Ministeriële pietluttigheid

Wie klaagt dat de overheid zich tegenwoordig overal mee bemoeit en ondernemers verstikt met talloze regeltjes, zou eens naar de bestuurders rond 1900 moeten kijken. Dat waren pas bemoeials!

Het beeld dat ondernemers  in die tijd hun goddelijke gang konden gaan en de overheid pas ingreep als de boel echt uit de hand liep, klopt van geen kant. Althans, niet rond de aanleg van de Haarlemmermeerlijnen. Weliswaar was de plannenmakerij en de exploitatie van spoorlijnen in die tijd uitbesteed aan particuliere spoorwegmaatschappijen, het Rijk hield op alle mogelijke manieren een vinger in de pap. Hoofddorper Jan Rijpkema, die een uitgebreide studie maakte van de aanleg van de lijnen, geeft er in zijn afstudeerscriptie enkele treffende voorbeelden van.

De Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten, het adviesorgaan van de minister, schreef in 1910 dat er niet twee maar drie slaapvertrekken moesten komen in de militaire woning van Vijfhuizen. Los van de pietluttigheid is het advies ook om een andere reden opmerkelijk. De militaire woning had namelijk niets met het spoor te maken. Het was de woning van de fortwachter die door de aanleg van de Haarlemmermeerlijnen lastiger bij zijn werk kon komen. In goed overleg met de militairen had de spoorwegmaatschappij beloofd het ding op een andere plek neer te zetten. Met deze aanwijzing was de HESM dan ook snel klaar. Ze antwoordde de Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten vriendelijk dat de militaire woning geheel volgens de aanwijzingen van de Genie was gebouwd. De Raad van Toezicht liet het er daarna maar bij.

Dat deed ze niet met een andere heikele kwestie: de bouw van allerlei kleine voorzieningen langs het spoor. Ontwerpen voor takkenbossenloodsen en schotbalkloodsen moesten hoogstpersoonlijk goedkeuring krijgen van de Raad van Toezicht. De gebouwtjes waren nodig om de takken in op te slaan waarmee het vuur in de ketels van de locomotieven werd aangestoken en waar de balken werden opgeslagen om een coupure in de Geniedijk snel te dichten. Nuttige onderdelen, zeker. Maar in onze tijd zouden we het wel  voldoende vinden als iemand van Bouw- en Woningtoezicht er een paar klappen op geeft om te kijken of het stevig genoeg is. Daar hoeven zich geen ministeriële vertegenwoordigers over te buigen.

Het meest bizarre staaltje van regeldrift vond Jan Rijpkema bij station Vijfhuizen. De Raad van Toezicht op de Spoorwegdiensten maakte zich zorgen over de regenbak bij het gebouw.  Ze schrijft in haar rapport aan de minister: ‘De regenbak met een inhoud van nagenoeg 3,5 m3 komt wel wat klein voor, vooral met het oog op het eventueel verschaffen van drinkwater aan het personeel en wellicht ook aan de reizigers. Een pomp op het perron schynt wel wenselyk.’

Het ministerie van volksgezondheid, daar hoorde je in die tijd dan weer weinig van. Hoe dan ook, de HESM kon hoog of laag springen, maar die grotere regenbak kwam er.
En de pomp ook, natuurlijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s