De miljoenendans rond de Haarlemmermeerlijnen (2)

De HESM dacht in 1906 de Haarlemmermeerlijnen voor exact 6.441.000 miljoen gulden aan te leggen. Die begroting bleek, om het voorzichtig te zeggen, nogal optimistisch. Toen alles klaar was, hadden de werkzaamheden geen 6,4 maar ruim 10 miljoen gulden gekost.

Er zijn natuurlijk in de afgelopen eeuwen veel ernstigere bodemloze putten geweest, maar een overschrijding van 55 procent is geen lekker begin voor een spoorlijntje.

De hogere kosten lagen onder meer aan de voortdurende vertragingen waarmee de Haarlemmermeerlijnen te kampen hadden. Het rijk ging er bij het verlenen van de eerste concessie van uit dat het spoor al op 1 juli 1907 zou draaien. Doordat de geldschieters maar heel langzaam over de brug kwamen en de overheid zelf op andere manieren ook dwars lag of besluiteloos was (het Ministerie van Oorlog was een van de beruchte voorbeelden) is die datum bij lange na niet gehaald. Pas vijf jaar later kon de trein eindelijk uit de remise, en op sommige stukken pas elf jaar later.

Ook forse tegenvallers bij de aanleg zelf zorgden voor enorme vertragingen en kostenoverschrijdingen. In de Ronde Venen bijvoorbeeld was de bodem zo slap dat de dijklichamen voortdurend verzakten. De grondwerkers moesten enorme hoeveelheden extra zand laten aanrukken voordat de spoorbaan eindelijk stabiel was.

En toch, hoewel de kosten voor de aanleg flink uit de hand liepen, waren de verliezen nog niets bij die toen de trein eenmaal begon te rijden. De kosten voor het spoor, vooral die voor personeel en brandstof, schoten omhoog. Kolen waren zo goedkoop toen de spoorlijn begon, maar de prijzen schoten tijdens en na de Eerste Wereldoorlog fors omhoog.

In 1914 waren de exploitatiekosten voor het spoor volgens Rijpkema nog 1,27 gulden per afgelegde kilometer. Dat bedrag steeg snel naar 2,72 gulden per kilometer, zonder dat daar extra inkomsten tegenover stonden. Sterker nog, door de toenemende concurrentie van de bus en de economische crisis nam het aantal reizigers alleen maar verder af.

Door al die problemen liep het verlies van de Haarlemmermeerlijnen tussen 1914 en 1934 op tot in totaal 8 miljoen gulden, bijna net zo veel als de stichtingskosten. Toen een groot deel van de lijnen in 1935 sloten, zagen de geldschieters uiteindelijk niets van hun geld terug.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s