestond in de oorlog. Nee hoor, ik vind het kinderachtig om er nu zo op af te geven.’’

De verslaggever besluit zijn verslag met een klein inkijkje in de dagelijkse praktijk. ’Ergens in de hoek  rinkelt een bel. ,,Hij is net uit Mijdrecht vertrokken. Ik zal eerst nog maar even de aardappels opzetten.’’’

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s