Negen kilometer lopen om naar de overburen te zwaaien

Het meest oostelijke stukje Haarlemmermeerlijn is hemelsbreed hooguit anderhalve kilometer lang. Het is een boogje van niks eigenlijk, dit baanvak tussen het bestaande haltehuis aan de Oukoop in Loenersloot en het verdwenen station Nieuwersluis. Maar het is zo doorsneden door sloten, rijkswegen, rivieren en spoorlijnen dat het bijna een middag kost om het van begin tot eind te volgen. Dat is mooi, want het zijn juist dit soort uitdagingen die de restanten van het spoor zo interessant maken.

Dus daar gaan we.

Het eerste stuk vanaf de halte aan de Oukoop – of Oukooperdijk, zoals het in het aanduiding van de Haarlemmermeerlijnen heette – is goed te zien vanuit het oude spoorhuis. Het is vanaf deze plek zelfs te betreden, al moedigt de eigenaar dat niet echt aan. Het bruggetje van ijzeren platen dat op de oude bruggenhoofden ligt, is waarschijnlijk steviger dan het oogt, maar uitnodigend is het niet. De hekken die verderop over de spoordijk staan, zijn ook al geen stimulans om verder te gaan. Desondanks: wie echt wil, kan het spoor hier bewandelen.

Het volgende onderdeel van dit baanvak, het stuk tussen de A2 en de Angstel, is alleen met een flinke omweg te bereiken. Rij om te beginnende Oukoop helemaal uit naar het noorden. Dat is op zichzelf al een hele onderneming, want deze weg is zo smal dat een auto er ternauwernood kan rijden. Laat staan dus dat er ruimte is voor een auto, een fietser én een tegemoetkomende, volwassen melkauto. Gelukkig zijn de bermen er zacht, zodat de levenreddende uitwijkmanoeuvre naar rechts geen blijvende schade oplevert.

Eenmaal in het noordelijkste puntje van de Oukoop aangekomen, is de route vrij simpel – als er tenminste geen enorme verbouwing van een viaduct bij A2 en provinciale weg N201 gaande is. De bewegwijzering en de tijdelijke weggetjes rond het kunstwerk zijn ietwat verwarrend en desoriënterend. Het is eigenlijk meer een achtbaan van zandhopen en gele aanwijsborden dan een officiële omleidingroute. Sommige van de weggetjes zijn trouwens zo steil dat ze niet zouden misstaan in een motorcross. Opmerkelijk genoeg zijn de bijna verticaal omhooglopende weggetjes wel allemaal geasfalteerd. Hoe hebben ze dat in hemelsnaam gedaan? Hoe krijgen ze een wals over zo’n helling omhoog? Of hebben ze de hete asfalt gewoon naar beneden laten lopen?

Maar goed, met een goede kaart en enige wilskracht – hoewel die na een tweede verkeerde afslag met idioot steile op- en afritten wel enigszins op de proef werd gesteld – lukt het toch om het spoor te bereiken: het is hier een tuinpad dat rechtstreeks van de A2 naar spoorhuis 51 loopt. Vermoedelijk zit de familie die er woont er niet op te wachten dat belangstellenden in het voormalige spoorwezen massaal hun deel van de spoordijk af lopen. Noodzakelijk is dat ook niet, want het pad is van een afstandje uitstekend te overzien. Aan het eind van dit stukje tracé ligt bovendien de Angstel, en eenvoudige manieren om aan de overkant te komen zijn er niet. De spoorbrug is verdwenen, dus bezoekers die een nat pak willen vermijden zullen hoe dan naar een andere weg moeten zoeken.
Die is er natuurlijk, maar dat is – een waarschuwing vooraf! – voor wandelaars en fietsers wel een omweg van een kleine negen kilometer. Tenminste, als die de route volgt die TomTom en andere elektronische wegwijzers aanbevelen. En laten we ons daar voor de zekerheid maar aan vastklampen.

De tocht gaat, om te beginnen, terug naar het noorden over de Oukoop. Vervolgens via het viaduct onder de A2 door en daarna, nog steeds over de Oukoop, naar het zuiden, alsmaar naar het zuiden, nog verder naar het zuiden, tot de afslag naar het dorpje Nieuwer-ter-Aa. Een schattig dorpje trouwens, dat Nieuwer-ter-Aa. En niet groot ook. Wie een beetje doortrapt, is er uit voor dat hij er erg in heeft.
Na het dorpje volgt een hoog en lang viaduct over de A2. Een paar honderd meter na de rijksweg duikt de weg onder een groot en stevig spoorviaduct en moet de fietser of wandelaar – hou vol, we zijn ruim over de helft – naar het noorden, langs het kanaal. Een kilometer of vijf verder steekt hij een brug over over een klein watertje om meteen daarna, met een lange lus, onder de brug door te gaan. Het weggetje waar hij nu op uit komt is de Angstelkade.
Dat klinkt al een beetje bekend. We komen in de buurt.

Volg de Angstelkade, langs het riviertje de Angstel, en zie: na een paar kilometer duikt spoorhuis 52 op. Recht tegenover spoorhuis 51, aan de andere kant van het water. Negen kilometer verder kan de spoorwandelaar dus naar de overburen zwaaien.

Het oude spoor ligt er ook nog. Het is een vaag dijkje naast de dubbele wachterwoning. Het buigt het weiland in, richting hoofdspoorlijn. Het aller- allerlaatste stukje is helaas niet meer te volgen, want daarvoor moet de bestaande spoorbaan worden opgeklommen en dat is om een aantal voor de hand liggende redenen niet aan te raden.
Het stationnetje waar de meest oostelijke tak van de Haarlemmermeerlijnen stopte, station Nieuwersluis, is er niet meer. De plek waar het stond, is nog wel te zien. Wie op de terugweg dezelfde route volgt langs de Angstelkade, komt het vanzelf tegen. Het ligt naast de brug over de Angstel: een ietwat rommelig terrein met een hek er voor.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s