De veegploeg van halte Oukooperdijk

De weg van Bep Spithoven naar station Oukooperdijk  in het buurtschap Oukoop was lang en wonderlijk, en speelde zich voornamelijk voor zijn geboorte af. Die geschiedenis begon op de laatste dag voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. De eerste man van zijn moeder werd toen aan de rand van het dorp doodgeschoten. Spithovens moeder bleef met vijf kinderen achter. Ze hertrouwde met een jongeman die als knecht bij de buren werkte. Van hem kreeg ze nog eens drie kinderen, van wie Bep de jongste was.

Na de geboorte van hun jongste kind vroeg het stel om een andere woning. Hun huisje aan de Oukoop was veel en veel te klein voor een gezin met acht kinderen. De gemeente wees hun een nieuwe woning toe, maar een van de buren, een wethouder, was daar op z’n zachtst gezegd niet gelukkig mee. Hij voelde er weinig voor dat er opeens een tien leden tellend gezin naast hem neerstreek en stelde voor om ze in station Oukooperdijk te huisvesten, want dat stond toen toch voor de helft leeg.
En zo verhuisde Bep Spithoven in 1952, toen hij tien maanden oud was, naar het oude stationnetje een paar kilometer buiten Breukelen.

Dat hij er vervolgens nooit meer is weggegaan, is ook min of meer toeval. ,,In 1972 overleed mijn moeder’’, zegt Spithoven. ,,Enige tijd later kregen Dorien en ik…’’ hij knikt naar zijn vrouw ,,…een huis toegewezen in Breukelen. Mijn vader vroeg me of we niet konden ruilen. Het is hier nogal uitgestorven en hij dacht dat hij als man alleen beter in de stad kon wonen. Ik vond dat prima. De gemeente ook, trouwens. Mijn vader verhuisde dus naar Breukelen en wij bleven hier, in station Oukooperdijk.’’
Van de beginjaren, toen ze het huis deelden met een ander gezin, kan Spithoven zich weinig meer herinneren. ,,Het heeft ook niet zo lang geduurd, heb ik me laten vertellen. Het zal hoe dan ook erg krap zijn geweest. Het was een erg hokkerig gebouw.’’ Hij staat op en loopt door zijn kamer en gebaart met zijn armen. ,,Hier stond een muurtje, daar stond een muurtje. Hier voor het raam bijvoorbeeld was een piepklein loketje. Dat hebben we later allemaal gesloopt. Zo hadden we tenminste weer een beetje ruimte.’’
Toen Spithoven in het station kwam wonen, was het personenvervoer al gestopt. Het goederenvervoer heeft hij wel van dichtbij meegemaakt. En hoe. ,,Als jonge jongens liepen we vaak naar de kruising met de A2 als daar weer eens wat was gebeurd. Je kan je het tegenwoordig niet meer voorstellen, maar de trein kruiste de rijksweg gewoon gelijkvloers. Als hij ter hoogte van ons huis was, gingen de spoorbomen op de rijksweg naar beneden en kon de trein verder naar Nieuwersluis. Dat ging nogal eens mis. Zeker als het mistig was. Er zijn er nogal wat op die spoorbomen geknald. Op het eind mocht de trein pas oversteken als er rijkspolitie bij was. En als die er niet was, moest hij hier, bij ons huis, blijven wachten tot het veilig was om verder te gaan. Maar goed, als wij de ziekenwagen van Chris van Egmond uit Mijdrecht zagen aankomen, wisten we wel dat er weer wat aan de hand was en gingen we gauw kijken. Vaak namen we bezems mee. Dan deden we net of we van de opruimploeg waren, zodat we heel dichtbij konden komen.’’

Spithoven kijkt naar buiten, alsof hij elk moment weer en locomotief voor het raam verwacht.
,,Vaak reden we ook mee. Die machinisten kenden ons allemaal en het ging er heel gemoedelijk aan toe. We moesten wel zelf teruglopen. Maar dat kon ons weinig schelen. Wat is er leuker voor een jonge jongen om voor in zo’n locomotief te mogen zitten?’’

Ook het goederenvervoer had op het spoor steeds minder om het lijf. Dorien Spithoven: ,,Op het eind ging er ’s ochtends een trein richting Uithoorn, naar de spoorsloperij van Koek in Mijdrecht en de sloperij van Pothuizen in Uithoorn. En ’s middags kwam die trein dan weer terug. Dat was het wel.’’

De spoorwegen zagen de sluiting van de lijn al jaren en deden niets meer aan het onderhoud van de huizen deden. ,,Toen we het huis uiteindelijk konden kopen, was het al jaren onbewoonbaar verklaard’’, zegt Spithoven. ,,Bijna alle kozijnen waren verrot, het dak was slecht en het tochtte vreselijk. We betaalden ook geen huur meer, maar een vergoeding.’’ Spithoven koopt een jaar na de opheffing van het spoor het oude stationnetje voor een schijntje en gaat hard aan de slag. Alle kozijnen zijn vervangen, het dak is hersteld en vernieuwd en er is een grote aanbouw bij het huis gekomen. ,,Je wordt ouder, hè. Dan wil je meer zaken gelijkvloers.’’

Bij de bouw van de ‘zijvleugel’ aan het stationnetje heeft Spithoven zorgvuldig gelet op de stijl en het materiaal. Het afdakje op de plek waar ooit het loket was, heeft hij aan de hand van foto’s laten reconstrueren. De aanduidingen op de gevel, weet grote witte blokken met het getal ‘50’ wil hij nog laten restaureren. ,,Ik vind het nu een beetje een rommeltje. Het is een paar keer over gedaan, maar telkens met een iets ander soort cijfer. Ik ben in gesprek met iemand die het heel netjes gaat maken. Het moet helemaal origineel worden.’’

Advertisements

One thought on “De veegploeg van halte Oukooperdijk

  1. Ik hoorde Spithoven op radio M Utrecht en ik ben gaan lezen op de site.
    Wat leuk om dit allemaal te lezen. Ik ben geboren in Vinkeveen dus voor mij herkenbaar.
    Zelfs de ziekenwagen van Chris van Egmond.
    Heel leuk

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s